"Zweet' portretteert eigentijdse dertigers met versleten idealen

Voorstelling: Zweet. Tekst en regie: Koos Terpstra. Spel: Roos Ouwehand, Michel Dunant, Cees Geel, Leo Janssen, Remco Melles, Jurg Molenaar. Gezien: 7/2 Theater Bellevue Amsterdam. T/m 28/2 (12u30; niet op za en ma) aldaar.

Tegen het meer dan realistische decor van het Leidseplein speelt zich in theater Bellevue "Zweet' af, de nieuwe lunchpauzevoorstelling van Koos Terpstra. De spelers zitten in de vensterbanken, staren naarbuiten en zwaaien zelfs zo nu en dan een voorbijganger toe. Die nadrukkelijke aanwezigheid van de buitenwereld geeft het stuk een enorme spanning, want binnen gebeuren dingen die het daglicht niet verdragen kunnen.

Onverkwikkelijk is al meteen de openingsscène, waarin een invalide bejaarde voor gek gezet wordt door een met het publiek flirtende jongeman in een knalrood quizmasterkostuum. Maar dat is nog een vredig tafereel vergeleken met de oorlog die vervolgens losbarst tussen een man en een vrouw, Cees en Roos geheten, net als de acteurs die deze rollen spelen. Cees, de indringer, randt Roos aan waar haar vrienden bij staan; hij rukt haar schoen van haar voetje, trekt haar spijkerbroek omlaag en grijpt haar bij haar kruis. Roos' wraak is even uitgekookt als grenzeloos, misschien wel omdat zij in één keer met alle mannen tegelijk afrekent.

Zweet is echter beslist geen radicaal-feministisch pamflet. De hartstocht van de aanrander heeft ook iets aangrijpends, terwijl de vrouw net zo lang doorgaat met het martelen van de man tot zij alle sympathie verspeeld heeft. Echt sympathieke personages kom je in Terpstra's stuk niet tegen. Er is iets volkomen fout gegaan met deze eigentijdse dertigers. Ze zijn niet in staat elkaar te troosten en zijn te laf om in te grijpen wanneer er vlak voor hun neus iemand mishandeld wordt. De enige die er nog een handvol versleten idealen op na houdt is de oude invalide, maar naar hem wordt niet geluisterd.

Koos Terpstra schetst een pessimistisch beeld van zijn generatie, een generatie die in zijn ogen flink op drift geraakt is omdat ze nergens houvast vinden kan. Er valt dan ook weinig te lachen bij deze voorstelling, die wel meer zwakke punten heeft, bijvoorbeeld een aantal overbodige personages. Maar het mooie ensemblespel maakt veel goed en de slotscène is ronduit indrukwekkend. Daarin staan alle spelers stil voor het raam. Meeuwen buitelen krijsend rond, sneeuwvlokken dwarrelen langs het glas. “Waar heb je dat nog, zo'n paradijs?” vraagt een van de spelers zich af, terwijl hij strak naar buiten kijkt. Wat klinkt dat melancholiek, na alles wat men elkaar het afgelopen uur heeft aangedaan.