Opstap naar ministelsel

De twintigjarige tegelzetter die half januari ernstig geblesseerd raakte tijdens een voetbalwedstrijd in de amateurcompetitie, krijgt, als herstel achterwege blijft, de komende 45 jaar een WAO-uitkering van 36.400 gulden (zeventig procent van zijn vroegere bruto loon van 52.000 gulden). Alle huidige arbeidsongeschikten, inclusief degenen die al voor 26 januari 1993 in de Ziektewet liepen, blijven nog buiten schot bij de ingrijpende herziening van de collectief georganiseerde arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Een even oude collega van de tegelzetter die morgen van de steiger valt en daardoor blijvend rugletsel oploopt, krijgt na de Ziektewetperiode een minimumuitkering van 18.200 gulden, in het nieuwe stelsel slechts aangevuld met 1820 gulden per jaar wegens opgebouwde WAO-aanspraken. Het verschil tussen hun uitkeringen van 16.380 gulden blijft in stand, totdat beide gewezen bouwvakkers in het jaar 2038 aanspraak op AOW krijgen (aangenomen dat die regeling dan nog bestaat).

Deze ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen is een van de verwerpelijke gevolgen van het compromis dat CDA en PvdA twee weken geleden sloten om een dreigende kabinetscrisis te voorkomen. De bijna een halve eeuw durende overgangsregeling maakt ons stelsel van sociale zekerheid nog ingewikkelder dan het al is. Over een beperkt aantal jaren begrijpt bovendien niemand meer waarom oude gevallen in de WAO zoveel beter af zijn dan nieuwe.

Calculerende werknemers die op tijd "binnen' waren zullen zich wel driemaal bedenken alvorens zij na herstel opnieuw tot de arbeidsmarkt toetreden. Worden zij opnieuw arbeidsongeschikt, dan vallen ook zij onder het nieuwe, veel ongunstiger regime. Dit lock-in effect maakt de nu ingeboekte bezuinigingen tot een budgettaire luchtspiegeling. Los daarvan leidt het WAO-compromis van de regeringspartijen in de jaren 1993-2000 tot een tegenvaller van cumulatief bijna twee miljard gulden.

Voor jongere werknemers verschilt de WAO-nieuwe stijl nauwelijks van een ministelsel, waarbij de overheid uitsluitend uitkeringen op minimumniveau organiseert. De dertigjarige WAO'er, die vroeger 36.400 gulden kreeg uitgekeerd, ontvangt straks maar 5460 gulden in aanvulling op het sociaal minimum van 18.600 gulden, een veertigjarige krijgt een aanvulling van 9100 gulden. Eerst werknemers van 58 jaar en ouder zien hun aanspraak op WAO in vergelijking met de tot nu toe geldende regeling niet verslechteren.

Er bestaat een levensgrote kans op nieuwe tegenvallers omdat het stuwmeer van de WAO door lock-in effecten veel langzamer leegloopt, terwijl het onzeker is of de instroom - ondanks de verslechtering van de uitkeringsvoorwaarden - in de door het kabinet veronderstelde mate zal opdrogen. Het ligt voor de hand dat zich aftekenende tegenvallers de komende jaren worden gecompenseerd door verdere beperking van de bovenminimale uitkeringen. Zo krijgen voorstanders van een ministelsel vanzelf hun zin.

Inmiddels zinnen werknemers en hun vakorganisaties op maatregelen om de loonderving bij arbeidsongeschiktheid te beperken. Werknemers kunnen proberen zelf een aanvullende verzekering tegen arbeidsongeschiktheid te sluiten. Veel zelfstandigen en directeuren (voor wie de WAO niet geldt) hebben op dit moment al zo'n verzekering. De premie hangt af van persoonlijke factoren (gezondheid, leeftijd) en het bedrijf waar men werkt. De verzekeringsmarkt kent echter tekortkomingen. Particuliere verzekeraars plegen te slechte risico's te weren, of zij accepteren deze alleen tegen een zeer hoge premie.

