Planbureau: tekort in begroting door slechte economie

DEN HAAG, 10 FEBR. Het gat in de Rijksbegroting groeit door de tegenvallende economie dit jaar met 1,5 miljard gulden en volgend jaar met 3,5 miljard gulden. Dit blijkt uit een vertrouwelijke notitie van het Centraal Planbureau aan het ministerie van financiën. De twee coalitiepartners CDA en PvdA denken volstrekt verschillend over de noodzaak om deze gaten te dichten.

CDA-fractieleider Brinkman heeft eind vorig jaar van het kabinet geëist dat het vasthoudt aan de afgesproken norm voor het financieringstekort en vóór 1 maart uitsluitsel geeft hoe dat gebeurt. Minister Kok van financiën zal die datum echter waarschijnlijk met enkele weken overschrijden. Morgenavond vergaderen de PvdA- en de CDA-bewindslieden apart over mogelijke bezuinigingen.

Volgens het regeerakkoord moet het financieringstekort dit jaar beperkt blijven tot 3,75 procent van het nationale inkomen en volgend jaar tot 3,25 procent. Zonder nader ingrijpen zal het tekort volgens het Planbureau zowel in 1993 als in 1994 uitkomen op vier procent. Vasthouden aan het regeerakkoord zou vereisen dat dit jaar alsnog 2,25 miljard gulden wordt omgebogen en volgend jaar zelfs acht miljard.

CDA-woordvoerder G. Terpstra zei vanmorgen in de Tweede Kamer in een reactie dat het kabinet de tegenvallers volledig moet compenseren, maar niet via de Rijksbegroting zoals bij de begrotingsaanpassing in november gebeurde. Het CDA pleit voor bezuinigingen in de volksgezondheid, bijvoorbeeld meer eigen risico's, en in de sociale zekerheid, zoals een aanscherping van de werkloosheidswet en een groter aandeel van de gemeenten in de financiering van de bijstand.

Volgens PvdA-woordvoerder A. Melkert moet het kabinet echter niet te veel bezuinigen als dit leidt tot nog meer werklozen. Het Planbureau verwacht dat het aantal werklozen dit jaar met 47.000 en volgend jaar met 60.000 zal stijgen. De economische groei zou beperkt blijven tot 0,8 procent in 1993 en 1,9 procent in 1994.

Terpstra daarentegen stelt dat het kabinet de vakbeweging niet mag verzoeken om matiging als het niet zelf matigt. Terpstra: “Loonmatiging is goed voor de winsten en de export, maar slecht voor de consumptie. Volgens het Planbureau is het positieve effect van loonmatiging groter dan het negatieve effect. Dat vindt het kabinet ook. Het CDA vindt dat ook voor de consumptieve Rijksuitgaven geldt dat matiging goed is voor de economie. We vinden het vreemd als de regering nu zegt: meer bezuinigingen zijn slecht voor de bestedingen en voor de werkgelegenheid. Dat is het Albert-Heijnmodel.”

Pag.2: Verzet tegen meer bezuinigingen

Binnen het kabinet neemt het verzet tegen nog meer bezuinigingen echter snel toe. CDA-minister Andriessen van Economische Zaken pleitte eind vorig jaar voor een systeem waarin niet elke tegenvaller wordt gecompenseerd. PvdA-minister Ritzen van Onderwijs verklaart morgen in het huisblad van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond dat conjuncturele tegenvallers niet voortdurend moeten worden gecompenseerd. “We moeten niet stellen dat de doelstelling voor het financieringstekort voor honderd procent en onder alle omstandigheden vast.” aldus Ritzen.

Volgens het Centraal Planbureau zal niet alleen het financieringstekort hoger uitvallen dan het regeerakkoord toelaat, maar stijgt ook de collectieve lastendruk uit boven de norm. Die norm bedraagt op 53,6 procent van het nationale inkomen. Dit jaar verwacht zal de lastendruk echter waarschijnlijk 54,3 procent bedragen. Van de beide regeringspartijen heeft vooral het CDA de afgelopen jaren keer op keer aangedrongen op een beperking van de collectieve lastendruk.

Volgend jaar zou de collectieve lastendruk weer wèl aan de norm voldoen. Er bestaat echter op dit moment nog grote onzekerheid over de sociale premies. De notitie van het Planbureau aan minister Kok draagt daarom een voorlopig karakter. Volgende week komt het CPB met meer exacte cijfers. De richting van de cijfers zal daarbij overigens niet veranderen. De tegenvallende economische ontwikkeling is op de eerste plaats een gevolg van de internationale recessie.

Op 7 november heeft het kabinet de Tweede Kamer laten weten dat door de tegenvallende economische ontwikkeling in 1993 een gat op de begroting zou ontstaan van 2,75 miljard gulden en in 1994 van 6 miljard. Besloten werd dat beide gaten voor de helft structueel zouden worden gedicht en voor de helft met incidenteel, via boekhoudige trucs. Op de Rijksbegroting werd via de kaasschaafmethode voor 1993 twee miljard gulden bijeen geschraapt, en voor 1994 1,5 miljard. Dus resteerde er voor 1993 nog een gat van 0,75 miljard gulden en voor 1994 een gat van 4,5 miljard. Door de nieuwe tegenvallers wordt het gat voor 1993 nu 2,25 miljard gulden en dat voor 1994 8 miljard gulden.