Sociale Storingsmonteur

Kaapstad - Helen Zille werd 41 jaar geleden geboren uit Duitse emigranten. Zij spreekt de taal van haar ouders, en Afrikaans en Engels en Xhosa, maar vooral de taal waar Zuid-Afrika het meest behoefte aan heeft: die van geven en nemen. Zij is publiek conflictbemiddelaar van beroep. In het hele land heeft zij naam gemaakt als bruggenbouwer, op weg naar een democratische maatschappij.

Zij wil niet opscheppen, haar geloofwaardigheid bij alle verschillende bevolkingsgroepen staat en valt met onzichtbaarheid. De staat van dienst van deze ex-journaliste is indrukwekkend genoeg zonder dat zij er een woord aan toevoegt. In Nederlandse termen zou haar klantenkring alle grote steden omvatten, bewonersgroepen in de Bijlmer, op de Rotterdamse Kruiskade en in woonwagenkampen, plus de provincie Zuid-Holland bij het verdelen van schaarse bouwgrond, het oplossen van taxi-oorlogen in Rotterdam en Den Haag en het innen van miljoenen aan achterstallige elektriciteitsrekeningen.

Zij heeft sinds twee jaar een adviesbureau dat het werk menselijk gezien niet kan bijbenen. De enige reden waarom zij even tijd heeft op een zondagmiddag tussen vier en vijf is het niet-doorgaan van een bemiddelingssessie met bewoners uit de beruchte townships bij Kaapstad: Khyelitsa en Crossroads en het Kaapse gebied voor "gekleurde' Zuidafrikanen, Mitchell's Plain. Zij kon nog geen overeenstemming krijgen tussen vertegenwoordigers van 56.000 bewoners en de overheid over een plaats van samenkomst. Dat is vaak het moeilijkste. Dan pas kan het weken voorbereide gesprek beginnen.

In dit geval is Zille in opdracht van het regionaal bestuur bezig nieuwe plannen voor de ruimtelijke ordening voor de mensenzee in groot Kaapstad tot stand te brengen. Het ambitieuze doel is: de ergste golfplaatkampen te laten verdwijnen, de ongecontroleerde uitsmering van het stedelijk gebied tot staan te brengen en te streven naar reïntegratie van de inwoners van Kaapstad. “We moeten de stad weer in elkaar breien.”

De townships en squattercamps liggen nu nog als zweren op de zanderige huid van de Kaapprovincie, net ver genoeg van de Tafelberg om het meer wereldse deel van de stad niet in verlegenheid te brengen. Het nieuwe Zuid-Afrika tracht af te rekenen met die schandvlekken van de apartheid. Dat kan alleen met instemming van alle bewoners. Tot nu toe blijken "gekleurden' meer bezwaar tegen reïntegratie te hebben dan blanken. Bijna alle zwarte gemeenschappen zijn verdeeld in politieke klandizie-gebieden. Ook dat zorgt voor veel wantrouwen. Ruzies en geweld liggen steeds op de loer.

“Ik wil het land leren op een nieuwe, eerlijke manier met dit soort conflicten om te gaan. Wij hebben geen traditie om te zeggen: "sorry, dit hebben we tot nu toe niet zo goed gedaan, laten we samen een oplossing zoeken.' De toewijzing van grond is in Zuid-Afrika bovendien een corrupte en zwaar politiek beladen zaak. Weinig mensen hebben daarbij het idee dat je belangenbehartiging en publiek belang zou kunnen en moeten scheiden. Dat principe begint nu geaccepteerd te raken.”

Het meest geruchtmakende conflict waar Helen Zille het laatste jaar een rol in heeft gespeeld is een taxi-oorlog, die de afgelopen twee jaar in de regio-Kaapstad 66 levens heeft gevergd. In Johannesburg, waar onlangs een taxi-oorlog woedde, richtten de verwijten zich tegen politie en overheid. In Kaapstad was de strijd vooral onderling. Rivaliserende organisaties van minibus-exploitanten, die zwarte werknemers tussen township en stad heen en weer rijden, hadden overcapaciteit en eisten routes en klandizie voor zich op. Dergelijke aanspraken dwongen zij af met de meest ingrijpende middelen.

Zille poetst opnieuw haar rol in het conflict weg, haar taak was "slechts' een vredes-comité bijeen te roepen waar de rivaliserende taxi-ondernemers en andere belanghebbenden in zaten. “Ik verricht geen spectaculaire daden. Het gaat om een onpartijdige analyse en het op gang krijgen van conflict-beheersende processen in de juiste context”, zegt zij als een sociale storingsmonteur.

Zille (meer dan eens met de dood bedreigd in deze zaak) zag in de loop van het proces kans de commissie van de in Zuid-Afrika befaamde rechter Goldstone een onderzoek naar de taxi-oorlog te laten instellen. Uit die rapportage bleek hoe hard het spel door alle partijen werd gespeeld. Dat hielp haar de druk verder op te voeren en moord en doodslag als optie buiten de orde te verklaren. Tot nu toe heeft dat geholpen.

“Bij de taxi-oorlog wist ik dat er in het proces niet veel te verbeteren was, dus heb ik geprobeerd de context te veranderen. Dat betekende de politie uit de situatie weg krijgen. Die was er vooral op uit de tegenstellingen binnen de achterban van het ANC aan te wakkeren. Daarna was het zaak de taxi-mensen duidelijk te maken hoe zij uit elkaar werden gespeeld. Toen kon het vredescomité pas aan het werk. De eigenlijke bemiddeling aan het eind heb ik niet meer hoeven doen. Nu help ik af en toe nog wel eens als nieuwe aanvaringen dreigen.”

Bijdragen aan de vreedzame overgang van het racistische naar een multiraciaal en democratisch Zuid-Afrika is de grote opdracht die Helen Zille zich heeft gesteld. Haar bureau is niet liefdadig en wil niet of nauwelijks afhankelijk zijn van subsidies. Zij heeft te veel goedwillende instanties in haar land zien vervetten en het oog op hun eigen produktiviteit zien verliezen. Met vijf medewerkers in vaste dienst en drie oproepkrachten zorgt zij dat opdrachten waar serieus voor betaald kan worden het werk voor arme klanten mogelijk maken.

Zolang zij quitte speelt is zij bereid een zo te zien onbeperkte werkweek te leveren. Haar man, de socioloog Johan Marais noemt zij dankbaar “een fantastische moeder” voor hun twee zoontjes. Een inwonende zwarte studente vangt de overgangsuurtjes aan begin en eind van de dag op met hulp van haar moeder, die twee keer in de week komt helpen met de was.

“Zo gaat het net”, zegt Helen gehaast. Zij vliegt s avonds naar Johannesburg (afstand Amsterdam-Barcelona) om de belangrijke organisatie voor democratisch burgerschap, Idasa (van de ex-politicus Van Zyl Slabbert) te helpen een programma voor de komende jaren op te stellen.

“De mensen dachten in het begin dat alles vanzelf goed zou komen als in Zuid-Afrika de politieke verhoudingen zouden veranderen. Dat is helaas te eenvoudig. Dit land heeft geen democratische cultuur. De partijen doen hun best, ik zeg niet dat zij niet integer zijn. Maar het democratisch besef is heel ondiep. Niemand weet wat democratie in het dagelijks leven betekent. De mensen moeten in hun eigen omgeving leren te geven en te nemen, zonder direct op geweld terug te vallen. Er is hier geen cultuur waarin men het recht van de ander op een eigen mening erkent. Die moeten we opbouwen.”