De woeste crescendo's van Nico van der Meel

Concert: Nico van der Meel (tenor) en Eelko Moolenaar (piano). Programma: liederen van Haydn, Beethoven, Schubert, Jensen en Wolf. Gehoord: 8/2, Kleine Zaal Vredenburg, Utrecht.

Ruim twee jaar geleden hoorde ik voor het laatst een liedrecital van de tenor Nico van der Meel, in de Kleine Zaal van het Utrechtse Vredenburg. De zanger werkte (en werkt) voor de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste staatsonderscheiding op het gebied van de muziek, en de verwachtingen waren hooggespannen. Van der Meel kon ze op dat moment helaas niet waarmaken, hij klonk veel te nerveus en was zo druk met pogingen om zijn stem onder controle te houden, dat hij er nauwelijks in slaagde "contact' te krijgen met het publiek.

Daarna heeft Van der Meel kennelijk even de luwte van het muziekleven gezocht om zich te bezinnen. Aan die retraite is inmiddels een einde gekomen. En nu revancheerde Van der Meel zich in de Kleine Zaal in Utrecht, voor zijn mislukte recital van twee jaar geleden. De enorme muzikaliteit, de in iedere noot hoorbare liefde voor het zingen, de heldere, lichte tenorstem die alleen bij een groot volume wel eens wat pregnant dreigt te worden, zijn gebleven. Ook Van der Meels gevoel voor tekstexpressie is als vanouds. Maar wat erbij is gekomen, is een groot inlevingsvermogen, de muzikale diepgang die van een gezongen gedicht meer maakt dan een alleen maar voordragen tekst (waardoor onbenullige gedichten nog steeds fraaie liederen kunnen opleveren).

Vooral in Beethovens cyclus An die ferne Geliebte, met Beethoveniaanse uitbarstingen afgewisseld door momenten van intense tederheid, ging Van der Meel tot het uiterste in woeste crescendo's en uiterst verstilde pianissimo's. In de Italiaans georiënteerde Vier Canzonen van Schubert liet hij zich van de milde, intieme kant horen en in de liederen uit Wolfs Spanisches Liederbuch was de verteller aan het woord.

Helaas was de samenwerking met pianist Eelko Moolenaar niet optimaal. Moolenaar, op zichzelf geen slechte begeleider, speelde te robuust en soms wat onverzorgd in de afwerking voor de verfijnde interpretaties van Nico van der Meel.