"Onkreukbare' Bérégovoy in opspraak

PARIJS, 9 FEBR. De Franse socialisten blijft geen tegenslag bespaard. Na de electoraal nadelige verwikkelingen over partijleider Fabius en twee andere oud-ministers in het schandaal van het met aids-virussen besmette bloed, dat het leven van honderden hemofiliepatienten heeft geëist, is nu ook de reputatie van premier Pierre Bérégovoy, als boegbeeld van onkreukbaarheid, aangetast.

"Béré', die als minister van financiën de Franse economie als een streng huisvader bestuurde, kondigde na zijn benoeming tot premier vorig jaar aan dat hij de corruptie (in de politiek) zou aanpakken. “Het abces van de corruptie moet geledigd worden”, zei de regeringsleider, die zich graag laat voorstaan op zijn eenvoudige afkomst (zijn Oekraïense vader en zijn Normandische moeder hadden een cafeetje) en trots is op zijn carrière als autodidact.

Enkele weken nadat de Franse Nationale Vergadering een wetsontwerp aanvaardde dat onder meer corruptie in handelstransacties moet voorkomen, is gebleken dat Bérégovoy, de man van de "harde franc', profiteerde van een vriendendienst van een schatrijke zakenman, die tevens een vriend van president François Mitterrand was. Er is niets onwettigs gebeurd, verklaarde de premier onmiddellijk. Tot nu toe is het tegendeel niet gebleken, maar deze "affaire' heeft hem toch in diskrediet gebracht.

Bérégovoy kocht in 1986 een 100 m² groot appartement in het chique vijftiende Parijse arrondissement voor de destijds schappelijke prijs van ruim 2,4 miljoen francs (circa 800.000 gulden). Hij kreeg een renteloze lening van een miljoen franc die hij na tien jaar moest terugbetalen - wat dus een miljoen franc goedkoper is dan een lening bij de bank. De geldverstrekker was Roger-Patrice Pelat, die in 1988 de hoofdrol speelde in het zogeheten Péchiney-schandaal.

Pelat profiteerde van de voorkennis, dat het Franse staatsbedrijf Péchiney het Amerikaanse bedrijf Triangle wilde overnemen. Hij kocht, met medeweten van twee naaste medewerkers van de toenmalige minister van financiën Bérégovoy (die beiden moesten opstappen), Triangle-aandelen op Wallstreet die na de overname door Péchiney flink in koers stegen: winst 20 miljoen franc. De zakenman, die in 1985 ook al eens 20 miljoen francs zou hebben gekregen voor zijn bemiddeling in een handelstransactie met Noord-Korea, overleed kort na zijn Péchiney-coup.

De rechter-commissaris die een onderzoek instelt naar de Noord-Korea-transactie, stuitte in de boeken van Pelat op de lening aan Bérégevoy. De twee zonen van Pelat legden vervolgens documenten over waaruit bleek, dat de premier een half miljoen franc had afgelost tussen 1986 en 1988 en de rest eind vorig jaar had voldaan, geheel in overeenstemming met wat "Béré' zelf had gezegd. Eén detail bleef curieus: het eerste half miljoen had de regeringsleider voldaan in de vorm van “stukken voor verzamelaars, kunstwerken en antieke meubelen”. Bérégovoy staat niet bekend als een liefhebber van schone kunst.

De kunsthandel van Bérégovoy is maar een van de vele affaires die het blazoen van de socialisten hebben bevlekt. De belangrijkste blijft die van het met aids-virussen besmette bloed dat partijleider Fabius, die premier was toen dit drama zich voltrok, blijft achtervolgen. Fabius heeft zelf om berechting gevraagd, maar de tenlastelegging "onvrijwillige doodslag' kan pas worden geformuleerd in april, als het nieuwe parlement is gekozen. De eerste secretaris van de Parti Socialiste blijft dus aangeschoten wild tijdens de verkiezingscampagne.

Ook de rechtse partijen hebben hun affaires die naar corruptie ruiken. De leider van kleine Parti Républicain, François Léotard, die geldt als een mogelijke opvolger van Bérégovoy, zal niet strafrechtelijk worden vervolgd voor een voordelige transactie bij de aankoop - alweer - van een huis in Fréjus, waar hij burgemeester is. Maar de reden voor dit besluit - de feiten zijn verjaard - wast de verdenkingen niet weg, zoals de rechtbank duidelijk vaststelde.

Macht corrumpeert en omdat links de afgelopen jaren aan de macht was, zijn de socialisten meer dan hun politieke tegenstanders het onderwerp van onthullingen waarop de Franse kiezers vrijwel dagelijks worden onthaald. Met Fabius en Bérégovoy als "onmogelijke leiders' (kop in een krant) gaat de Parti Socialiste de strijd in, in de steek gelaten door Mitterrand, die zich met zijn getrouwen voorbereidt op het "samenleven' met een rechts kabinet. Voor de afrekening na de aanstaande nederlaag worden de messen al geslepen.

Over het effect van de publiciteit over kleine en grote schandalen zijn de politici van links en rechts het zeldzaam eens. Volgens een enquête die de Journal de Dimanche liet verrichten, is 92 procent van de ruim 500 afgevaardigden in de Nationale Vergadering het erover eens dat het imago van politici slecht is. En 97 procent meent dat de reputatie van politici "een beetje' (29 procent) of "veel' (68 procent) achteruit is gegaan. De Franse volksvertegenwoordigers kennen hun kiezers.