Notitie van Verzekeringskamer: ABP kan niet aan plichten voldoen

DEN HAAG, 9 FEBR. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, dat op 1 januari 1996 wordt geprivatiseerd, biedt “onvoldoende waarborgen” om aan de pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. Dat schrijft de Verzekeringskamer, de onafhankelijke toezichthouder, in een vertrouwelijke notitie aan minister Dales (binnenlandse zaken).

“Het ABP is slechts een uitvoerende instantie”, zei vanmiddag de woordvoerder van het pensioenfonds desgevraagd. “Wanneer wij te weinig financiële middelen krijgen van overheid en vakbonden is het niet vreemd dat we niet volledig aan onze toekomstige verplichtingen kunnen voldoen.” Op dit moment verzorgt het ABP voor ongeveer 480.000 mensen het pensioen.

In december hebben minister Dales en de vier ambtenarencentrales een akkoord bereikt over de privatisering van het ABP - met een belegd vermogen van 170 miljard gulden het tweede pensioenfonds van de wereld. In het toen gesloten convenant staat dat de totale ABP-premie tot 2001 met ongeveer 7 procentpunten moet stijgen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

De Verzekeringskamer, de overheidsinstelling die is belast met het wettelijk toezicht op verzekeringsmaatschappijen en bedrijfspensioenfondsen, is gevraagd advies uit te brengen over dit convenant. In de brief die begin februari naar minister Dales is gestuurd schrijft de Verzekeringskamer dat het convenant geen zekerheid biedt om de pensioenverplichtingen “op elk moment volledig door vermogen gedekt te doen zijn”.

In het convenant hebben Dales en de vakbonden afgesproken dat de totale ABP-premie per jaar maximaal met 1 procentpunt mag stijgen. De Verzekeringskamer pleit in de notitie voor een snellere stijging van de premie. Dit heeft grote financiële consequenties voor de overheid, die als werkgever 75 procent van de premie betaalt; 25 procent wordt betaald door de ambtenaren.

De Verzekeringskamer vindt het convenant “een goede aanzet” voor een structurele oplossing voor de financieringsproblematiek van het ABP. De privatisering betekent dat het fonds zal worden bestuurd door werkgevers en werknemers. Het ABP-bestuur stelt dan ook de premie vast, niet de overheid.

Vanavond debatteert de Tweede Kamer met minister Dales over de privatisering van het ABP. Daarom wil de bewindsvrouwe nu nog niet in het openbaar reageren op de brief van de Verzekeringskamer. Op de valreep wordt in de Tweede Kamer gesproken over de privatisering van het ABP. Morgen wordt het convenant tussen Dales en de vakbonden ondertekend.

Pag.18: Reserves verdwenen door lagere premies

In de jaren tachtig profiteerde het ABP van de hoge reële rente (na inflatie). Dit resulteerde in overschotten en om die af te romen, werd de premie door zowel het eerste als tweede kabinet-Lubbers bewust laag vastgesteld: 8,8 in plaats van 17,75 procent. Dit scheelde het ABP sinds 1982 in totaal ongeveer 22 miljard gulden aan premie-inkomsten; de "overreserve' verdween als sneeuw voor de zon en sloeg om in een tekort. Het zogenoemde actuarieel tekort - het bedrag dat nodig is om aan de toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen - wordt door het ABP op ruim 30 miljard gulden geschat.

Een commissie onder leiding van top-ambtenaar H. Pont van Binnenlandse Zaken, hield vorig jaar een pleidooi om de werkgeverspremie te verhogen om zo de financiële tekorten van het ABP weg te werken. Deze commissie berekende juli vorig jaar dat de premie moet stijgen van 9,6 procent tot 17 à 19 procent (voor pensioen, WAO en Vut samen). Elk jaar dat de premie onder dit percentage blijft, stijgt het tekort van het ABP met 3,9 miljard gulden.

Met de privatisering van het ABP wordt tegelijkertijd het groene licht gegeven voor een nieuw model voor de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren. In plaats van één CAO voor alle 750.000 ambtenaren wordt dit jaar in acht verschillende sectoren over hun arbeidsvoorwaarden onderhandeld: onderwijs, gemeenten, rijk, defensie, politie, provincies, waterschappen en rechtelijke macht. Er komen dus acht aparte CAO's.

De vakcentrales voor ambtenaren wilden pas hun fiat geven aan deze "decentralisatie' als overeenstemming was bereikt over de privatisering van het ABP.

Behalve het nieuwe overlegmodel loopt "normalisatie' van arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen en personeelsmanagement als een rode draad door het beleid van minister Dales en haar rechterhand, topambtenaar H.A.P.M. Pont. Met ingang van 1 januari 1996 worden bijvoorbeeld alle ambtenaren ondergebracht onder de werknemersverzekeringen Ziektewet, Werkloosheidswet en WAO (arbeidsongeschiktheid). Op dit moment gelden nog specifieke regelingen, maar Dales heeft - in haar rol als werkgever - er per onderhandelingsronde iets vanaf "geknabbeld', vinden de vakcentrales.