Liberalen reageren positief op onderzoek toestand gezinnen; Streven naar binding van individu aan gezin of andere relatie

DEN HAAG, 10 FEBR. Liberale partijen zoals VVD en D66 reageren met instemming op het gisteren gepubliceerde onderzoek naar individualisering en de toestand van het gezin. Het CDA zet bij monde van het Tweede-Kamerlid H. Hillen juist grote vraagtekens bij het onderzoek dat veel positiever gestemd is over de individualisering dan de christen-democraten. De PvdA die over het onderwerp verdeeld is, wilde nog niet reageren.

In het jongste nummer van het kwartaalblad Gezin doen onderzoekers van onder meer de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Lanbouwuniversiteit Wageningen een aanval op de neiging in de politiek om individualisme en egoïsme op één lijn te stellen. Die neiging komt volgens hen onder andere tot uiting in het beeld van het individu als "calculerende burger'. De onderzoekers signaleren juist het streven van het individu naar binding aan gezinnen of andere relaties en pogingen om via milieu-organisaties en andere groeperingen de gemeenschapszin nieuwe inhoud te geven. Daaruit blijkt dat individualisering en solidariteit elkaar geenszins uitsluiten.

“Daar ben ik het helemaal mee eens”, reageert VVD-partijvoorzitter, oud-voorzitter van de Emancipatieraad en senator D. van Leeuwen-Schut enthousiast. “Wij hebben ook altijd gezegd dat het streven naar geestelijke en economische zelfstandigheid helemaal niet betekent dat mensen geen relaties aangaan. Maar die relaties worden er alleen maar beter van als ze in onafhankelijkheid worden aangegaan. Ik geloof niet in afhankelijkheidsrelaties.”

Van Leeuwen vindt het onderzoek allerminst van academische waarde voor de practische politiek. “De discussie over individualisering en gezin heeft alles te maken met debatten over een ministelsel in de sociale zekerheid en een andere inrichting van het fiscale stelsel, zoals het afschaffen van het kostwinnersprincipe.” Zelf was ze als senator de laatste weken betrokken bij het verhitte debat over de Nabestaandenwet in de Eerste Kamer. Die wet was zeer controversieel doordat daarin naar de zin van het CDA ongehuwden teveel rechten kregen.

Van Leeuwen wijst erop dat in politieke debatten over sociale zekerheid, onderwijs, of volkshuisvesting steeds vaker de vraag wordt opgeworpen of het individu in plaats van het huishouden als uitgangspunt van beleid moet worden gekozen. Daarbij gaat het onder meer over fiscale maatregelen die de deelname van vrouwen aan het arbeidsproces moeten bevorderen, zoals PvdA, VVD en D66 willen, en de invoering van een basisinkomen en een van de partner onafhankelijke bijstandsuitkering. Het antwoord op die vraag is sterk afhankelijk van de waardering van de handelwijze van het individu. “We moeten in die debatten eindelijk eens knopen doorhakken” vindt van Leeuwen. “Nu hinkt het stelsel nog te veel op twee gedachten.”

Ook A. Nuis, woordvoerder voor D66 op het gebied van onderwijs en cultuur in de Tweede Kamer, deelt “van harte” de analyse van de onderzoekers in het blad Gezin, al is die volgens hem niet nieuw. Doordat de auteurs echter een beeld creëren van “dè politiek en dè overheid” die somber gestemd zou zijn over het individu en zich vervolgens met hun onderzoek tegen dat beeld afzetten, krijgen de bevindingen een glans van nieuwigheid, aldus Nuis. Meer nuancering had de onderzoekers waarschijnlijk tot de constatering gebracht dat die somberheid over de individualisering meer bij partijen als het CDA bestaat dan bij D66, verwacht Nuis.

De conclusies van het artikel in Gezin staan haaks op de bezorgde geluiden die met name in christen-democratische kring over de individualisering worden geuit. Minister Hirsch Ballin (justitie) is sinds zijn aantreden een offensief gestart tegen calculerende en frauderende burgers. En het Tweede-Kamerlid H. Hillen (CDA) die de laatste tijd de "zorgzame samenleving'-ideologie van zijn fractievoorzitter Brinkman met verve uitdraagt, zei vorige maand in De Volkskrant ronduit: “Ik zie een tendens in de samenleving naar individualisme, zo niet egocentrisme. Elco (Brinkman, red.) en ik vinden dat zorgwekkend.”

Hillen houdt, in een reactie op het onderzoek, deze stelling staande. “Het onderzoek laat de houding van het individu tegenover collectieve voorzieningen onbesproken.” Het Kamerlid vindt dat onterecht. “Want als je weet dat voor je ouders voorzieningen zijn waar de staat voor zorgt, of dat je partner, na echtscheiding, een bijstandsuitkering krijgt, dan ga je je daar al snel minder om bekommeren. Het individu gaat dan veel meer voor zijn eigen kansen.” Fractievoorzitter Brinkman pleit hiertegenover juist voor “een herwaardering van trouw en zorg tegenover allerlei discussies over koopkracht en welvaartsgroei”, aldus Hillen.

Ronduit “oppervlakkig” vindt het CDA-Kamerlid Hillen de stellingname in het artikel dat weliswaar veel organisaties zijn verzwakt zoals de kerk en het verenigingsleven, maar dat daar de opkomst van veel nieuwe maatschappelijke organisaties tegenover staat. Hillen: “Veel van die nieuwe organisaties zoals reizigersorganisaties hebben een consumenten-achtig karakter. Je betaalt er iets voor en je krijgt er een dienst voor terug. Bij de traditionele organisaties zoals vakbeweging, scholen en omroepen was er veel meer persoonlijk contact.”

De PvdA heeft in het debat over de individualisering een middenpositie tussen VVD en D66 enerzijds en het CDA anderzijds. De partij is erover verdeeld. Dat bleek vorige week nog eens toen vice-partijvoorzitter en oud-vakbondsman R. Vreeman opvattingen van VARA-voorzitter M. van Dam over individualisering van de sociale zekerheid “weinig doordacht” noemde. Van partijvoorzitter Rottenberg die Van Dam in de commissie haalde die het verkiezingsprogramma van de PvdA gaat schrijven, is bekend dat hij verder met de individualisering van bijvoorbeeld de sociale zekerheid wil gaan dan Vreeman. Ook zette Rottenberg zich onlangs in Vrij Nederland sterk af tegen de gezinsfilosofie van CDA-fractieleider Brinkman. De partijvoorzitter betitelde die filosofie als “wereldvreemd”.

De partijleiding van de PvdA wilde vanmorgen nog niet op het onderzoek reageren. Rottenberg zei meer tijd nodig te hebben voor “een fundamentele reactie”. Vice-partijvoorzitter Vreeman is met vakantie.