Oud-EG-commissaris De Clercq nog steeds optimistisch over Gatt-akkoord; "Handelsconflicten met VS stellen weinig voor'

BRUSSEL, 10 FEBR. EG-commissaris Sir Leon Brittan, belast met de buitenlandse economische betrekkingen van de Europese gemeenschap, gaat morgen op bezoek in Washington. Niet om er de ultieme onderhandelingen te voeren over een Gatt-akkoord over liberalisering van de wereldhandel, zo temperde hij afgelopen week al bij voorbaat de hooggespannen verwachtingen. Nee, de missie van Sir Leon is veeleer bedoeld om van de nieuwe regering in Washington te vernemen of Amerika überhaupt nog wel is geïnteresseerd in het afsluiten van een wereldwijd handelsakkoord in het kader van de Gatt (Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel).

Toen de EG en de Verenigde Staten in november een doorbraak bereikten op het gebied van de landbouw, leek zo'n veelomvattend Gatt-akkoord plotsklaps binnen handbereik. Maar al snel keerden EG-topambtenaren in december met sombere gezichten terug uit Genève, waar het secretariaat van de Gatt is gevestigd. De VS liggen nu op verschillende andere terreinen dwars, zo luidde hun boodschap.

Niet iedereen in Brussel is zo pessimistisch. Het is te voorbarig om president Clinton en zijn regering nu al van protectionisme te beschuldigen, meent bijvoorbeeld de Belgische Europarlementariër Willy de Clercq. Als Europees Commissaris - van 1985 tot 1989 - gaf hij bijna zeven jaar geleden in de Uruguyaanse badplaats Punta del Este mede het startsein voor de huidige Gatt-onderhandelingsronde. Die had, zo werd in Punta del Este afgesproken, eigenlijk twee jaar geleden al moeten zijn afgerond.

De Amerikanen wekken de indruk geen behoefte meer te hebben aan een Gatt-overeenkomst.

“Dat is nogal kras uitgedrukt. Als die redenering al bestaat, dan kan dat ten hoogste een korte termijn redenering zijn. Het is evident dat iedereen, en zeker zulke belangrijke handelsmogendheden als de VS en de EG, belang heeft bij een snelle en positieve afloop van de Gatt-besprekingen”.

Een van de economische topadviseurs van president Clinton, Laura Tyson, beweert dat het streven naar vrijhandel niet noodzakelijkerwijze het beste beleid is. Ook het ontstaan van regionale handelsblokken in de wereld lijkt in strijd met het doel van vrijhandel.

“De trend van het ontstaan van regionale handelsblokken zal zich ongetwijfeld voortzetten, maar dat doet niets af aan de noodzaak om te streven naar multilaterale handelsovereenkomsten. Beide hoeven elkaar ook niet tegen te spreken. Naarmate de trend naar regionale handelsakkoorden sterker wordt, wordt ook de noodzaak groter van een sterke multilaterale handelsaanpak”.

Als EG-commissaris verkondigde u de stelling dat het af en toe oplaaien van conflicten tussen twee grote handelsmachten als de VS en de EG bijna een natuurwettelijk gegeven is, waar niet al te zwaar aan moet worden getild zolang die conflicten maar niet uit de hand lopen. Vallen de huidige fricties ook onder die natuurwet?

“Ik denk van wel. Zeker als men beseft dat die fricties slechts een minimaal onderdeel vormen, zeker in kwantitief opzicht, van de totale handelsstromen. Men spreekt altijd over de enkele procenten waarover we ruzie maken en men vermeldt niet het overgrote gedeelte waarbij alles goed gaat”.

Als het zo goed gaat, waarom moet er dan zonodig een Gatt-akkoord komen?

“Evenals de volledige voltooiing van de interne markt en de ratificatie van het Verdrag van Maastricht is een Gatt-akkoord op korte termijn belangrijk als politiek psychologisch signaal. Dat moet het vertrouwen helpen herstellen en vertrouwen is toch een belangrijk element in de economie. Op middellange en lange termijn moet je een Gatt-akkoord naar zijn eigen verdiensten beoordelen en dat betreft meer dan een signaal. Ik denk dat een Gatt-akkoord van essentieel belang is voor verdere ontwikkeling van multilaterale handel. Het alternatief is het onbekende of protectionisme”.

Niet alleen de VS doen moeilijk. Binnen de gemeenschap ligt Frankrijk dwars en dat heeft natuurlijk met de verkiezingen te maken.

“Daarom heb ik ook altijd gezegd dat er in de Gatt-onderhandelingen niet alleen geen oplossing zou komen vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar ook niet vóór de Franse verkiezingen. Pas daarna krijgt de Franse regering wat meer armslag. Ik voorzag geen akkoord voor juni 1993. Ik heb er altijd aan toegevoegd dat ik hoopte dat ik het mis had, maar alles lijkt er op te wijzen dat het die kant wel opgaat”.

Juni is te laat. In maart verloopt het onderhandelingsmandaat dat de Amerikaanse regering van het Congres heeft gekregen voor de Gatt, de zogeheten "fast track procedure'.

“Juni impliceert dat de "fast track' wordt verlengd. Als die niet wordt verlengd, dan komen we in een onbeschrijvelijke misère terecht. Dan kan dat Congres natuurlijk alles doen”.

Na de grote tussentijdse Gatt-conferentie in Montreal, eind 1998, bent u afgetreden als EG-commissaris. In hoeverre is het onderhandelingsklimaat sinsdien veranderd?

“Tijdens de onderhandelingen in Montreal werd de gemeenschap in het defensief gedrukt. Dat kwam hoofdzakelijk doordat men alles toespitste op de landbouw, ons zwakke punt in de onderhandelingen. Ik heb de indruk dat de EG na de hervorming van het landbouwbeleid en na het landbouwakkkoord met de Amerikanen weer uit haar defensieve positie is getreden en dat we nu weer de mogelijkheden hebben om in het offensief te gaan. Nu zal moeten blijken of dat ook klopt. Er is intussen een nieuwe commissie aangetreden en een nieuwe regering in de VS. Dat verstoort toch enigszins de continuïteit.”

Wat er al een GATT-akkoord geweest, als u een tweede periode als EG-commissaris was aangebleven?

“Dat te beweren zou op zijn minst genomen blijk geven van een overdreven zelfoverschatting.”