Mikpunt Craxi

Het zoontje van Stefania Craxi, de dochter van de socialistische leider, komt huilend thuis van de kleuterschool. “Mamma, mamma, ze schelden me uit.” Wat zeggen ze dan? “Ze noemen me Craxi.”

Het is een van de tientallen grappen die de ronde doen over de hoofdrolspelers in de tientallen smeergeldschandalen. Socialisten hebben de kunst afgekeken van christen-democraten en zijn in recordtempo rijk geworden met smeergeld. “Mijn opa is socialist, mijn moeder is socialist en ook ik ben socialist”, zegt een scholier. “En jij?” vraagt hij aan zijn vriendje. “Nee, ik niet”, antwoordt die, “mijn familie is rijk van zichzelf.”

Twee dames op leeftijd ontmoeten elkaar na lange tijd en vertellen hoe het hun zoons is vergaan. “Je weet dat die van mij een losbol was. Nou, hij is helemaal veranderd. Hij is lid geworden van de socialistische partij, is binnen een jaar vice-secretaris van de provincie geworden, heeft twee huizen, een zwembad, en hij heeft net een Ferrari gekocht. We zijn erg trots op hem. En de jouwe?” “Mah, ook die van ons is een dief, maar wij zijn daar niet zo blij mee.”

Veel van deze grappen zijn voor het eerst gehoord onder kritische socialisten. Nu het aftreden van Craxi in de lucht hangt, voorspellen ze dat Craxi de volgende Giro d'Italia zal winnen. Waarom? “Tegen die tijd is hij zeker op de vlucht.” Zij herinneren ook aan de roemrijke geschiedenis van hun partij. “Die viert dit jaar haar honderdjarig bestaan, maar eigenlijk gaan de wortels veel verder. In de tijd van Ali Baba had de partij al veertig leden.” En beroemd is het recept voor kip alla socialista: men stele een kip en ...”

“De socialisten houden van sportauto's, omdat die een klein stuur hebben. Dan kunnen ze rijden met de handboeien om.” Veel van deze grappen gaan over socialisten in het algemeen, maar het favoriete mikpunt is Bettino Craxi. Na zijn scherpe uitvallen naar critici is de wraak zoet. “Arme Craxi”, zegt iemand, “je zou bijna medelijden met hem krijgen. Zelfs zijn beste vrienden laten hem in de steek. Nu heeft hij alleen zichzelf nog maar.” “Zie je wel dat hij zich met de verkeerde mensen blijft omringen.”

Craxi moet boeten. En misschien, hopen sommigen, komt hij dan zonder geld te zitten. Zijn kleinzoon schrijft een brief aan de kerstman en vraagt als cadeautje 100.000 lire, om zelf iets leuks uit te zoeken. Opa Craxi leest de brief en is helemaal geroerd. Maar hij is platzak, en heeft alleen nog een bankbiljet van 50.000. Hij stopt het in een envelop met een briefje: dit is van de kerstman. De kleinzoon doet de envelop open, reageert wat koeltjes en schrijft meteen een nieuwe brief naar de kerstman. “Hartelijk dank voor de 100.000 lire die u mij heeft gestuurd. Maar u had het beter niet via opa kunnen sturen. U weet hoe hij is, zoals altijd heeft hij weer vijftig procent ingepikt.”

Maar Craxi is een strijdbaar politicus. Hij werkt aan een toespraak waarin hij zich voor eens en altijd zal vrijpleiten, rechtstreeks op tv. Op de ochtend van de grote dag wordt Craxi wakker met een vreselijke uitslag. De beste dermatoloog van Italië wordt erbij gehaald. “Ik kan u helpen”, antwoordt die, “maar het is niet zo leuk: eerst moet deze crème erop, en dan gooit mijn assistent u een emmer stront in het gezicht.”

Craxi dreigt een van zijn legendarische driftaanvallen te krijgen, maar kijkt nog eens in de spiegel en gaat zuchtend akkoord. De dermatoloog smeert de crème erop en dan komt zijn assistent met de emmer stront, vol in het gezicht. Tierend en vloekend gaat Craxi zich wassen. “De uitslag is nog niet weg. Het moet nog een keer, in grotere doses”, zegt de dokter. Hij smeert er een hele tube crème op, en daarna komt zijn assistent met een bomvolle emmer, flatsj, in zijn gezicht. Craxi zit onder. Maar als hij zich wast komt zijn gezicht er als een babyhuidje onderuit. Craxi put zich uit in bedankjes, maar wil ook het geheim weten. “Simpel”, zegt de dermatoloog, “de crème is een persoonlijke uitvinding, een combinatie van hormonen, enzymen en interferon.” O.K., en de emmer stront? “Eh, wat wilt u, ik moet er zelf ook een beetje plezier aan beleven.”