Brazilië in de greep van schulden en hyperinflatie; Politieke crisis rond ex-president Collor heeft economie lamgelegd

MEXICO-STAD, 11 FEBR. Als het land dat je vertegenwoordigt als minister van economische zaken Brazilië heet, dan zullen ze bij het Internationale Monetaire Fonds (IMF) wellicht niet erg verbaasd zijn dat je de bestaande afspraken over de ruim 120 miljard dollar hoge schuld wilt “aanpassen aan de nieuwe omstandigheden”. Je voorgangers, zeven in de afgelopen zeven jaar, hebben ze zien komen en gaan, daar in Washington.

En wellicht was in de internationale financiële wereld de hoop ook nooit erg groot dat er van de in die tijd gerealiseerde zeven intentieverklaringen en drie schuldenakkoorden iets terecht zou komen. Van de vijf beloften die Brazilië het IMF deed voor het jaar 1992 is er één nagekomen: het op niveau houden van de internationale reserves.

Een kleine debiteur is in de macht van zijn krediteuren, maar met 123 miljard dollar aan schulden heeft Brazilië zijn schuldverleners stevig in de greep. Toch was het niet deze onverbiddelijke waarheid zijn waarop de nieuwe Braziliaanse minister van economische zaken Paulo Haddad deze week in Washington hamerde. Evenmin wilde hij, aldus Haddad eind vorige week voor zijn vertrek naar de VS, “iets voorstellen wat we niet kunnen waarmaken. Op de bijeenkomst in Washington wilde de minister vooral een beeld schetsen van de Braziliaanse economie aan het begin van 1993.

Dat beeld is somberder dan het in lange tijd is geweest. Het jaar 1992 was zonder meer een rampjaar voor de Braziliaanse economie, die met 1,5 procent kromp. De inflatie bereikte een hoogte van 1.140 procent met maandpercentages van 20 tot 25 procent. Slechter nieuws bij de start van het nieuwe jaar: het psychologisch belangrijke percentage van 30 werd vorige maand al bijna gehaald. “Op dat punt zijn de Brazilianen er van overtuigd dat de regering zal ingrijpen”, zei een waarnemer van de Braziliaanse economie in de hoofdstad Brasilia, hoewel de regering zelf een eventueel ingrijpen in alle toonaarden ontkent. Voor schokplannen zoals het land er al een paar zeer drastische heeft versleten, lijkt momenteel geen politiek draagvlak te zijn.

De voortdurende recessie in Brazilië ging vorig jaar hand in hand met de ernstigste politieke crisis in het land sinds de terugkeer van de democratie in 1985. Het corruptieschandaal rond president Fernando Collor de Mello leidde tot een impeachment-procedure in het Huis van Afgevaardigden en uiteindelijk tot het aftreden van het staatshoofd eind december. "Collorgate' verlamde ook na het opstappen van de president de Braziliaanse economie. Van Collors opvolger Itamar Franco, die sinds 29 december het land bestuurt en tot en met 31 december 1994 zal aanblijven, is de zakenwereld immers niet gecharmeerd. Was Collor de president van open grenzen, liberalisering en privatiseringen, Franco stond bekend als een man van de oude stempel: protectionisme en een grote overheidsbemoeienis met de markt.

Het duurde lang voordat Franco iets had geformuleerd dat lijkt op een economisch beleid. Maar de plannen voor 1993 zijn er dan toch gekomen: het scheppen van twee miljoen nieuwe banen en een economische groei van maar liefst 4 procent. Hiertoe zal de export worden gestimuleerd door verdergaande deregulering, terwijl omgerekend 3 miljard dollar zal worden gestoken in de bouw van volkswoningen en gezondheidsinfrastructuur in met name de periferie van de industriële hoofdstad Saõ Paulo en het verarmde noordoosten.

