Speelse dans met blauwe afwasteiltjes

Gezelschap: S.O.A.P. Dance Theatre Frankfurt. Produktie: Made to Measure; choreografie: Rui Horta; muziek: Wolfgang Amadeus Mozart; Les Tambours du Bronx en Etienne Schwarcz. Gezien: 8/2 De Meervaart, Amsterdam.

In het kader van de culturele en wetenschappelijke manifestatie De facelift van Europa die in februari en maart in Amsterdam plaatsvindt, trad de in Frankfurt gevestigde groep S.O.A.P. Dance Theatre op. Het gezelschap, geleid door de uit Portugal afkomstige Rui Horta, was eerder in het Bredase Dansfestival te gast en heeft in zijn tweejarig bestaan al een zodanige reputatie opgebouwd dat ze kriskras door Europa trekken en een Zuidamerikaanse tournee voor de boeg hebben. De produktie Made to Measure bestaat uit drie choreografieën, alle van de hand van Rui Horta. De danstaal die hij gebruikt wordt gekenmerkt door veel soepele vallen en acrobatische elementen. De bewegingen, soms scherp, soms rond en vloeiend worden harmonisch aan elkaar geregen. Ze tonen kracht, vitaliteit en een beheerste drift terwijl ze ook vaak een kwaliteit hebben van een diepe zucht. Wolfgang, Bitte... waarmee Made to Measure opende zit vol van die zuchten waarbij de lichamen even in piëta-achtige houdingen in de lucht hangen om dan geluidloos ineen te zijgen. De zes uitvoeringen worden vaak in paren gekoppeld, twee mannen, twee vrouwen, een man en een vrouw, maar in het bewegingsmateriaal wordt geen onderscheid tussen de sekse gemaakt. Men zoekt een steun en krijgt die ook wel maar dat gaat gepaard met afwijzing en onbeholpen pogingen. Het is een fascinerend werk dat echter in zijn opbouw toch niet echt overtuigd omdat het een goede dramatische ontwikkeling ontbeert. Ordinary Events, het tweede onderdeel heeft een agressieve ondertoon. Drie vuurrode van voor naar achter lopende brede lopers verdelen het toneel. Op iedere baan een stoel. Er ontwikkelt zich een strijd om het bezit van territorium, van een honk. Paarsgewijs maar ook als individu. Ook hier weer boeiend bewegingsmateriaal dat een heldere dramatische lijn en climaxen mist hoezeer de opzwepende muziek van Les Tambours du Bronx die ook oproept. Het meest suggestieve werk vond ik Diving. Gedurende het hele stuk staat en ligt een danser op een drie meter hoge springplank en spreekt teksten uit over zijn verlangen naar de zee, naar water. Soms duidelijk en poëtisch: "I wish I was a fish' en "As fish I wish a kiss-, soms nauwelijks verstaanbaar in zijn woede en frustratie. Onder hem zijn zijn zes collega's net als hij in zwemtenue gehuld in de weer met blauwe afwasbakken die over het toneel verspreid staan. Hun bewegingen zijn strakker en langlijniger dan in de andere twee programma-onderdelen en er zitten veel speelse elementen in. Halverwege komen kletterende waterstralen naar beneden die men bijna gelukzalig over hand en hoofd laat stromen om ten slotte voorzichtig de voet in de volgelopen bakken te plaatsen. Op dat moment besluit de man op de plank tot een duik. Houding en licht zorgen dan voor een uiterst suggestief theatraal effect. De zeven dansers van de groep, afkomstig uit Spanje, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Zweden en Noorwegen, Europeser kan het niet, zijn goed en werken homogeen ook al zijn ze zeer verschillend van aard en lichaamsbouw. Het is duidelijk dat ze op eenzelfde golflengte zitten en affiniteit met het werk van Rui Horta hebben. Geen verbluffende of overweldigend verrassende groep maar wel een met kwaliteiten die een langer vervolgbezoek zouden rechtvaardigen.