De meevliegende Albatros doet Henk de Velde denken aan gedicht van Slauerhoff; Solozeiler gooit zware bundels gedichten overboord

ROTTERDAM, 10 FEBR. “Een beklimmer van de Mount Everest vraag je toch ook niet hoe lang hij er over gedaan heeft om de top te bereiken?” Henk de Velde is zeezeiler en voelt zich verwant met de alpinist. Zoals een berg beklommen moet worden, zo uitdagend is de oceaan. Met zijn 18 meter lange catamaran De Zeeman zeilt De Velde momenteel de wereld rond. In zijn eentje, net als drie jaar geleden toen hij wegens averij in Nieuw-Zeeland een tussenstop moest maken. Nu moet het non-stop en toch maar zo snel mogelijk. Elke keer weer een nieuwe uitdaging.

De Zeeman moet binnen 109 dagen de haven van Brest binnenlopen, om het record van de Fransman Lamazou te verbeteren. Maar De Velde wil het liefst de magische grens van 100 dagen doorbreken. Hij moet dan een gemiddelde maken van 250 mijl (ongeveer 460 kilometer) per dag. De route loopt via Kaap de Goede Hoop, richting Nieuw-Zeeland naar Kaap Hoorn en over de Atlantische Oceaan terug naar Bretagne.

Henk de Velde ligt op het schema van het wereldrecord, iets boven zijn eigen limiet. Na 53 dagen van zonnebaden, piekeren en plenzen bevindt hij zich op ongeveer 1000 mijl van Kaap Leeuwin, het westelijke puntje van Australië. Nog vijf dagen varen en hij is over de helft: 127 graden oosterlengte. Afgelopen zondag had de 43-jarige De Velde telefonisch contact met zijn vriend Henk Timmerman. “De boot houdt zich prima. Alleen de zeilen hebben de laatste weken nogal wat te verduren gehad. Dat baart hem de meeste zorgen. De scheuren worden weliswaar hersteld, maar het doek wordt er uiteraard niet sterker op.” De Velde kan zijn materiaal niet reparen met plakzeildoek. Het is te vochtig aan boord. Naald en garen komen van pas. Met het dichtnaaien van een genua is hij al gauw een dag bezig. Het opnieuw installeren van het gerepareerde zeil moet wachten tot een stille dag. In de wind redt hij dat niet alleen.

Henk de Velde kiest voor een zo zuidelijk mogelijke koers. Tot de ronding van Kaap Hoorn vaart hij ten zuiden van de vijftigste breedtegraad. De aarde is nu eenmaal rond, dus hoe dichter bij Antarctica, hoe korter de afstand. Bovendien is dan de kans op harde wind het grootst. De "roaring forties' zijn berucht, bij de "screaming fifties' gaat elk zeemanshart sneller kloppen. Nadeel van deze koers is de temperatuur, die nauwelijks boven het vriespunt uitkomt.

De Velde's tweede contactpersoon is Titus Bovenberg. Hij meldde zich in 1987 aan als pr-man. Nu is de voorlichter vooral een vriend. Samen delen ze de liefde voor poëzie: Slauerhoff, Marsman en Elsschot. Over de liefde, de zee en "de praktische bezwaren tussen droom en daad'. Elsschot had het er ook moeilijk mee. Bovenberg: “Dat bewonder ik nu zo in Henk. Iedereen heeft zo zijn dromen, maar meestal blijft het daar bij. Huisje, boompje, beestje: dat is toch het veiligst. Ik behoor ook tot de zwakkelingen, Henk gelukkig niet.” Aan het thuisfront regelt Bovenberg de contacten met de media. Hij is optimistisch gestemd. “De paragnost in de "Vijf Uur Show' van RTL 4 voorpelde ook een recordrace”.

De wekelijkse uitzendingen op de televisie worden gesponsord door het kledingconcern Zeeman, de grote financier van het zeilprojekt. Uit commercieel oogpunt een vreemde combinatie: de winkelketen voor de gewone man en het elitaire zeezeilen. Louter persoonlijke motieven gaven de doorslag. Het klikte tussen Henk de Velde en Jan Zeeman, avonturiers in hun soort. Zeeman heeft zijn ketenopgebouwd vanuit Den Helder, waar hij met één kledingzaak van start ging. Het schip heeft hem meer dan een miljoen gekost. En de verzekering betaalt geen dubbeltje uit, mocht De Velde's pronkschip niet heelhuids terugkeren. Het risico is te groot.

Aan boord is er de eenzaamheid, die De Velde zelf heeft opgezocht. Liever alleen dan ergernis om een ander. Zijn zoon Stefan mist hij nog het meest. Hij schreeuwt, hij is stil, hij praat of hij jankt, zo meldt de zeiler in zijn tweewekelijkse column in het Algemeen Dagblad. De ene keer voelt hij zich lekker, de andere keer niet. Met water, kou, regen, storm, mist. Met vieze gevaarlijke golven. Een meevliegende albatros doet hem denken aan een gedicht van Slauerhoff. Literatuur geeft afleiding, maar de boeken worden schaarser. Hij gooit ze overboord, want te veel ballast komt de snelheid niet ten goede. En de muziek van Lou Reed mag maar af en toe. De brandstof is heilig, vandaar. De Velde heeft twee generatoren aan boord. Door de verzengende hitte bij de Evenaar is veel drinkwater opgegaan. Omdat het de laatste weken weer veelvuldig regende, hoefde hij zijn voorraad nauwelijks aan te spreken.

De Velde geeft weinig gehoor aan de vele oproepen via Radio Scheveningen. Meestal zoekt hij zelf contact. Het dilemma van de solo-zeiler. De zo vurig gewenste afzondering van de buitenwereld, die hij op zijn beurt toch ook weer nodig heeft. Timmerman: “Soms belt hij weken niet. Dan weer elke dag. Of 's nachts, want dan ben ik zeker thuis.”

Binnen twee weken passeert hij Nieuw-Zeeland. Drie jaar geleden deed De Velde noodgedwongen het haventje van Bluff aan. Zijn toenmalige catamaran Alisun moest met grote schade op de helling voor een provisorische reparatie. De Zeeman vaart waarschijnlijk een meer zuidelijke koers, langs de Auckland-eilanden. In dat geval krijgt het na thuiskomst uit te geven reisverhaal een andere titel. Zwaaien naar Bluff gaat op zo'n afstand niet meer op. Henk de Velde moet voor 30 maart de haven van Brest binnenvaren. Dan is hij de snelste non-stop solozeiler rond de wereld.