Kritiek op WVC om inhoudelijke beoordeling toneel

DEN HAAG, 10 FEBR. Het ministerie van WVC gaat toneel- en operagezelschappen en orkesten op kwaliteit beoordelen. Daarbij zal het ministerie zich mede laten leiden door kunstkritieken in de pers. Tot nu toe liet het ministerie de inhoudelijke beoordeling over aan de Raad voor de Kunst.

Diverse theatercritici, allen lid of voormalig lid van de jury van Het Theaterfestival, hebben deze week in een open brief aan minister d'Ancona van WVC hun "ernstige bezorgdheid' uitgesproken over dit voornemen. De bezorgdheid geldt vooral de aankondiging in een brief van het ministerie aan de gesubsidieerde toneel- en operagezelschappen en orkesten, dat een ambtenaar hen regelmatig zal bezoeken voor onder meer “een kwalitatieve evaluatie van de uitgebrachte produkties, mede aan de hand van persreacties”.

In hun brief staan de critici op het standpunt, dat “sinds Thorbecke is afgesproken dat de overheid zich niet inhoudelijk met de kunst bemoeit”. Het voornemen van WVC zet volgens hen “de onafhankelijkheid van de theaterkritiek op het spel”.

Gerrit Korthals Altes, zakelijk leider van Toneelgroep Amsterdam, vindt de maatregel “absurd”. “Ik pieker er niet over onze produkties met een ambtenaar kwalitatief te evalueren. Het is naïef te veronderstellen dat recensies geen invloed hebben, maar dit voornemen gaat te ver en illustreert misschien dat de overheid erop uit is zich te ontdoen van haar adviesorganen. Artistieke evaluatie is de taak van de Raad voor de Kunst.” Korthals acht de maatregel principieel onjuist maar maakt zich er voor het overige “niet druk over”.

Plaatsvervangend secretaris van de Raad voor de Kunst, J. Honout, acht het voornemen “niet onmiddellijk alarmerend”. Volgens hem kan men niet verwachten dat “een ambtenaar zijn ogen sluit als hij een voorstelling ziet”. Volgens George Lawson, hoofd van de afdeling Podiumkunsten van WVC, geven de opstellers van de brief een "overtrokken uitleg' aan zijn beleidvoornemens en hadden zij er beter aan gedaan “van tevoren even met hem te bellen”. Lawson, die de briefschrijvers volgende week schriftelijk antwoord zal geven, zegt dat de maatregel is bedacht omdat het ministerie niet langer waarnemers naar de bestuursvergaderingen van de gezelschappen afvaardigt. Hij stelt dat de ambtenaren die de gezelschappen bezoeken, niet een artistiek oordeel zullen geven, maar “slechts om een reactie op recensies” zullen vragen. Lawson: “Uiteraard blijft het oordeel van de Raad voor de Kunst het zwaarst wegen. Thorbecke wordt niet begraven.”

Rudolf Wolfensberger, directeur van het Contactorgaan van Nederlandse Orkesten, vindt het voornemen “geen kwalijke zaak”. Het is volgens hem “een bevestiging van de bestaande praktijk en het biedt de mogelijkheid om kritiek te relativeren”.