Stijgende inflatie en dalende rente doen pond kelderen

ROTTERDAM, 10 FEBR. "Een knaak per pond'. De kans groeit dat de Nederlandse consument een dergelijke prijsopgave niet alleen meer van zijn groenteman kan verwachten, maar binnenkort ook van zijn bank of wisselkantoor. Sinds anderhalve week is het Britse pond sterling begonnen aan een nieuwe koersval, na de dramatische daling van vorig jaar september. Vandaag bereikte sterling een laagterecord van 2,6580 gulden.

De twee directe aanleidingen voor het wegzakken van het pond sterling zijn de aanhoudende geruchten over een nieuwe Britse renteverlaging en de oplopende inflatie in Groot-Brittannië. De lage rente maakt het pond minder aantrekkelijk voor beleggers, een oplopende inflatie holt de waarde van het pond op termijn uit.

Nadat twee weken geleden de Bank of England tot ieders verrassing de rente met een vol procent verlaagde tot 6 procent, gaan de meeste waarnemers uit van het verder snijden in de tarieven van de centrale bank. Met een jaloerse blik naar de Verenigde Staten, waar het disconto van de Fed tot 3 procent werd verlaagd om de banksector en het bedrijfsleven aan te moedigen, roept het Britse bedrijfsleven hard om verdere renteverlaging. Of de regering-Major daar gevoelig voor is, is sinds twee weken een voortdurende bron van speculatie.

Een Britse renteverlaging tot 3 of 4 procent staat onder de huidige omstandigheden te boek als een riskante vorm van economische chemotherapie. Een dergelijk beleid gaat uit van de veronderstelling dat de kwalen die Groot-Brittannië teisteren net iets minder tegen de negatieve gevolgen bestand zijn dan de nu nog gezonde delen.

Inflatie is zo'n gevolg en staat te boek als vijand nummer twee van het pond sterling. De eerste tekenen van een toenemende geldontwaarding sijpelden maandag binnen. Wanneer hypotheekafdrachten buiten beschouwing worden gelaten, stegen de Britse consumentenprijzen in december licht naar 3,8 procent op jaarbasis. Dit wordt beschouwd als het eerste effect van de waardedaling van gemiddeld 15 procent van het pond sinds september. De hogere prijzen van importgoederen werken met enige vertraging door in het binnenlandse prijspeil. Gisteren kwam het tweede bewijs van een oplopende inflatie. Alleen al in januari stegen de Britse producentenprijzen boven verwachting met 1,5 procent. Die mededeling veroorzaakte een nieuwe golf van verkopen van het pond. Verdere Britse renteverlagingen zijn alleen mogelijk wanneer een stijgende inflatie korte tijd voor lief wordt genomen. En ook daar zijn grenzen aan. In de afgelopen twintig jaar is het herhaaldelijk voorgekomen dat de inflatie hoger klom dan de rente, waardoor de val van het pond verder werd versneld.

Intussen rijzen er ook twijfels over het herstel van de Britse economie. De oplopende werkloosheid druist lijnrecht in tegen het aanvankelijke beeld dat Groot-Brittannië langzaam uit het diepe dal van de recessie klimt. Of tegenover de onzekerheid rond het economische herstel nog een eenduidige economische politiek staat, is voor veel waarnemers de vraag. De onverwacht grote renteverlaging met een procent van twee weken geleden leidde tot een scherpe koersdaling van het pond sterling, waarna de autoriteiten vorige week verklaarden de munt desnoods met een renteverhoging te zullen steunen. Bovendien loopt het overheidstekort, na te zijn weggewerkt door Thatcher, dit jaar op tot een geraamde 37 miljard pond (95 miljard gulden). Is een renteverlaging die de Britse economie - en daarmee op de lange termijn de kwaliteit van het pond sterling - kan opvijzelen nog wel mogelijk? De nu ontstane situatie rond het pond heeft in stuurloosheid steeds meer weg van de crisis rond de munt in de jaren zeventig. Ook toen bracht economische politiek van uiteenlopende receptuur de val van het pond niet tot staan. Een opleving van de Britse economie zonder kunstgrepen lijkt de enige mogelijkheid om de val van de munt te breken.