Fruitmand

Wandelend langs de Veluwezoom bereiken we de Geitenkamp, een gezellig over een heuvel gedrapeerde buitenwijk van Arnhem. Vroeger zou je zeggen: een arbeiderswijk.

We steken een afzijdig pleintje over. Bekend terrein. Veertig jaar geleden liep ik over dit pleintje naar school. Op zichzelf hoeft deze samenloop geen nostalgische zwakte te veroorzaken. Door allerlei toeval ben ik hier de laatste jaren vaak genoeg teruggeweest om zonder aandoening te kunnen passeren. Maar uitgerekend op deze plek ligt nu een zieke voor het raam, een bleek menselijk gelaat in een wolk van wit - kussens, lakens, ledikant en vitrage.

Dit is meer dan waarop ik ben voorbereid. Dit behoort tot de oerbeelden: trolleybus, schillenkar, kolenboer en een zieke voor het raam; tikkertje, verstoppertje, hinkelen en een zieke voor het raam.

Het kan aan mij liggen, aan de buurt waarin ik tegenwoordig woon, of aan de nieuwe tijd als zodanig, maar ik zie nooit meer zieken voor het raam.

Met een licht besef van hinder gaan we voorbij. Naar Rozendaal, Beekhuizen, Rheden. Daar drinken we thee en komen we er op terug. Volgens mij was het een man, volgens Iris een vrouw. Zij is vrij zeker van haar zaak.

Als kind had je wel beter gekeken. Als kind had je gezwaaid.