"Heilige koeien' benadert schuldvraag vrijblijvend

Voorstelling: Heilige koeien van Oliver Czeslik. Vertaling: Ernst Braches. Spel: Tessa du Mée, Chris Tates en Loek Zonneveld. Regie: Aike Dirkzwager. Gezien: 9/2 Toneelschuur Haarlem. T/m 13/2 aldaar.

In een vervallen abattoir hebben de Berlijnse skinheads hun geheime hoofdkwartier. Een ietwat naïeve documentairefilmer, links, joods en heel bekend, komt er eens een kijkje nemen. Maar de skinheads, die geen behoefte aan pottekijkers hebben, slaan hem in de boeien en dwingen hem te filmen hoe zij zijn voet aan flarden schieten. Dat is de Eerste Sequentie van het toneelstuk Heilige koeien, waarin de 27-jarige Duitse schrijver Oliver Czeslik op de recente gewelddadigheden van radicaal-rechts in zijn land reageert. De structuur van het stuk is even ingenieus als ingewikkeld. De documentairemaker, die eraan gewend is vanuit een solide basis films over werklozen, onbehuisden en aidspatiënten te vervaardigen, is nu opeens zèlf slachtoffer, in zijn eigen film. Die dubbele rol geeft het stuk de perverse geladenheid waar het onderwerp om vraagt.

Regisseur Aike Dirkzwager maakte het geheel nog een graadje ingewikkelder. Zo kwam hij op het onzalige idee de documentairefilmer in tweeën te splitsen. We zien dus hoe toneelcriticus Loek Zonneveld, nonchalant onderuitgezakt achter een groot bureau, uit de tekst voorleest, terwijl een ander zijn camera bedient. Door die abstracte aanpak lost het personage als het ware in het niets op en daarmee is het publiek de mogelijkheid ontnomen met het slachtoffer mee te leven. Ook de spanning is verdwenen, want Zonnevelds kalme voorleesstem sust zelfs de meest welwillende toeschouwer bijna in slaap.

Het gaat de makers van deze produktie, zo zeggen zij in een interview, vooral om de dialoog tussen illusieloze jongeren en gedesillusioneerde jaren-zestig-ouderen. Maar voor een behoorlijke dialoog heb je twee gelijkwaardige gesprekspartners nodig. Loek Zonneveld doet echter geen enkele moeite zijn tegenspeler of wie dan ook te overtuigen. Je kunt er alleen maar naar gissen wat hem met de filmer uit het stuk verbindt.

Ook van de kant van "de jongeren' komt weinig vuurwerk. Soms kruipen Tessa du Mée en Chris Tates weliswaar een moment achter hun tekstboek vandaan, maar zelfs dan houden zij hun personage op een afstand. Zij hebben meer weg van Amsterdamse politicologiestudenten die temidden van gelijkgestemden geroutineerd hun zegje doen dan van moorddadige neonazi's.

Alle ingrediënten die Czesliks tekst zo boeiend maken worden hier vergooid: niet alleen de spelletjes vol valse soldatenromantiek die de skinheads met hun gevangene spelen, maar ook de dubieuze rol van het meisje daarbij. Is zij nu een skinhead of een linkse infiltrante? Dààr doet Aike Dirkzwager nu eens niet moeilijk over. Hij kiest voor het laatste, zonder verder een punt te maken van de leugens die het meisje vertellen moet om de waarheid van ultrarechts te achterhalen. Aan de schuldvraag, toch een centraal probleem bij Oliver Czeslik, gaat Dirkzwager kortom voorbij.

Wat wel indruk op mij maakte, dat was een videobeeld. De skinhead springt wat op zijn zware skinheadschoenen rond en dat, ondersteund door muziek van Bruckner, oogt op het forse projectiescherm als het laarsgestamp van een oprukkend leger.