Soedan laat zich van charmante kant zien

Het korte bezoek dat paus Johannes Paulus II vandaag aan Khartoum brengt vormt het onbetwiste hoogtepunt van een recent "charme-offensief' van de moslim-fundamentalistische regering die sinds 1989 in Soedan aan de macht is. Zuidsoedanese christelijke leiders hebben de paus dan ook gewaarschuwd op zijn hoede te zijn: hij schudt in Khartoum handen “die druipen van het bloed van de christenen”. “Ze proberen de paus met de rode loper te blinddoeken”, aldus een open brief van de Nieuwe Soedanese Raad van Kerken, die de paus zaterdag tijdens zijn bezoek aan Oeganda werd overhandigd.

De Soedanese leiders zijn zelfs voor veel islamitische landen in het Midden-Oosten de verpersoonlijking van het fundamentalistische kwaad. Egypte, Algerije, Arabische Golfstaten - de Saoedische leiders, "Hoeders van de Heiligste Plaatsen van de Islam', voorop - verdoemen Soedan in één adem met Iran als het gaat om islamitisch activisme.

In eigen land zijn ook veel moslims (noordelijke Arabieren) ongelukkig over de sluipende islamisering van het dagelijks leven onder toezicht van de alomtegenwoordige veiligheidsdiensten: de steeds striktere toepassing van de officieel ongeschreven islamitische kledingvoorschriften, de scheiding der seksen. Maar oneindig veel zwaarder hebben de ongeveer 8 miljoen christenen en animisten (zwarte zuiderlingen) het, samen 30 procent van de bevolking, als doelwit van arabisering en gedwongen bekering, van religieuze vervolging. Miljoenen leven als ontheemden in het sinds 1983 door oorlog en hongersnood geteisterde zuiden, honderdduizenden als vluchtelingen in kampen en sloppenwijken in de woestijn rondom Khartoum. Hulp op individuele basis wordt vaak afhankelijk gesteld van overgang tot de islam, terwijl voedselleveranties meer in het algemeen als wapen worden gebruikt in de strijd tegen het zuidelijk verzet die tot jihad, heilige oorlog, is uitgeroepen. Er zijn beschuldigingen van etnische zuivering, onder andere gericht tegen de Nuba in het midden van het land, omdat ze de kant van het zuiden hadden gekozen: “een campagne van afgrijselijke dimensies”, aldus de mensenrechtenorganisatie Africa Watch.

Christenen in hogere overheidsfuncties worden langzaam maar zeker naar buiten gewerkt, kerken in hun werk belemmerd. Geestelijken zijn opgepakt, parochies gesloten. Arabisch, de taal van de islam, is op de scholen in het niet-Arabische zuiden ingevoerd. In overheidskring is wel gesuggereerd dat Arabische mannen zwarte vrouwen als tweede echtgenote zouden nemen, om de kinderen als moslims op te voeden.

Met deze praktijken , die eveneens een ruime toepassing van foltering, executies en politieke detentie omvatten, heeft de regering in Khartoum zich langzaam maar zeker in een akelig internationaal isolement gedreven. Maar zeven landen - de andere paria's van de internationale gemeenschap - stemden in december tegen een resolutie in de Verenigde Naties waarin Soedan voor het eerst scherp werd veroordeeld wegens zijn schendingen van de mensenrechten. Daarentegen steunden 102 landen de resolutie. Eerder al hadden Soedans buitenlandse donoren een voor een hun ontwikkelingssamenwerking met Khartoum beëindigd onder verwijzing naar de toestand van de mensenrechten. De voorlaatste was eind vorig jaar Japan; Nederland, dat toen als enige overbleef, meldde de hulp af te bouwen.

De junta haalde zich in september extra woede van de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap op de hals door de standrechtelijke executies van een EG- functionaris en twee Amerikaanse employés in de door het verzet belegerde Zuidsoedanese stad Juba, waar het regeringsleger toen bijzonder tekeerging tegen de burgerij. De paus op zijn beurt kreeg Zuidsoedanese bischoppen op bezoek, en lanceerde een scherp protest tegen de behandeling van de rooms-katholieke kerk.

Intussen ging het razendsnel slechter met de Soedanese economie. De prijzen stegen torenhoog, enerzijds wegens de economische liberalisering in overeenstemming met de eisen van het IMF, anders door het ontbreken van hulp terwijl toch ook de oorlog moest worden gefinancierd. Was dat de reden waarom de regering eind vorig jaar een soort ontspanningspolitiek inzette? Wilde zij weer economische hulp aantrekken en onrust onder de bevolking voorkomen? Misschien speelde later, in december, ook het Amerikaanse ingrijpen in Somalië mee: angst dat zoiets ook wel eens in (Zuid-) Soedan zou kunnen gebeuren.

Het eerste teken van een kosmetische verandering in Khartoum was de benoeming van de anglicaanse bisschop van Wau en Rumbek, Gabriel Roric, als onderminister van buitenlandse zaken, die aan het werk ging om Soedans imago in het buitenland te verbeteren. Medegeestelijken waren woedend: “Het is onbegrijpelijk dat een christelijke bisschop vrijwillig spreekt voor een islamitische regering die publiekelijk heeft gezworen het hele land te islamiseren en actief bezig is christenen te vervolgen en te vermoorden”, aldus de anglicaanse bisschop van Bor, Nathaniel Garang.

Leden van vroegere regimes kwamen weer in de openbaarheid. De laatste democratisch gekozen premier, Sadeq al-Mahdi, gaf voor het eerst sinds jaren een vraaggesprek, aan een regeringskrant. Een naaste medewerker van ex-president Numeiry werd op een hoge regeringspost benoemd. De regering gaf de VN wat meer armslag om in het chronisch hongerlijdende zuiden voedselhulp te verstrekken. Journalisten werden weer tot Soedan en tot het zuiden toegelaten, zelfs in Juba, dat door de autoriteiten maandenlang van de buitenwereld was afgesloten.

De orde van advocaten, die onder nauw toezicht van het regime staat, organiseerde vorige maand een internationale conferentie over “de rechten van de mens in de islam”, waarop voorzichtige kritiek werd geleverd op de heersende gerechtelijke praktijken. Er werd een kantoor geopend waar men terecht kan voor klachten over de veiligheidsdiensten, zij het gevestigd in het gebouw van de staatsveiligheidsdienst. De fundamentalistische macht op de achtergrond, Hassan Turabi, zinspeelde op parlementsverkiezingen. Regeringsvertegenwoordigers waren aanwezig op kerstvieringen in diverse zuidelijke steden, de televisie zond de door de paus opgedragen kerst-mis integraal uit en twee gevangen priesters werden vrijgelaten.

En dan nu de paus zelf op bezoek. Volgens de in Parijs uitkomende Indian Ocean Newsletter heeft het Vaticaan in ruil voor het bezoek Khartoum de belofte afgedwongen dat de huidige status van christelijke scholen, ziekenhuizen en kerken gehandhaafd blijft: de gedwongen islamisering van christenen (maar niet van animisten) zou worden gestaakt. Het Vaticaan op zijn beurt zou het toch al reddeloos versnipperde verzet niet steunen. De Soedanese kerk zelf heeft echter zo haar twijfel. Wat gebeurt er wanneer iedereen Soedan weer vergeet na het vertrek van de paus, vragen lokale geestelijken zich af.