Optreden van Alders gunstig voor de oliemaatschappijen

DEN HAAG, 10 FEBR. De oliemaatschappijen hadden het van meet af aan goed begrepen. Hun eerste reactie op de kabinetsplannen met de Waddenzee, op 20 januari gepresenteerd door minister Alders (milieu), was er een van voldoening. Wij zijn “verheugd dat het kabinet op korte termijn een dialoog begint met de concessiehouders in de Waddenzee”, liet hun overkoepelende organisatie Nogepa nog dezelfde dag weten. Het kabinet had kennelijk begrepen dat de maatschappijen hun “legitieme belangen” hadden.

Het is nu drie weken later, en de messen zijn geslepen. Directe aanleiding is de presentatie van de kabinetsplannen door Alders. Bij die gelegenheid zei de minister dat het kabinet bewust heeft gekozen voor de natuurfunctie als hoofdfunctie van de Waddenzee. Het overleg met de oliemaatschappijen zou “in alle heftigheid worden gevoerd”, maar het moest “mogelijk zijn” om te komen tot voortzetting van het moratorium. De bij de presentatie aanwezige journalisten concludeerden zonder uitzondering dat het kabinet voortzetting van het moratorium op gasboringen wilde.

Uit de letterlijke tekst van de kabinetsplannen valt dit echter niet op te maken - anders hadden de oliemaatschappijen niet zo vergenoegd gereageerd. Letterlijk staat er dat “tot 10 januari 1994 een met de concessionarissen overeengekomen moratorium geldt”, dat in de Vierde Nota Extra “inmiddels de wenselijkheid van verlenging van het moratorium uit een oogpunt van natuurbehoud is vastgelegd”, en dat “in het licht van deze feiten” met de concessiehouders de “eventuele voortzetting van het moratorium” onderwerp van overleg zal zijn.

Dat zijn de sporen van een compromis, een voorkeur van het kabinet voor de ene of de andere uitkomst van het overleg met de oliemaatschappijen valt hooguit op te maken uit het feit dat er overlegd gaat worden. De oliemaatschappijen hebben lang gedacht dat het kabinet voortzetting van het moratorium simpelweg zou afkondigen. Maar nu het economisch slecht gaat, het gas in de Groningse velden voor de helft op is en uit de modernste meettechnieken valt op te maken dat er meer aardgas in de Waddenzee zit dan de oliemaatschappijen in 1984 nog meenden, is boren voor het kabinet bespreekbaar geworden. Een Kamer-brede motie uit 1991 dat het kabinet moet streven naar verlenging van het moratorium, wordt door CDA en VVD niet meer gedragen.

Maar de vage formulering in de kabinetsplannen liet minister Alders de ruimte zijn eigen standpunt breed uit te meten. Een door zijn ministerie verstuurd persbericht bevatte de zinsnede dat in de Vierde Nota Extra de wenselijkheid om niet in de Waddenzee te boren “reeds is vastgelegd” - een veelzeggend nuanceverschil.

Het is waarschijnlijk dat Alders zich met deze presentatie in de vingers heeft gesneden. De oliemaatschappijen reageerden verbeten. Wilden ze zich eerst niet uitlaten over eventuele schadeclaims - dat doe je pas in “een uiterste positie” zei secretaris-generaal J. Mathey van de Nogepa op 20 januari - nu wordt al gerept van "miljardenclaims'. Directeur H.G. Dijkgraaf van de NAM zei dat de juridische afdeling van zijn maatschappij “vast wel gedachten heeft” over de omvang van schadeclaims.

Door de opstelling van Alders zag bovendien minister Andriessen zich genoodzaakt ook zijn standpunt naar buiten te brengen, dat tegengesteld is aan dat van de minister van milieu. Volgens Andriessen vertonen de rechten van de oliemaatschappijen gelijkenis met die van een bewoner op zijn huis. Maandag en dinsdag schaarden achtereenvolgens Kok (“Er moet een open en reële afweging komen”) en Lubbers zich achter Andriessen. Nadat Lubbers had gesteld dat het kabinet verlenging van het moratorium “niet als inzet” heeft, zei Andriessen dat “er rechten in het geding zijn” en dat hij daarop had “moeten wijzen”.

Al met al is de positie van de oliemaatschappijen de afgelopen weken aanzienlijk versterkt. Pikant detail daarbij is dat het ministerie van economische zaken met betrekking tot het IJsselmeer, waarvan minister Maij-Weggen bij de presentatie van het "integraal beheersplan' op 28 januari eveneens de natuurfunctie onderstreepte, op een met het ministerie van VROM vergelijkbare manier te werk is gegaan. In een eerste, later schielijk ingetrokken persbericht stond dat wanneer een onafhankelijke contra-expertise aantoont dat boren in het IJsselmeer geen risico's inhoudt, Andriessen de bezwaren tegen gasboringen naast zich neer zal leggen. In de tweede, definitieve versie staat dat de “mogelijk schadelijke effecten” voor natuur, milieu en drinkwatervoorziening “nadrukkelijk worden betrokken” bij de contra-expertise. Daarna zal niet de minister van economische zaken boringen toestaan, maar “het kabinet een standpunt innemen”.