Alders sluit convenant met chemie

DEN HAAG, 11 FEBR. De overheid zal met de chemische industrie een convenant sluiten over een beperking van vervuilende emissies. Om de doelstellingen van het convenant te halen, moet de chemische industrie tussen 1993 en 2000 ruim 10 miljard gulden investeren.

De afspraken voor het convenant zijn gisteren in een "intentieverklaring' door minister Alders (milieu) naar de Tweede Kamer gestuurd. Als de Kamer geen bezwaren heeft, zullen de ministers Alders, Andriessen (economische zaken), Maij-Weggen (verkeer en waterstaat), de gemeenten, de provincies en de waterschappen het convenant met de chemische industrie sluiten. Het convenant moet ook voor meer stroomlijning van de activiteiten van de verschillende overheden zorgen. Rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen zullen nauwer gaan samenwerken, waardoor de chemische industrie kan rekenen op een meer eenduidig milieubeleid.

De doelstellingen in de "intentieverklaring' sluiten aan bij het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) en het NMP-Plus. Uitgangspunt voor dechemische industrie is dat de milieumaatregelen technisch en economischhaalbaar moeten zijn. Het convenant moet het voor het bedrijfsleven mogelijk maken milieubeleid en investeringsprogramma op elkaar af te stemmen.

In de "intentieverklaring' is een milieu-overzicht per bedrijfstak gemaakt. Hierin is vastgesteld voor welke emissies de bedrijfstak thans verantwoordelijk is. Vervolgens is vastgesteld wanneer en in hoeverre dieemissies zullen worden teruggedrongen, waarbij een periode van twintig jaar wordt gehanteerd. Bij de doelstellingen in de "intentieverklaring' gaat het niet alleen om de emissies naar water, bodem en lucht, maar ook om energiebesparing, het beperken van afvalstoffen, bodemsanering, externe veiligheid, stank, geluidshinder en de bedrijfsinternemilieuzorg.

Elk bedrijf binnen de chemische industrie zal een eigen "bedrijfsmilieuplan' (BMP) opstellen, dat om de vier jaar wordt geactualiseerd. Over de uitvoering van het plan zal elk jaar worden gerapporteerd. Ten opzichte van 1985 zal in het jaar 2000 de uitworp van verzurende stoffen (zoals zwaveldioxide en stikstofoxiden) met 70 procent verminderd moeten zijn. Hetzelfde geldt voor de zogeheten "prioritaire' stoffen, waaronder zware metalen.

Volgens W. Quik van de VNCI, de overkoepelende organisatie van de chemische industrie, zijn aan het convenant geen sancties verbonden. Als een bedrijf er om economische redenen niet in slaagt de doelstellingen te halen, kan in overleg met de overheid worden besloten tot een langere looptijd dan twintig jaar. Ook zou de gemeente kunnen weigeren vergunningen te verstrekken. De controle op de openbare "bedrijfsmilieuplannen' en de uitvoering daarvan berust bij gemeente en provincie.