Bert Terborgh bewaakt Martha Grahams artistieke erfenis

In het Amsterdamse Muziektheater gaat morgenavond Diversion of Angels van de Amerikaanse choreografe Martha Graham door het Nationale Ballet in première. Repetitor Bert Terborgh, die bijna twaalf jaar bij haar groep in New York werkt, studeerde het werk hier in.

Vlak voor haar dood gaf Martha Graham (1894-1991) haar fiat aan het verzoek van Wayne Eagling, artistiek leider van Het Nationale Ballet, om haar choreografie Diversion of Angels hier te produceren. Dat was heel bijzonder, want zij wees dergelijke verzoeken meestal af. Dansstudenten mochten niet eens oude repetitiefilms bekijken.

“Daarmee wilde Graham haar stijl bewaren,” legt Bert Terborgh (1946) uit. “Ook bij een goed geschoolde, ervaren danser duurt het twee jaar voordat de Graham-techniek in het lijf zit. Zij had geen tijd om haar werk te begeleiden bij andere gezelschappen. Bij haar eigen groep liet zij het instuderen van de oude stukken over aan de repetitors. Pas daarna paste zij de rollen aan op de dansers. Zij maakte liever nieuwe balletten, want premières are good for business. Het heden hield haar meer bezig dan het verleden.”

Martha Graham heeft bij haar overlijden op 1 april 1991 haar vermogen nagelaten aan haar opvolger Ron Protas. Maar wie bewaakt de artistieke erfenis?

“De rechten liggen bij Protas, maar hoe de artistieke erfenis wordt behouden voor de toekomst, hangt af van de oude garde als Yuriko Kikuchi of mijzelf. Wij weten nog hoe de oorspronkelijke choreografieën eruit zagen - wat de bedoeling ervan was, de essentie.

“Grahams oeuvre is een museumstuk dat goed geconserveerd behoort te blijven, maar niet mag verstoffen. Je moet steeds voor ogen houden waarom een ballet meer dan twintig jaar geleden ontstond en hoe je het nu kunt gebruiken. Onze taak is om het werk zo over te dragen dat de dansers de ziel ervan begrijpen.”

“Diversion of Angels is niet makkelijk. Qua lijn is het een klassiek ballet. Rond de Kerst ben ik bij Het Nationale Ballet begonnen met het trainen van de dansers in de Graham-techniek. Met bewegingsmateriaal uit het ballet heb ik ze Grahams contraction en shift of weight bijgebracht. Je moet eerst leren waar de aanzet van de beweging vandaan komt.”

Terborgh weet waarover hij praat. Voordat hij in 1975 in New York arriveerde, had hij in Europa en Israel al kennis gemaakt met de Graham-techniek bij docenten als Yuriko, Mary Hinkson en Robert Cohan. Oorspronkelijk kreeg hij zijn dansopleiding aan de Kennemer Dans- en Balletstudio in Haarlem. Na twee jaar auditeerde hij in 1967 bij het Nederlands Dans Theater, terwijl hij “nog geen glissade van een pas de bourrée kon onderscheiden”, zoals hij zelf zegt. Toch werd hij aangenomen als aspirant. Dat leverde hem de toneelnaam Bert Terborgh op. De leiding van de Haarlemse balletschool vond zijn familienaam Zwetsloot niet geschikt en vernoemde hun pupil naar de Hollandse interieur- en portretschilder Gerard Terborgh.

Van het NDT stapte hij al vlug over naar het Scapino Ballet. Na twee jaar bij het Australian Dance Theatre van Elizabeth Dalman (1969-"71) keerde hij terug naar het Rotterdams Dans Centrum van Ineke Sluiter; in 1973 reisde hij alweer af naar de Bat-Dor Dance Company in Israel, waar Martha Graham hem zag dansen.

In 1976 nam Graham hem aan bij haar gezelschap. Daar, en in New York, voelde hij zich meteen thuis. Nog steeds woont hij in The Manhattan Plaza, een gebouw met 1700 appartementen voor Broadway-artiesten die dertig procent van hun inkomen betalen voor huur en onderhoud van de gemeenschappelijke ruimten als sportzaal en zwembad.

Bij de Graham Company danste Terborgh als solist, daarna werd hij repetitor en regisseur. In die laatste functie coachte hij de dansers. Ook na zijn afscheid in 1987 geeft hij er nog sporadisch les. Momenteel is hij verbonden aan de dansafdeling van de SUNY (State University of New York) in Purchase. Verder geeft hij bewegingslessen aan de Neighborhood Playhouse, een acteursopleiding.

Terborgh: “Met behulp van de video pikt de nieuwe generatie de passen heel vlug op. Het is echter belangrijk dat de dansers het totaalbeeld van de choreografie kennen. Als je met een choreograaf werkt, gaat het vlugger wanneer je inzicht hebt in de compositie. Naar mate Graham ouder werd ging het scheppingsproces moeizamer. Ik voelde me eens niet fit en wilde spijbelen. Zij had mij niet gemist. Daarom besloot ik alleen voor mijzelf in een andere ruimte te gaan werken. Op gegeven ogenblik had zij me echter nodig. Ik hoefde niet meer te dansen, maar moest voor lijk spelen. Veertien dagen werd er met mij rondgezeuld en gegooid. De dag voor de première schrapte zij mijn rol. Dat was Martha ten voeten uit. Maar zij zei ooit: "Doe wat je moet doen. Kunst is niet democratisch'.”