Ernst van de malaise is niet ingezien

De moeilijkheden van een aantal grote Nederlandse industrieën houden de gemoederen bezig. Moet de overheid zich terughoudend blijven opstellen? Mr. G.A. Wagner en drs. G.M.V. van Aardenne, ooit bepalend voor het gezicht van 's lands economie, zien de ontwikkelingen met lede ogen aan.

ROTTERDAM, 10 FEBR. “Er is te veel tevreden achterover geleund en daar plukken we nu de wrange vruchten van.” Drs. G.M.V. van Aardenne (62), minister van economische zaken in de kabinetsperiode '77-'81 en '82-'86, vindt dat de regering niet adequaat de eerste symptomen van economische neergang heeft onderkend.

“In de zomer van vorig jaar dienden zich de eerste problemen in Duitsland aan. Dat heeft onvermijdelijk gevolgen voor Nederland en dus moet ik constateren dat de regeringsstukken die op Prinsjesdag werden ingediend, aantoonden dat de ernst van de malaise niet werd ingezien.”

Van Aardenne maant de regering “haast te maken met het geven van de noodzakelijke ruggesteun aan de industrie door investeringen te belonen”. Als dat leidt tot vergroting van het financieringstekort, moet maar in subsidies worden gesneden, vindt de ex-bewindsman. “Het is jammer te moeten vaststellen dat de inspanning om de Nederlandse technologische industrie op een hoog niveau te houden de laatste jaren fors is afgenomen. Het staat eenvoudigweg niet meer op de politieke agenda”, aldus Van Aardenne.

“De koude tegenwind die nu opsteekt, zou wel eens lang kunnen aanhouden, want ik geloof dat we het dieptepunt nog niet hebben bereikt”, zegt hij. Wel waarschuwt hij ervoor de actuele problemen bij enkele grote Nederlandse ondernemingen niet op één hoop te gooien. “De situatie bij DAF is van een heel andere orde dan die bij Fokker. Het loopt nu toevallig samen. De surséance van DAF heeft me niet verbaasd, dat heb ik zien aankomen. DAF is immers nooit een intrinsiek sterke onderneming geweest. Ze maken wel goede vrachtwagens, maar het is een perfect voorbeeld van een onderneming met een schaalprobleem. De positie werd allengs zwakker, toen bleek dat de overname van Leyland geen succes was. Bij nader inzien had DAF Leyland veel eerder moeten afstoten”, meent Van Aardenne. “Ik vind het prima dat Nederlandse ondernemingen over de grenzen kijken en mogelijkheden voor samengaan met buitenlandse bedrijven onderzoeken. Voor Fokker is het goed als het wordt overgenomen, zodat het ook een rol kan gaan spelen in het Airbus-consortium”, aldus Van Aardenne.

De oud-bewindsman gaf in 1979 steun aan de scheepsnieuwbouwsector van het noodlijdende Rijn-Schelde-Verolme-concern. Dat geld bleek met het bankroet van RSV verdwenen. Sinds die tijd heeft de overheid zich uiterst terughoudend opgesteld bij steunverlening aan verliesgevende bedrijven. Van Aardenne ziet in de omvang van de huidige perikelen geen aanleiding op te roepen tot herziening van dat beleid.