De brief van Dasa aan Andriessen

München, 9 februari 1993 Dear Sir,

(...) We zijn er meer dan ooit van overtuigd dat een consolidatie van de regionale luchtvaartindustrie in Europa de juiste strategie is en de enige basis voor het overleven van Fokker op termijn. Daarom sturen wij u in antwoord op uw brief een constructief maar laatste voorstel.

(...)

We hebben het voorstel van de Nederlandse regering overwogen en geven bij dezen ons laatste antwoord. (...) Tegen de achtergrond van de huidige staat van Fokker is ons slotaanbod zeer acceptabel voor de regering en tegelijkertijd de minimum voorwaarde voor het bereiken van een economisch levensvatbare transactie. (...)

Wij begrijpen dat de raad van bestuur van Fokker het standpunt van Dasa steunt zoals verwoord in deze brief. We menen ten zeerste dat de Nederlandse regering nu direct de weg zou moeten vrijmaken en positief zou moeten reageren op ons aanbod, in het belang van Fokker en haar werknemers, die zich al zo lang in een onhoudbare situatie bevinden.

We hebben samen al een lange weg afgelegd in onze pogingen om een wederzijds acceptabele basis voor deze transactie te vinden. U zult beseffen dat - nadat alternatieven zijn onderzocht in met name in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk - Dasa absoluut moet worden beschouwd als de beste industriële partner op weg naar de noodzakelijke vernieuwde Europese structuur.

Uw opmerking dat noch de regering noch Fokker of Dasa dit omslachtige proces van onderhandelingen kan voortzetten, wordt volledig door ons onderschreven. Omdat we beiden verantwoordelijkheid dragen voor Fokker, dienen we deze zaak nu op de een of andere manier af te ronden. U zult beseffen dat het onder de gegeven omstandigheden voor Dasa onverantwoordelijk en onmogelijk is dat enig ander voorstel dan ons eindvoorstel wordt aangenomen.

In het geval van een prompte en bevestigende reactie verzekeren wij u dat we deze zaak zullen voorleggen aan de relevante raden voor spoedeisende goedkeuring, die te verwachten is binnen 20 dagen.

Hoogachtend,

J. Schrempp en M. Bischoff.