Tegengesteld aan de bange vermoedens van het paulista zakenleven wil president Franco ook doorgaan met het privatiseringsprogramma van zijn voorganger, zij het in gewijzigde vorm. “We gaan door zonder haast, maar ook zonder te stoppen.” Vorige week nam Franco persoonlijk de controle van de uitvoering hiervan op zich, via een presidentieel decreet dat het hem mogelijk maakt zelf de regels van het spel op te stellen. Volgens het privatiseringsschema moeten medio volgende maand de staatsbedrijven Poliolefinas en Uniaõ voor de bijl. Beide zijn petrochemische firma's. In totaal heeft Brazilië, aldus een inventarisatie door de zakenwereld, nu nog 159 staatsbedrijven die werkgelegenheid bieden aan 730.000 mensen en een gezamenlijke waarde hebben van 450 miljard dollar - oftewel de helft van het bruto nationaal produkt. De schuldenlast van deze slecht lopende bedrijven wordt geschat op 83 miljard dollar, de verliezen over '93 zijn geraamd op 5 miljard.

Eén van de nieuwe maatregelen rond de privatiseringen is het vaststellen van het zogenoemde Golden share, een prioritair aandeel van de overheid dat de staat het recht geeft later nog te interveniëren in geprivatiseerde bedrijven die bijvoorbeeld werken in de sector van de "nationale veiligheid'. Ondanks het nieuwe optimisme over de privatiseringen onder president Franco lijkt het zakenleven voorlopig af te wachten. Bepalend zullen de financiële voorwaarden voor de overname van staatsbedrijven zijn. Franco heeft zich in het verleden erover beklaagd dat van de twintig tot nu toe gerealiseerde privatiseringen nauwelijks contant geld in de staatskas terecht is gekomen. Gebruikmaking van Braziliaans schuldpapier (vorig jaar met een gemiddelde waarde op de tweede-handsmarkt van ongeveer 33 cent per dollar) bij de aankoop zal aan banden worden gelegd.

Franco heeft inmiddels in het Braziliaanse Congres een succesje geboekt met een ander onderdeel van zijn economische programma: de fiscale hervormingen. Eind vorige week stemde het Huis van Afgevaardigden in met een "tijdelijke' belasting op financiële transacties (voornamelijk op het uitgeven van cheques) en, wellicht belangrijker, met een verbod voor de soms al meer dan failliete deelstaten om tot het einde van deze eeuw eigen schuldpapier uit te geven.

Het ziet er allemaal veelbelovend uit, maar de daadkracht van de nieuwe president is afhankelijk van de genade die de straatvechters van de Braziliaanse politiek hem willen verlenen. Franco zelf lijkt bovendien weinig standvastig. Achtereenvolgens ontkende hij dat de rente hoog moet blijven ter bestrijding van de inflatie (hoge rente kost banen, zei Franco) en erkende hij dat “op de korte termijn” hoge rente een noodzaak is.

Terwijl intussen de druk wordt opgevoerd op minister Haddad om iets aan de oplopende inflatie te doen, zoemt het van de geruchten als zou deze een "Argentijnse oplossing' voorstaan: de dollarisering van de economie. Dat betekent het uitgeven van een nieuwe munt met een tegenwaarde van 1:1 ten opzichte van de Amerikaanse dollar, die nu al de bepalende rekeneenheid is voor veel transacties. Franco is al geciteerd als zou hij deze maatregel absoluut niet willen, evenmin als de meeste Brazilianen.

De geruchten kregen vooral voedsel na een gesprek eind december van Haddad met diens Argentijnse collega Domingo Cavallo, alom beschouwd als de harde heelmeester van de eens doodzieke Argentijnse economie. Het zijn overigens de Argentijnen die een lichtpuntje verschaffen in Brazilië's economische duisternis. De tot waanzinnige hoogten opgelopen prijzen in hun gedollariseerde land drijven de Argentijnen deze zomer op het zuidelijk halfrond massaal over de noordgrens voor boodschappen en vakantie. En het carnaval moet nog beginnen.