Waarschuwing van de Wadden

De Club van Schiermonnikoog heeft zich maandag in deze krant gepresenteerd met een artikel van twee initiatiefnemers dat, mag ik aannemen, in wezen niet verschilt van het manifest waarmee dit gezelschap zich onlangs aan het Nederlandse volk heeft voorgesteld. Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat het een opgave is, de moderne geschiedenis, de hedendaagse crisis en de aanzet tot een oplossing in één kolom samen te vatten, en misschien was het dan ook beter geweest als deze initatiefnemers niet voor de verleiding waren gezwicht, maar het staat er nu eemaal zwart op wit.

Zelden zal de opiniepagina zo'n onbeholpen ratjetoe van onbekookte en afgekookte denkbeelden in slecht Nederlands te lezen hebben gegeven. De sociologe M. van Veen-Viëtor die de auteurs van repliek heeft gediend is nog vriendelijk en bescheiden geweest, gegeven de kansen die haar werden geboden. Het "denkprocessen op gang brengen' zonder een spoor van eigen gedachten, de door aanhalingstekens gesmoorde uitroep "kan het ook anders, kan het ook minder' in combinatie met een protest tegen de winkelsluitingswet, de knullige kritiek op de van-de-wieg-tot-het-graf filosofie, dit alles en nog meer, het doet onweerstaanbaar denken aan vroegere verenigingen die hun noodkreet tot clublied hebben gemaakt: de Oxford beweging, de Morele Herbewapening, dat vreemde mengsel van Friedrich von Hayek en de PPR, zelfs de grote Huizinga in zijn laatste jaren.

Ik herinner me twee uitstekende samenvattingen van commentaar op dergelijke cultuurkritische aanvechtingen. De deftigheid in het gedrang, noemde Jacques de Kadt zijn essay over Huizinga's In de schaduwen van morgen, en Propria Cures schreef boven een artikel over de Morele Herbewapening: "De arbeiders eten nog steeds teveel taartjes'. Zo'n kritiek verdient ook deze rommelmarkt van Schiermonnikoog, maar toch zouden we de initiatiefnemers onrecht doen als het daarbij bleef. Ze hebben de moeite genomen om, hoe dan ook, na te denken over het lot van de natie, ze zijn naar een eiland gereisd om de koppen bij elkaar te steken en als het resultaat daarvan minder inspirerend is dan ze hadden gehoopt, wil dit nog niet zeggen dat er geen crisis is.

Misschien beleven we niet de ernstigste maar wel één van de ingewikkeldste crises van de eeuw; niet de dreiging van de volgende grote oorlog, maar de directe lasten van een aantal vraagstukken die allemaal tegelijk schijnen te komen zonder dat gezaghebbende mensen en instellingen overtuigende oplossingen voorstellen; een inflatie van deskundigheid tegenover een postmodern radeloos, redeloos en de schijn van reddeloos. Vandaag is het een nieuw conflict in de financiering van de verzorgingssgstaat, gisteren was het de sterfhuisconstructie van DAF, eergisteren waren het vijfhonderd ontslagen bij een andere trots van de natie, de KLM, en morgen "gaat er weer één onderuit' zoals de Club van Schiermonnikoog het uitdrukt. De bureaucratie en de openbare orde; het parlement dat met onbegrijpelijke taalkundige strapatsen en een galvaniserende partijdisicpline zich van de kiezers vervreemdt; immigranten en hun assimillatie; de achterblijvende stadsvernieuwing; de grote politieke partijen en hun uitputtingsverschijnselen in de leiding, het personeel en de creatitiviteit; de nieuwe vraagstukken van de buitenlandse politiek, en nog het één en ander. Bij elkaar veroorzaakt het een trommelvuur van onheilstijdingen.

Daarbij komen de nog niet geschatte gevolgen van het plotselinge einde van de Koude Oorlog: de overgang van een periode waarin een betrekkelijk ongestoorde samenleving zich bepaalde tot een gedisciplineerd politiek denken, naar deze eerste "vredesjaren" met hun sluipende recessie en de heroriëntatie van de politiek, de binnenlandse en de buitenlandse met de catastrofe van Joegoslavië. De media die nu eenmaal, zoals men weet, het meeste gebaat zijn bij slecht nieuws, worden op hun wenken bediend; de burgerij is nog niet bekomen van de voltreffer van de dag of zij moet de volgende incasseren. Het is geen wonder als de meeste mensen zich van tijd tot tijd wat onevenwichtig, schichtig of lichtgeraakt gaan gedragen. Het ligt voor de hand dat een deel van het denkend deel der natie zich weer in één of andere variant de vertrouwde vraag gaat stellen: In wat voor wereld leven wij, om dan, na te hebben vastgesteld dat dit een bezeten wereld is, een verlossing "aan te dragen'.

Zonder het gewicht van de vraag te willen kleineren: onder de gegeven omstandigheden hadden de Westeuropese staten, hun politieke structuur en de burgerij zich heel wat slechter kunnen gedragen. Sommige organen van de staat moeten worden gemoderniseerd, andere kunnen heel wat beter worden gebruikt maar het geheel is bruikbaar gereedschap gebleven. In deze overgangstijd heeft de politiek zich nog niet voldoende vernieuwd maar er is in het Westen geen staat "onderuit gegaan" en georganiseerd extremisme heeft geen kans gekregen.

Geen mens zal beweren dat we in een gemakkelijke tijd leven - er is trouwens geen gemakkelijke tijd, de ene is alleen wat minder moeilijk dan de andere - en deze tijd is nog lang niet zo moeilijk dat we om radicale, mens en maatschappij omvattende noodgrepen hoeven te schreeuwen. Ook ik zou graag zien dat de winkels wat later mochten sluiten, en verruiming van de bouwvoorschriften spreekt me wel aan, maar ik betwijfel of bij vervulling van die wensen "de afgestopte bronnen van creativiteit weer zullen stromen'. Ik geloof trouwens dat het nooit tot veel bijzonders leidt als welke club dan ook in afzondering de persoonlijke ongemakken van de leden tot een algemeen geldende maatschappijkritiek probeert te smeden. Op die manier worden ze deel van het probleem en dat heeft deze Club toch niet gewild.