Meer ambtenaren op kabinet Antilliaanse en Arubaanse Zaken

ROTTERDAM, 10 FEBR. Minister Hirsch Ballin breidt het aantal ambtenaren op zijn Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken (Kabna) met eenderde uit. De huidige personeelsbezetting van Kabna, van 60 personen, wordt aangevuld met 17 plus nog vier full-time formatieplaatsen. Een nadere evaluatie in 1995 moet uitwijzen of de vier extra krachten later weer kunnen vervallen of blijvend worden toegevoegd.

Hirsch Ballin heeft over deze uitbreiding een akkoord gesloten met minister Dales (binnenlandse Zaken), die verantwoordelijk is voor het personeelsbeleid van de overheid. De extra kosten belopen 2 miljoen gulden, die door de begroting voor de Antillen en Aruba worden opgevangen en dus in mindering komen op de ontwikkelingshulp. De totale begroting beloopt dit jaar 275 miljoen gulden.

De uitbreiding vloeit voort uit de veranderde relatie met de Antillen en Aruba en een extern reorganisatie-onderzoek dat de afgelopen maanden bij Kabna is verricht. In het regeerakkoord van het kabinet-Lubbers III is afgesproken dat Nederland niet langer streeft naar spoedige onafhankelijkheid van de rijksdelen in de West. Ze mogen zo lang lid van het Koninkrijk der Nederlanden blijven als ze zelf willen. Hirsch Ballin kwam op basis van het organisatie-onderzoek tot de conclusie dat de huidige organisatie van Kabna in kwalitatief en kwantitatief opzicht niet kan voldoen aan de extra taken die voortvloeien uit deze beleidsverandering. De minister wil de hoofdlijnen van zijn beleid beter zichtbaar maken. Tevens streeft hij naar een “duidelijke scheiding tussen beleids- en uitvoeringstaken, zowel bij de vestiging in Nederland (Kabna) als bij de vertegenwoordigingen op de Antillen en Aruba.”

Van de 21 extra ambtenaren komen er 11 bij Kabna in Den Haag te werken en 10 in de rijksdelen. De versterking van de organisatie komt onder andere tot uitdrukking in de vorming van aparte directies voor Wetgeving en staatkundige vernieuwing, Bestuurlijke ontwikkeling, Sociaal-economische ontwikkeling en voor de Vertegenwoordigingen op de Antillen en Aruba.