Jeltsin is bereid af te zien van omstreden referendum grondwet

MOSKOU, 10 FEBR. De Russische president, Boris Jeltsin, is bereid af te zien van zijn plan dit jaar een referendum over constitutionele hervormingen te houden. Hij zei gisteren ook te kunnen accepteren dat pas in 1995 presidentsverkiezingen worden gehouden. Met deze concessies tracht Jeltsin het eind vorige week opgelaaide conflict met parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov te bezweren.

“Laat ons voor het jaar 1993 een moratorium uitroepen op alle politieke vuistgevechten en ons bezighouden met de economie, de belangrijkste zaak die ons kan ruïneren”, aldus Jeltsin.

Het conflict tussen Jeltsin en Chasboelatov stak eind vorige week de kop weer op, nog geen twee maanden nadat beiden voor het oog van de voltallige volksvertegenwoordiging plechtig vrede met elkaar hadden gesloten.

Inzet van de strijd was de vraag of er op 11 april een referendum moet worden gehouden waarin het volk zich kan uitspreken over een nieuwe grondwet en daarmee over het staatkundige bestel van Rusland. Over aard en tijdstip van het referendum waren Jeltsin en Chasboelatov het half december bij wijze van compromis eens geworden. Met hun voorstel de burgers via een plebisciet een nieuwe grondwet te laten goedkeuren suggereerden ze toen dat ze een verdere escalatie van hun persoonlijke politieke conflict wilden voorkomen. Jeltsin liet daarna zelfs zijn door het parlement hevig gekritiseerde premier, Jegor Gaidar, vallen ten gunste van de "apparatsjik' Viktor Tsjernomyrdin.

In theorie had het bij het referendum van dit voorjaar moeten gaan om een keuze tussen een presidentiële republiek en een parlementaire democratie. Jeltsin staat het eerste, centralistische type voor. Chasboelatov zegt een parlementarist te zijn.

Pag.5: Jeltsin ziet toch af van referendum

Jeltsin zag het referendum vooral als een middel om een persoonlijk mandaat van de burgers te verwerven. Als hij die steun zou krijgen, zou hij een presidentieel bestuur kunnen afkondigen en het weerbarstige parlement kunnen uitschakelen. Chasboelatov is daarom nu tegen het plebisciet, waarvan hij twee maanden geleden nog voorstander zei te zijn. De parlementsvoorzitter wil, in plaats van een referendum in april, volgend jaar vervroegde verkiezingen houden voor zowel parlement als president. Tot die tijd moet de regering geheel onder controle van de volksvertegenwoordiging komen te staan.

Jeltsin werd in zijn verlangen naar een rechtsstreeks mandaat van het volk gesteund door het radicaal-democratische kamp, dat zelfs met het idee speelt om een alternatieve Constituante bijeen te roepen als tegenhanger van de officiële volksvertegenwoordiging. Op een door 600 Jeltsin-aanhangers bezochte bijeenkomst, zaterdag in Moskou, riep minister van buitenlandse zaken Andrej Kozyrev op tot een campagne onder het motto "de president of de chaos'. Volgens Jeltsins stafchef Sergej Filatov (tot voor kort vice-voorzitter van het parlement onder Chasboelatov) was een plebisciet de enige manier om de “hervormingen voort te zetten”. De woordvoerder van Jeltsin ging zaterdag nog een stap verder en beschuldigde Chasboelatov van “vals spel”, “huichelarij” en “brutaliteit” jegens de president, nadat de parlementsvoorzitter zelf eerder had opgemerkt dat “de regering moet worden bevrijd uit de betutteling van een president die niet op zijn taak berekend is”.

Chasboelatov heeft ook minder persoonlijke argumenten tegen een referendum. Volgens hem zou een volksraadpleging in het door etnische conflicten geteisterde Rusland de wankele staatkundige eenheid op dit moment verder ondermijnen. Hij vreest dat de vijftien deelrepublieken binnen de federatie het referendum gebruiken om hun eigen onafhankelijkheid ten opzichte van Rusland te verstevigen. Hij staat daarin niet alleen. Zelfs president Valeri Zorkin van het Constitutionele Hof keerde zich tegen een referendum. “Ik ben bang dat een referendum gebruikt kan worden voor demagogie”, aldus Zorkin. Dat was opmerkelijk omdat hij in december de belangrijkste architect was van het compromis waarin het plebisciet van april juist zo'n centrale plaats inneemt. Zorkin heeft aan zijn pleidooi voor een moratorium op referenda echter een voorwaarde verbonden die Jeltsin in de kaart speelt. Volgens de opperrechter kan de volksraadpleging alleen worden afgelast als het Congres van Volksafgevaardigden (het uitgebreide parlement dat Jeltsin steeds de voet heeft dwarsgezet) zich ontbindt. Dat nu was een aanbod dat Chasboelatov niet kan accepteren, omdat het Volkscongres zijn machtsbasis is.

Zorkin heeft zijn ommezwaai verklaard door te wijzen op het feit dat verschillende autonome republieken, provincies en zelfs steden nu al hebben aangekondigd op 11 april hun eigen vragen aan de algemene vraagstelling te zullen toevoegen. Het resultaat van het referendum zou in dat geval erg lijken op de volksraadpleging die Gorbatsjov in maart 1991 hield. Hij vroeg de burgers toen zich uit te spreken over het behoud van de Sovjet-Unie, maar in de verschillende deelstaten, met name de Oekraïne, werd hun door het lokale bestuur tezelfdertijd gevraagd antwoord te geven op een vraag over de eigen onafhankelijkheid. Het gevolg van deze dubbele vraagstelling was toen dat de kiesgerechtigen op beide vragen "ja' antwoordden en aldus de patstelling tussen de centrale staat en de deelrepublieken verder op de spits dreven omdat alle partijen de uitkomst van het referendum vervolgens ten eigen bate konden aanwenden.