Bij individuele aanvullende verzekeringen is geen sprake van de premiesolidariteit en herverdeling van goede naar slechte risico's die juist kenmerkend zijn voor dwingend door de overheid opgelegde regelingen van sociale zekerheid. Wel hebben de samenwerkende particuliere verzekeraars zich bereid verklaard tot risicoverevening per bedrijf. Wanneer de werkgever zijn gehele personeel en bloc aanmeldt voor een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden alle medewerkers verzekerd, ongeacht hun persoonlijke gezondheidstoestand. De verzekeraar stemt de premie af op kenmerken van dat personeelsbestand, zoals leeftijdsopbouw en ziekteverzuim in het verleden. Het gevolg is dat de premie voor ondernemingen werkzaam in een en dezelfde bedrijfstak aanzienlijk kan verschillen.

Ook zal de mate waarin het verschil tussen uitkeringen oude en nieuwe stijl (het WAO-gat) wordt overbrugd van bedrijf tot bedrijf uiteen lopen. Het staat immers niet op voorhand vast dat werknemers in alle bedrijven bereid zijn de premie te voldoen die nodig is om de verslechtering van hun WAO-aanspraken volledig te repareren. Werkgevers zijn gek wanneer zij die premie gedeeltelijk voldoen. De WAO-premie is van de eerste tot de laatste cent een werknemerspremie. Hun koopkracht neemt toe wanneer die premie dank zij bezuinigingen daalt. Werknemers kunnen ervoor kiezen een deel van hun inkomen te bestemmen voor aanvullende premies. Niet alle werkgevers zullen overigens bereid zijn mee te werken aan het tot stand brengen van een aanvullende verzekering, zeker indien de werknemers zouden weigeren de volle premie voor eigen rekening te nemen.

Deze zich aftekenende diversiteit in arbeidsvoorwaarden is de vakbeweging een gruwel. Zij poogt daarom voor gehele bedrijfstakken tot een verplichte, uniforme aanvullende WAO-verzekering te komen. Particuliere verzekeraars zijn daarvoor niet in de markt. Deskundigen van de bonden spelen daarom met de gedachte de pensioenfondsen in te schakelen. Die zouden behalve het oudedagspensioen ook het aanvullend invaliditeits-pensioen moeten gaan verzekeren, zodat arbeidsongeschikten ook in de toekomst altijd zeventig procent van hun laatste loon krijgen uitgekeerd. Medewerking van de werkgevers is hierbij een dwingende voorwaarde, omdat zij samen met de vakbeweging de pensioenfondsen besturen. Tot nu toe staan de werkgevers niet te trappelen om hieraan mee te werken. Misschien kunnen zij een deal met de bonden maken: in ruil voor hun coöperatie verklaren de werknemers zich bereid de volle premie op te brengen.

Honderdduizenden werknemers zonder pensioenregeling zijn met deze oplossing overigens niet gebaat. Een laatste mogelijkheid is dat de bonden per bedrijfstak een eigen verzekeringsorganisatie opzetten (die wellicht korting geeft aan de eigen leden). Dit is echter niet op korte termijn te realiseren, omdat de benodigde expertise ontbreekt en omdat particuliere verzekeraars over flinke financiële reserves moeten beschikken. Risicomijdende werknemers doen er misschien verstandig aan snel zelf een aanvullende verzekering te sluiten. Duitse verzekeraars bieden polissen aan voor een prikje, omdat zij zich kennelijk (nog) niet bewust zijn van het feit dat Jan Modaal in verhouding veel vaker arbeidsongeschikt wordt verklaard dan zijn Duitse collega. Wie een polis neemt die loopt tot eind 1994, kan rustig de verdere gebeurtenissen aan het WAO-front afwachten en zich voorbereiden op de komst van het ministelsel.