Bromfietsers hebben iets van: "mij overkomt toch niets'

HILVERSUM, 11 FEBR. Met zijn ogen strak op de oranje pylonnetjes probeert een jongen zijn bromfiets er tussendoor te slalommen. Instructeur J.D. van der Heide wijst en verbetert hem.“Je moet veel verder voor je uit kijken, dan blijf je beter in balans.”

Acht leerlingen van het Hilversumse Comeniuscollege oefenen op een parkeerplaats bij de school een uur lang in de ijzige kou hun stuurtechniek. Sommigen rijden moeiteloos en met een flinke vaart over het uitgezette parcours. Anderen rijden, langzaam en voorzichtig, keer op keer de pylonen omver. Het is voor hen de tweede van de drie praktijklessen waaruit de cursus bestaat. Het laatste theorie-examen doen ze deze middag en als ze volgende week ook slagen voor de praktijk, krijgen ze een bewijs van rijvaardigheid van Veilig Verkeer Nederland. “En bovendien 25 procent korting op hun verzekeringspremie het eerste jaar.”, zegt W.J. van Heukelum, die namens Veilig Verkeer de cursussen in Hilversum coördineert. In Drenthe wordt de cursus al jaren gegeven en daar bleek uit onderzoeken dat jongeren die een cursus hebben gevolgd minder vaak betrokken zijn bij een verkeersongeval.

Van Heukelum is oud-verkeerschef van de Hilversumse politie. “Ik heb heel wat ellende gezien. Hier zijn de afgelopen drie jaar 122 brommerrijders gewond geraakt. Bovendien is er een om het leven gekomen bij een ongeluk. Daarom heb ik voorgesteld ook een bromfietscursus in Hilversum op te zetten.” Bromfietsers hebben vijftig keer meer kans op een ongeluk dan automobilisten. De oorzaken hiervan zijn volgens Van Heukelum de onervarenheid van de bromfietsers en hun gebrek aan inzicht in het verkeersgedrag van andere weggebruikers. “Ze zijn roekeloos in het verkeer. Hebben iets van: mij overkomt toch niets.”

Op de parkeerplaats staan Sanne, Lodewijk en Maarten te kletsen. Sanne, die een damesbrommer heeft, wil wel eens een bromfiets met versnelling proberen en ruilt met Maarten. “Jongens, we gaan de remproef doen”, zegt instructeur Van der Heide. Drie bromfietsers stellen zich op aan de overkant van de parkeerplaats en geven gas. Op een teken van Van der Heide remmen ze tegelijk. Eén alleen met de voorrem, één met de achterrem en de derde met beide remmen. “Bromfietsers denken vaak dat ze hun voorrem niet moeten gebruiken, omdat ze dan over de kop slaan. Die rem vangt echter tweederde van de snelheid op”, aldus Van Heukelum.

De scholieren zijn om verschillende redenen begonnen met de cursus. “Ik heb mijn brommer al sinds april, maar ik kan echt helemaal niet rijden”, zegt Sanne. “Bovendien wil de regering een bromfietscertificaat verplicht gaan stellen per 1 januari 1994. Dan wordt de cursus vast veel duurder en wij hebben hem dan lekker al.” Lodewijk doet mee voor de korting op de verzekeringspremie, die voor brommers met versnellingen al gauw vijfhonderd gulden per jaar kost. Maarten kent drie jongens die aan een ongeval een lichte handicap hebben overgehouden. “Een van hen sleept met zijn been. Dat gaat nooit meer over. Hij rijdt nu weer net zo hard als voor het ongeluk.” Maarten zelf rijdt als het even kan 75 kilometer per uur. Hij wil niet langzamer rijden. “De politie pakt toch pas bij tachtig kilometer je brommer af.”

Na een uur brommen hebben de acht een theorietoets op de verkeersschool en mag de andere helft van de in totaal 16 cursisten, die de toets al achter de rug heeft, oefenen op het parkeerterrein. Na de theorietoets krijgt de groep van Sanne nog dia's met vragen over voorrang. “Al die regeltjes”, verzucht ze. Sanne gelooft niet dat ze al deze regels ook echt zal gaan toepasen. “Ik stop altijd gewoon, dan gaat het altijd goed. Hoe weet je nou of die ander die regels ook kent?”

Leerlingen van een technische school in Hilversum en een school in Weesp kunnen volgende maand ook bromfietscursussen volgen. De directeur van de technische school wil zelfs een klaslokaal en het schoolplein beschikbaar stellen.

Veilig Verkeer Nederland heeft, vooruitlopend op het wetsvoorstel om per 1 januari 1994 een brommer-rijbewijs verplicht te stellen, al een theorieboekje op de markt gebracht en is begonnen met het opleiden van tweehonderd rij-instructeurs. “We vinden het heel wat dat deze scholieren nu al meedoen”, aldus Van Heukelum. “Je moet niet vergeten dat ze vandaag ook al zes uur in de klas hebben gezeten.”