Kunstbeleid

De overheid gaat het grote aantal kunstenaars dat van de bijstand leeft terugdringen.

De "kwaliteit' van het werk van de "veelbelovendste' kunstenaars en de "activiteit op de kunstmarkt' zullen bepalen wie wel en wie niet in aanmerking komt voor een beurs. Dit zal leiden tot een nieuwe vorm van eenheidskunst, vergelijkbaar met de staatskunst uit het vroegere Oostblok. Ook pas afgestudeerde kunstacademie-studenten zullen aan selectie worden onderworpen. Nu al wordt in het kunstonderwijs studenten geleerd "moderne kunst' te maken. Musea en galeries tonen de kunst die "het heeft gemaakt' en deze is in de les het voorbeeld. Studenten die belangstelling hebben voor minder gangbare stijlen (zoals traditionele en ambachtelijke schilderkunst) hebben vaak moeite goede begeleiding te vinden. Voor hen is de huidige opleiding van vier jaar niet toereikend. Onder het nieuwe beleid worden kunstacademie-studenten gedwongen de trend op de kunstmarkt volgen. Wie een afwijkende weg kiest en de markt negeert, wordt buitengesloten van verdere professionele ontwikkeling. De gevolgen laten zich raden. De meeste studenten zullen proberen hun kans op overheidssteun te vergroten, immers, wie de subsidie misloopt moet ander werk zoeken. Eenheidsworst is het gevolg. Jonge kunstenaars zullen terecht denken: liever mijn werk wat aanpassen dan de straat vegen.