O-Timorese leider verzet heeft eigen agenda bij proces

JAKARTA, 10 FEBR. Toen de rechter hem op de eerste zittingsdag naar zijn naam en nationaliteit vroeg, antwoordde beklaagde: “José Alejandro Gusmao, Indonesiër”. Daar keken de veertig journalisten in de rechtszaal van op. Dat de man die zestien jaar lang leiding had gegeven aan het Oosttimorese gewapende verzet tegen Indonesië zich doodgemoedereerd identificeerde als staatsburger van de "bezettingsmacht', had niemand verwacht. Het proces tegen "Xanana' Gusmao, dat morgen wordt hervat in Dili, de hoofdstad van Oost-Timor, begon verrassend.

Bij binnenkomst in de rechtszaal wuifde Xanana ontspannen naar zijn familieleden op de publieke tribune. Daarna las officier I Ketut Suara de veertig pagina's tellende aanklacht voor: leiding geven aan een afscheidingsbeweging, rebellie tegen de regering en illegaal vuurwapenbezit. Vergrijpen die vermeld staan in het Wetboek van Strafrecht en die kunnen worden bestraft met levenslang cel. Toen de rechter Xanana via een Portugese tolk vroeg of hij de aanklacht had begrepen, antwoordde deze bevestigend. De rechter: “Maakt u bezwaar tegen de aanklacht?” Xanana: “Geen bezwaar”. Weer schuifelden de verslaggevers onrustig met de voeten.

Na die eerste zittingsdag stond brigadier-generaal Theo Syafei, militair commandant van Oost-Timor, de pers glunderend te woord: “Interessant, hè? Als het proces zo soepel blijft lopen als vandaag, zijn we voor het einde van de Ramadan (islamitische vasten) klaar.” De commandant leek niet te twijfelen aan dat tijdschema. Aan het begin van de tweede zitting gebeurde er iets merkwaardigs. Bij het betreden van de rechtszaal voegde Xanana de verzamelde journalisten in het Portugees toe: “Blijf vooral tot het einde van het proces.” Een raadselachtig zinnetje: heeft Xanana een eigen agenda? Met zijn verdediger blijken in ieder geval geen afspraken te bestaan.

Mr. Soedjono, een advocaat uit Jakarta, heeft naar verluidt een schriftelijke volmacht van Xanana, maar het eerste wat hij deed, was zich verweren tegen de aanklacht. Gusmao was zijn politieke strijd begonnen voordat Indonesië Oost-Timor inlijfde, aldus Soedjono. Hij had niet "gerebelleerd' tegen de Indonesische regering, want die erkende hij niet. De raadsman redeneerde als volgt: men kan slechts spreken van een staat als er is voldaan aan drie voorwaarden. Een regering, een grondgebied en een volk. Welnu, in Oost-Timor was sinds het overhaaste vertrek van de Portugezen in 1975 alleen nog een volk en een grondgebied, maar geen staat. Soedjono's conclusie: deze Indonesische rechtbank is niet bevoegd om te oordelen over een Oost-Timorees. Misschien, maar Soedjono's cliënt noemt zich "Indonesiër'.

De openbare aanklager greep dit verweer aan om voor te lezen uit het Indonesische geschiedenisboekje. Het "Oosttimorese volk' had in de "Proclamatie van Balibo' van 30 november 1975 de wens uitgesproken om zich aan te sluiten bij Indonesië, nadat het “had kennis gemaakt met de wreedheden van het Fretilin”. De officier doelde op de verklaring die aanhangers van Apodeti, een pro-Indonesische partij, uitgaven een week voor de invasie van het Indonesische leger in Oost-Timor. Daarna was een "voorlopige regering' gevormd die Jakarta verzocht om "integratie', een wens waaraan de regering in 17 juli 1976 gehoor gaf. De conclusie van de officier: Oost-Timor hoort sindsdien bij Indonesië en de rechtbank te Dili is bevoegd om de "rebel' Xanana te berechten.

De zes Portugese journalisten die de rechtszaak volgen, dreigden vorige week het land uitgezet te worden toen bleek dat een van hen meester in de rechten is. Ze mogen bij nader inzien blijven. Ze zijn morgen weer present, vastbesloten Xanana's advies op te volgen.