A. Samson: vóór hervorming beurs eerst praten over uitkoopsom; "Kleine hoeklieden moeten voor hun belang opkomen'

AMSTERDAM, 10 FEBR. “Onbegrijpelijk dat de kleine hoekmansbedrijven die op den duur dreigen te verdwijnen, niet voor hun belangen opkomen”, zegt A.J. Samson, de enige hoekman op de Amsterdamse effectenbeurs die geen lid is van de Vereniging van Hoeklieden.

Samson vindt dat eerst over een uitkoopsom voor de circa vijftien van de tweeëntwintig hoekmansbedrijven moet worden gesproken met de Vereniging voor de Effectenhandel. “Pas daarna heeft het zin om met de hoekmansbedrijven die overblijven, te praten over zaken zoals de scheiding tussen de wholesale- en de retailmarkt en de verdeling van de fondsen onder de hoekmansbedrijven. Voor de bedrijven die hun deuren moeten sluiten, heeft het geen nut over dat soort dingen te praten”, aldus Samson, een van de drie aandeelhouders van het Amsterdamse hoekmansbedrijf Slootjes-De Ruiter Combinatie. Samson die al dertig jaar op de beursvloer werkt, verwacht dat zijn bedrijf gesloten moet worden als de veranderingen op de beurs worden doorgevoerd.

Het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs, waarin behalve de hoeklieden ook de andere leden van de beurs, banken en commissionairs, zijn vertegenwoordigd, heeft vorige week in grote lijnen ingestemd met de hervormingsvoorstellen van adviesbureau McKinsey. Het centrale markt-principe waarbij de hoeklieden een sleutelrol spelen, wordt verlaten. De aandelenhandel zal worden gesplitst in een segment voor grote transacties (wholesale) en een segment voor kleine en middelgrote transacties (retail). Alleen de handel op de retailmarkt, volgens de beurs 80 procent van de transacties, zal nog via de hoeklieden lopen. Nu loopt alle handel nog verplicht via de hoeklieden die vraag en aanbod bij elkaar brengen en aan de hand van die marktinformatie een prijs van een aandeel vaststellen. Verder wil de beurs het aantal hoekmannen per fonds terugbrengen van minstens twee naar een.

Volgens Samson moet het uitkoopbedrag per hoekmansbedrijf worden gerelateerd aan de gemiddelde courtage (beloning bij de totstandkoming van een transactie) die deze bedrijven de afgelopen jaren ontvingen. Jaarlijks betalen commissiehuizen (banken en commissionairs) zo'n 90 miljoen gulden aan courtage aan de hoekmansbedrijven voor hun diensten. Naar schatting gaat in totaal tussen de 20 en 35 miljoen gulden daarvan naar de hoekmansbedrijven die moeten verdwijnen. “Per bedrijf moet gekeken worden hoeveel courtage ze gemiddeld hebben ontvangen. De uitkoopsom zal daar een veelvoud van moeten zijn. Hoeveel keer dat bedrag is een punt van onderhandeling”, meent Samson.

De Vereniging van Hoeklieden die namens de hoeklieden praat over de hervormingen vindt dat over een totaalpakket moet worden gesproken. De hoekmannen worden op dit moment in het beursbestuur en allerlei commissies vertegenwoordigd door J.L. Abcouwer (Glasbergen), G.H.A. Kroon (Van der Moolen), W.J.F. Vriend (Van der Moolen) en R.H. Zieck (Van der Wielen). De hoekmansbedrijven waarbij zij werken behoren vrijwel zeker tot de vijf tot acht bedrijven die blijven voortbestaan. Samson vindt het een bezwaar dat de belangen van de kleinere hoekmansbedrijven op geen enkele wijze worden behartigd.

Samson heeft, net als de Vereniging van Hoeklieden, inmiddels een advocaat in de arm genomen om te laten onderzoeken welke rechten hij heeft. De Amsterdamse effectenbeurs gaf gisteren een toelichting op de hervormingsplannen, maar wilde nog niets kwijt over een eventuele afkoopregeling voor de hoekmansbedrijven. “Dat is een punt waarover in het bestuur nog wordt gesproken”, aldus de beursvoorlichter.