"Belang natuur mag in Wadden niet prevaleren'

DEN HAAG, 10 FEBR. Het kabinet vindt gasboringen in de Waddenzee bespreekbaar. Ook minister Alders (milieu) schaart zich achter het uitgangspunt van het kabinet dat de belangen van natuur en milieu niet mogen prevaleren boven die van de economie.

Dit bleek gisteren uit de antwoorden van minister-president Lubbers, minister Andriessen (economische zaken) en minister Alders op vragen van D66. Deze partij wilde weten of er binnen het kabinet onenigheid bestaat over voortzetting van het in 1984 met de oliemaatschappijen afgesloten moratorium op boringen in de Waddenzee, dat volgend jaar afloopt.

Volgens Lubbers is het uitstellen van de gasboringen niet de inzet van het kabinet in het overleg met de oliemaatschappijen NAM, Elf-Petroland en Mobil. Het overleg zal volgens hem worden gevoerd met respect voor elkaars wederzijdse posities, en pas na afloop zal duidelijk zijn wat de inzet van het kabinet is.

Bij de presentatie van de kabinetsplannen onderstreepte Alders enkele weken geleden het belang van de Waddenzee als natuurgebied. Hij liet doorschemeren dat verlenging van het moratorium wenselijk is. De oliemaatschappijen lieten daarna weten dat de staat miljardenclaims kan tegemoetzien als het hun rechten niet honoreert om in de Waddenzee naar gas te boren. Ook zou de staatskas dan 10 tot 20 miljard gulden mislopen.

Andriessen wees er dit weekeinde voor de TROS-radio op dat een moratorium niet eenzijdig kan worden verlengd. Minister Kok (financiën) sloot zich hier gisteren op een partijbijeenkomst van de PvdA bij aan door te stellen dat “niet op voorhand een taboe mag rusten op boringen in de Waddenzee”.

Zowel Alders als Andriessen zeiden gisteren het overleg met de oliemaatschappijen in te willen gaan met, in de woorden van Andriessen, “een mitrailleurvuur aan doelstellingen”, waaronder economische en milieutechnische. Tijdens het overleg zal de noodzaak van boringen voor de oliemaatschappijen ter sprake komen, de manier waarop de oliemaatschappijen denken te boren, de verwachte effecten daarvan op natuur en milieu, de maatregelen om eventuele risico's te beperken en de compensatie voor de staat in het geval van calamiteiten. Het overleg moet binnenkort beginnen.