Abortuspil

In W&O van 8/12/92 stond een artikel van Henk Donkers over de introductie van geboortecontrole bij de Afrikaanse olifant met behulp van een abortuspil. Hierin wordt de indruk gewekt dat de oliefantenpopulaties in Afrika zich momenteel herstellen van de zware stroperij waar ze eerder aan waren blootgesteld. Er zou zelfs sprake zijn van overbevolking in bepaalde reservaten. De realiteit is helaas anders. De olifanten worden momenteel niet minder bedreigd dan enige jaren geleden.

In de zeventiger en tachtiger jaren namen de olifantenpolulaties in Oost-Afrika (inclusief Kenya) af met 80 tot 90% (bron FAO). De olifanten in West-Afrika waren al in het begin van de eeuw gedecimeerd. Er zijn daar een aantal gesoleerde populaties overgebleven waarvan de aantallen variëren van enkele tientallen tot enkele honderden. Slechts één Westafrikaanse populatie (Nazenga Ranch, Burkina Faso) is sinds 1980 gegroeid.

De olifanten in de oerwouden van Centraal Afrika zijn tot nu toe relatief met rust gelaten door stropers. Er is echter ook bij deze groep geen sprake van groei of "overbevolking'. De natuur beschikt namelijk over mechanismen voor de regulatie van de aantallen der dieren, zelfs voor olifanten. Anders zou de halve aardbol toch al duizenden jaren geleden door dit dier veroverd zijn? Alleen in Zuid-Afrika, Botswana en Zimbabwe is de afgelopen twintig jaar sprake geweest van toename. In het begin van deze eeuw zijn de olifanten daar grotendeels afgeslacht door blanke stropers. Sindsdien is daar echter een sterk bewustzijn gegroeid voor natuurbehoud. Dit heeft geleid tot groei van de olifantenpopulaties met 5% per jaar.

Deze groei is dus niet, zoals Donkers suggereert, een verschijnsel van de afgelopen paar jaar, maar vindt altijd plaats in een gebied dat eerst door jacht "ontvolkt' is en dan met rust wordt gelaten. Als de olifanten werkelijk de kans zouden krijgen om zich met 5% per jaar te vermenigvuldigen, zou het nog jaren duren voor men van herstel kan spreken. In Lake Manyara National Park (Tanzania) bijvoorbeeld, nam de olifantenpopulatie in de jaren tachtig af met 60%. Het zal bij een groei van 5% nog 20 jaar duren voor het aantal van 1980 weer bereikt is. In de meeste Afrikaanse landen (waaronder Zimbabwe en Botswana) nam de laatste jaren de stroperij weer toe ten gevolge van de economische recessie, politieke conflicten en veranderingen. Hierdoor werd het effect van de ban op de ivoorhandel (1990) in veel landen teniet gedaan.

"Overbevolking' komt in de natuur weinig voor. De mens was tot nu toe als enige dier in staat zichzelf onafhankelijk te maken van de natuurlijke mechanismen die de grenzen van de groei bepalen. Bij olifanten kan "overbevolking' tijdelijk optreden als door toenemende jacht, veeteelt en ontginning hun woongebied wordt verkleind. De expansie van de mensheid en niet een verbeterde bescherming is hier dus verantwoordelijk voor. Dit was o.a. ooit het geval in Tsavo (Kenya), Luangwa Valley (Zambia) en Chobe (Botswana). Stropers losten de problemen op door hun werkterrein naar de parken te verplaatsen, voordat de natuur ingreep met haar eigen instrumenten (ondervoeding, ziektes).

De meningen van experts is verdeeld over de vraag of concentraties olifanten "schade' aanrichten aan de natuur. Uit de vele onderzoeken hierover is echter nog niet gebleken dat er sprake is van een negatief effect op de vegetatie op lange termijn. Wel is zeker dat olifanten de vegetatie open houden, waardoor deze geschikter wordt voor bepaalde gras etende antilopen. Een open vegetatie is bovendien geschikter voor toerisme. Het beroemde Murchinsons Falls National Park in Uganda verloor zijn goede reputatie toen het begon dicht te groeien ten gevolge van het verdwijnen van de olifant.

Het afschieten van olifanten is bruut, maar m.b.t. de bescherming van de olifant zijn er grote voordelen aan verbonden. In de eerste plaats worden voornamelijk dieren afgeschoten die zich aan de rand van de beschermde gebieden bevinden en die oogsten van boerderijen roven. Het zijn dus niet de zwakke dieren die worden afgeschoten, zoals in het bewuste artikel wordt gesteld. De dikwijls arme boeren krijgen hun schade enigszins gecompenseerd door het olifantenvlees en zullen minder gauw zelf het recht ter hand nemen door met een geweer de parken in te gaan. Verder leren de olifanten die deze escapades overleven, dat het onverstandig is om zich buiten de parken te begeven. Tenslotte krijgt een afgeschoten olifant een economische betekenis door de verkoop van ivoor, huid en vlees. Deze economische betekenis is het beste wapen tegen de landhonger van de exploderende Afrikaanse bevolking die de olifant bedreigd. Natuurbescherming als luxe in de aftakelende Afrikaanse economie heeft weinig overlevingskans. Alleen een harde economische basis kan natuurbescherming succesvol maken, omdat het de lokale bevolking en autoriteiten stimuleert er aan deel te nemen. De meeste internationale organisaties op dit gebied zoals IUCN, WWF, UNESCO en FAO hebben daarom een beleid dat is gericht op het reguleren van de exploitatie van wild (jacht) en niet op het verbieden ervan.

Een abortuspil voor olifanten zal, zoals bedoeld, een geboortedaling tot gevolg hebben. De economische waarde en daarmee de beschermingsmogelijkheden zullen hierdoor echter eveneens afnemen. De bruutheid en onmenselijkheid van het afschieten is een ethische kwestie. Maar geldt dit ook niet voor het toedienen van een abortuspil aan dieren in een wildreservaat, die verondersteld worden daar ongestoord en op een natuurlijke manier te leven? Gaan we binnenkort hondebrokken aan de leeuwen voeren, om te voorkomen dat deze op onmenselijke wijze andere dieren van het leven beroven? Een tweede ethische kwestie is of wij, rijken, (inclusief Leakey) kunnen beslissen dat het doden van olifanten onjuist is en dat we daarom een belangrijke hulpbron ontzeggen aan arme mensen, voor die de olifant een totaal andere realiteit is, omdat deze door hun achtertuin loopt.