Degelijk vakwerk van kamerkoor Stuttgart

Concert: Barockorchester en Kammerchor Stuttgart olv Frieder Bernius met Mieke van der Sluis en Mona Spägele (sopraan), James Bowman (countertenor) en Christoph Prégardien (tenor). Programma: Israel in Egypt van G.F. Händel. Gehoord: 9/2, Concertgebouw, Amsterdam.

Niets is zo veranderlijk als de uitvoeringspraktijk van barokmuziek. Conventies en speelmanieren die tien jaar geleden voor nieuw en fris doorgingen, klinken nu versleten en gemaniëreerd. Dat bleek gisteravond bij het concert door het Stuttgarter Barockorchester en het Kammerchor Stuttgart in het Concertgebouw in Amsterdam. Tijdens de uitvoering van Händels bijbelse oratorium Israel in Egypt werden alle clichés van het historisch musiceren in stelling gebracht: het buikje in de strijkerstonen, de strakke vibratoloze zang en een fijn afgetekende koorklank die nergens in smakeloos gebulder ontaardt.

Nu werden deze middelen ooit met succes ingezet tegen de uitwassen die de romantische reuzenbezettingen in de oratoriumwereld hebben veroorzaakt. Händel zelf was bij de première in 1739 nog tevreden met 35 zangers en evenveel instrumentalisten, maar nog geen halve eeuw later waren deze aantallen vertienvoudigd. Het subtiele muzikale symbolisme dat de componist gebruikte om het verhaal van de uittocht van het volk Israel uit Egypte te illustreren, werd meer en meer overvleugeld door de massaliteit van de koorzang.

Dirigent Frieder Bernius, wiens romantische gebaren met zijn dirigeerstokje enigszins detoneerden met de barokke context, verviel in het andere uiterste. In zijn verzorgde, maar overgedetailleerde, door en door beschaafde interpretatie kwamen de theatrale en beeldende effecten slechts den dele uit de verf. Waar Händel luizen, vliegen, hagelstenen, duisternis en andere plagen componeerde, klonken koor en orkest te braaf, te weinig fantasievol. Dat het Kammerchor Stuttgart wel degelijk over een fraaie, volle klank kan beschikken, werd duidelijk in het intense The people shall hear in het tweede deel.

In Israel in Egypt is een bescheiden rol weggelegd voor de solisten. Countertenor James Bowman laveerde even behendig als geroutineerd tussen de snelle, wijde intervallen die springende kikkers moeten voorstellen. Mona Spägele en Christoph Prégardien zongen nauwelijks voldoende noten om een goede indruk te krijgen van hun stem. Het mooie timbre van Mieke van der Sluis klonk wat onvast in haar solistische aanloop naar het slotkoor.

De Stuttgarters leveren binnen de gevestigde historiserende stijlopvatting degelijk vakwerk, maar daarmee horen ze nog niet thuis in de serie Wereldberoemde Barokorkesten. Want een uitvoering waarin het experiment het aflegt tegen dogmatisme, voegt niets toe aan wat we al wisten.