Privatisering ABP onder voorbehoud

DEN HAAG, 10 FEBR. De Tweede Kamer stelt een definitief oordeel over de privatisering van het pensioenfonds ABP (belegd vermogen 170 miljard gulden) uit totdat de wet die de privatisering regelt in de Tweede Kamer wordt behandeld.

Wel heeft Minister Dales (binnenlandse zaken) gisteravond van de Kamer het fiat gekregen om al vast het convenant te ondertekenen waarbij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds per 1 januari 1996 wordt geprivatiseerd. Het convenant is vanmorgen door Dales en de ambtenarencentrales ondertekend.

De Kamer toonde zich gisteren bezorgd over een brief van de Verzekeringskamer, waarin de onafhankelijke toezichthouder kritische kanttekeningen plaatst bij het convenant. Volgens de Verzekeringskamer biedt het ABP “onvoldoende waarborgen” om aan de pensioenverplichtingen te kunnen voldoen.

Top-ambtenaar Pont van Binnenlandse Zaken zei dat de Verzekeringskamer van verkeerde veronderstellingen is uitgegaan. Met de vakbonden bestaat overeenstemming over een snellere stijging van de totale ABP-premie waardoor het pensioenfonds wel aan de verplichtingen kan voldoen. De jaarlijkse premieschommeling is niet één procent - zoals de Verzekeringskamer veronderstelt - maar 2 procent.

Het convenant wordt op dit punt bijgesteld, zei vanmorgen een woordvoerder van de Verzekeringskamer. “Dus wij zijn niet van de verkeerde veronderstelling uit gegaan. Immers het convenant wordt bijgesteld op dit punt.” De Verzekeringskamer gaat opnieuw een advies uitbrengen over het - definitieve -convenant dat vanmorgen is ondertekend.

Op de valreep heeft de Kamer, op instigatie van het Kamerlid Scheltema-de Nie (D66), met Dales over de privatisering van het ABP gesproken. De D66-afgevaardigde vindt dat Dales “alles op alles te zetten om de discriminerende bepalingen” die in het convenant zijn opgenomen ten aanzien van ongehuwden (alleenstaanden en ongehuwd samenwonenden) ten opzichte van gehuwden te verminderen.

Ongehuwden krijgen op dit moment van het ABP een, iets, hoger (aanvullend) pensioen dan gehuwden. In het convenant is opgenomen dat vanaf 1 januari volgend jaar, wanneer het pensioenregime vooruitlopend op de privatisering wordt aangepast, voor gehuwden en ongehuwden dezelfde franchise geldt van 26.500 gulden. De franchise is het deel van het salaris waarover geen aanvullend pensioen wordt verzekerd omdat de AOW daarin voorziet. Dit heeft tot gevolg dat het de ouderdoms- en nabestaandenpensioen van gehuwden worden verhoogd met respectievelijk 4385 en 3132 gulden per jaar. Het ouderdomspensioen voor ongehuwden (deze groep blijft uitgesloten van het nabestaandenpensioen) wordt verlaagd met 2541 gulden per jaar.

“De minister heeft de Kamer toegezegd zich in te zullen spannen voor het wegwerken van dit vuiltje”, zegt Scheltema-de Nie. “En wanneer de wet die de privatisering van het ABP regelt in de Kamer wordt behandeld, kunnen we een oordeel uitspreken of haar dat is gelukt.”

Minister Dales zei een voorstander te zijn van het invoeren van een partnerpensioen voor ambtenaren, maar dat ze steeds op weerstand is gestuit bij de vakbonden. “Onzin”, zei vanmorgen Vrins. Hij onderstreepte het belang van het invoeren van een partnerpensioen omdat de uitkering voor nabestaanden lager worden. Het kabinet werkt op dit moment aan een nieuwe versie van de Nabestaandenwet, nadat de Eerste Kamer het oorspronkelijke kabinetsvoorstel terug heeft gestuurd.