Cooman kijkt of ze hele wereld aan kan; Sprintster haalt bij rentree in Gent limiet voor wereldkampioenschap indoor

GENT, 11 FEBR. Nelli Cooman heeft haar strijdvaardigheid op de atletiekpiste terug. Gisteravond vonkte zij in Gent bij haar eerste indoorwedstrijd van het seizoen op en buiten de baan. Met 7,27 seconden over zestig meter had zij recht van spreken en dat buitte zij uit. “De laatste twee jaar heb ik pijn gekend, ik was afgeschreven, zo voelde ik het. Maar, ik ben niet weg. De oorzaak dat ik harder loop? Ik ben gelukkig, ik ben geestelijk weer sterk.”

De vijfvoudig Europees kampioene (1985 tot en met 1989) en voormalig wereldkampioene (1987,) heeft weer een zelfverzekerde blik. Alsof zij de hele wereld aan durft. Niet als iemand die alleen nog maar de limiet voor deelneming aan het wereldkampioenschap indoor in Toronto heeft gehaald. De KNAU (Atletiek Unie) stelde die op 7,30 en dat leek een barrière die Cooman na haar beste seizoentijd van vorig jaar (7,34) niet meer kon halen. Maar bij haar eerste wedstrijd sinds de kwartfinale bij de Olympische Spelen van Barcelona vergalde zij het plezier dat kritici uit haar teloorgang putten.

Haar poging tot terugkeer, die ze gestalte gaf met de tweede plaats in Gent in een door Merlene Ottey gewonnen race (7,05 ), is omgeven met waardering voor het verleden. Eind vorig jaar werd zij bezocht door de Argentijn Laich. De in de Verenigde Staten woonachtige arts was in haar gouden tijd een vaakgeraadpleegd persoon. Het was in de tijd dat Henk Kraayenhof als haar trainer fungeerde. Na de Olympische Spelen in 1988 in Seoul braken atlete en coach met elkaar. Niet alleen Laich (“Lief hè, dat hij me opzocht”), maar ook Kraayenhof dook weer op in het begeleidingskamp. Uitgebreid ingaan op de aangehaalde banden wilde Cooman niet. “Het is onzin dat hij weer mijn trainer is. Ik heb hem ontmoet in El Paso, waar ik een paar weken heb getraind.” Toch had echtgenoot en trainer Hans Fiere tijdens haar Amerikaanse reis toegeven, dat de begeleidingsgroep van weleer weer enigszins in ere werd hersteld. “Maar zonder daar ruchtbaarheid aan te geven. Dat hebben we zo afgesproken.”

De 28-jarige sprintster ontkrachtte dat verhaal gisteren. Terwijl toch de winnares in haar race, Merlene Ottey, zei te weten dat het gouden samenwerkingsverband van weleer weer een hechte indruk vestigt. Cooman echter: “Als hij mijn trainer was, dan was hij overal aanwezig, bij iedere wedstrijd, zoals vroeger. Dat is niet zo. Ik ben drie maanden in Amerika geweest, in New York, Los Angeles en El Paso. Ik ben geestelijk sterker. Mensen hebben op me ingepraat, dat is het belangrijkste. ik voel me goed.” Met een blik op Ottey kondigde zij zelfs aan. “Ik kan haar pakken op het wereldkampioenschap, ik ben niet bang. In Barcelona, bij de Olympische Spelen, heb ik tijd gehad om alle toppers te observeren. Ik heb ze gezien toen ze zich sterk waanden. ik heb gekeken hoe ze zich gedroegen onder de spanning. Geloof me ik sta niet te bluffen.”

Van bondswege heeft Nelli Cooman geen ondersteuning meer. Zij bedankte voor hulp toen zij gedegradeerd werd op basis van de afnemende prestaties. “Ik zal niet slecht spreken over de bond, je hebt goede en slechte mensen. Ik een vervelende periode doorgekomen door hard te lopen, mezelf te zijn en dat zal ik blijven. Voor de wedstrijd was ik ontspannen. Ik weet wat ik kan en ik ga nog sneller dan dat ik nu was. In El Paso liep ik 7,02 over zestig meter.”

De wedstrijd in Gent was voor Nelli Cooman de eerste en ook meteen benutte kans om aan de limiet voor het wereldkampioenschap te voldoen. Vandaag is zij naar Japan vertrokken. Eind februari neemt zij deel aan het Nederlands kampioenschap in Den Haag.

Bij de wedstrijden in België slaagden geen andere Nederlandse atleten erin om de limiet te bedwingen. Verspringer Emiel Mellaard bleef steken op vier ongeldige sprongen en 7.66 (limiet 7.85). De al geplaatste Maas sprong 7.62. Stella Jongmans liep 2.04,66 (limiet 2.03,00) over 800 meter.