Biezemat

Vanmorgen lag er een enveloppe in de bus met een nieuw boek: mijn presentexemplaar. Spiksplinternieuw, nog nooit gezien, kersvers van de pers en... zelf geschreven. Nou ja, het is het produkt van zeven schrijvers. Mijn deel schreef ik zó lang geleden, dat ik het nauwelijks terug kan vinden.

Er zijn wel meer dan duizend auteurs van schoolboeken. Waardevolle leden van de samenleving, die overdag voor de klas staan en 's avonds in wordperfect hun beste beentje voorzetten. Ik ben er één van. Heus, neem het van mij aan: het is soms leuk en dikwijls balen. Je wordt er niet rijk van. Heel succesvolle schrijvers houden er een miniem Frans schuurtje aan over. Ik ben nog bezig met het kolenhok.

Biezemat is een concurrerend schrijversduo. Hun huisje staat in de steigers. Ze verkopen beter dan wij. Maar niets voor niets: beiden dragen de gekwelde blik van schrijfkamerzeer. Voordat Biezemat begon te schrijven, had het stel al een reputatie. De ene helft van Biezemat runde jarenlang een prachtig vakblad in z'n uppie maar is ook bekend om zijn rücksichtslos temperament waarmee hij insluimerende gezelschappen op weet te schrikken. “O, o”, (als Dustin Hoffman in Rainman) zie je de vergadering denken.

De andere helft doet alles in de klas met speelgoed. Hij schreef examenvragen en tekende er ooit caricaturen van de onderwijsinspecteur bij. Zo iemand. Als smaakmakertje bij hun boek kan de docent van de uitgever een diskette krijgen met teksten uit Biezemat's lespraktijk. Dat geeft een kijkje in hun onderwijskeuken. Lees het volgende citaat:

“Ieder hoofdstuk begint met ongeveer een half uur "plaatjes kijken'. Dat wil zeggen dat globaal verteld wordt waar het hoofdstuk over gaat... Vervolgens lijkt het of er tijden lang niets gebeurt. Dat is echt schijn, want dan ben jij aan de hand van de planning bezig zelfstandig de theorie te leren en opgaven te maken. Dat gaat in deze volgorde: 1) Je probeert het zelf; 2) je overlegt met je buurman/vrouw; 3) je overlegt met een slimme leerling; 4) je kijkt in de mappen met uitwerkingen die voorin de klas en in de bibliotheek liggen; 5) je vraagt bij de leraar om raad. Als duidelijk is dat je het niet zelf geprobeerd hebt, krijg je van de leraar géén antwoord.

Het zal net lijken of je nooit huiswerk hebt, want vaak zal je agenda leeg zijn. Ook dat is schijn, want als er niets gezegd is, heb je altijd voor ieder lesuur twee opdrachten die samen ongeveer 25 minuten kosten... Dit systeem staat en valt met de zelfwerkzaamheid in de klas. Je gaat dus bij het begin van een les niet passief in de vensterbanken hangen, of in de gang lummelen totdat de leraar zegt dat de les begint. "Maar u had nog niet gezegd dat we beginnen moesten' is dus nooit aan de orde. Je komt binnen, pakt je spullen en gaat aan je werk.... Voor wie zich aan dit systeem niet wenst te houden, wordt in overleg met de conrector iets verzonnen''

Een plaatje: de oude rot, somber en langzaam de baloor toesprekend. “Voor de laatste keer: als het je niet aanstaat, ga naar de conrector. Dan verzin ik met hem iets voor je. Begrepen?” En dan denkt zo'n piepeltje: “Okee, okee okee...”