Keuzecommissie hoort niet thuis op stoel van bondscoach

In het verre verleden bepaalde de zogenoemde keuzecommissie de opstelling van het Nederlands elftal. Hoewel dat college van wijze heren gewetensvol en nauwgezet te werk ging bij het selecteren van 's lands beste voetballers, werd het in 1957 opgeheven toen Elek Schwartz tot bondscoach werd benoemd. De verantwoordelijke trainer bepaalt sindsdien wie wel en wie niet het oranje shirt om de schouders krijgt - en zo hoort het ook.

Binnen de nationale schaatswereld denkt men daar echter anders over. De klok is op het ijs kennelijk stil blijven staan, want de bestuurders houden hardnekkig vast aan artikel 25 van de statuten, waarin onder meer is te lezen dat de Begeleidings Commissie Kernploegen de vaderlandse ploegen kiest, indien nodig wijzigt en de vertegenwoordigers aanwijst voor de internationale toernooien. De betrokken coaches mogen intussen vanaf de zijlijn toekijken. Het ligt voor de hand dat ze dat knarsetandend doen, met name als ze met de machtige BCK van inzicht verschillen.

Dat laatste overkwam vrouwentrainer Henk Gemser, wiens drie pupillen afgelopen weekeinde zwaar teleurstelden op het wereldkampioenschap in Berlijn. Als het aan de Friese vakman had gelegen had tweederde van zijn team er bij het Duitse gala anders uitgezien: in plaats van de door de BCK aangewezen Tina Huisman en Ingrid van der Voort had hij - naast Neerlands beste allroundster Carla Zijlstra - liever de bijzonder getalenteerde tieners Barbara de Loor en Tonny de Jong op het ijs gehad. Maar dat tweetal gaf, beïnvloed door ouders, coach Leen Pfrommer van Jong Oranje en de BCK, de voorkeur aan het NK junioren, waar het zich kon kwalificeren voor het WK jeugd in Baselga.

Die gang van zaken was begrijpelijk een klap in het gezicht van Gemser, van wiens ploeg volgend jaar slechts twee in plaats van drie deelneemsters mogen uitkomen op het WK. Een beschamende afvaardiging voor een schaatsland en sinds 1965 is dat niet meer voorgekomen. Hij moet zich hebben gevoeld als een bondscoach in het professionele voetbal, die ineens van het bondsbestuur krijgt te horen dat hij een zeventienjarige uitblinker niet voor zijn elite-elftal mag oproepen omdat die aan een toernooi met de A-jeugd moet meedoen. De gentleman Gemser kon daarom zijn mond niet houden, schoot uit zijn slof en riep tegen ieder die het wilde horen dat hij “het gepruts” van de BCK beu was. Jan Augustinus, het enige BCK-lid dat in Berlijn aanwezig was, suggereerde prompt dat Gemser naar ontslag solliciteerde: de Fries zou volgens hem van zijn ondankbare job afwillen omdat het niveau van de Nederlandse vrouwen hem flink is tegengevallen.

Een rel was geboren - de zoveelste die schadelijk is voor het imago van de nationale schaatswereld. En dat in korte tijd, Ter herinnering: in het laatste jaar dreigde het bondsbestuur de vrouwenkernploeg op te heffen, werd Leen Pfrommer gevraagd (en afgewezen) als coach van de meiden en draalde de KNSB-top zo lang met het aanstellen van Gemser dat de CIOS-docent bijna voor de eer bedankte en zelfs een ultimatum stelde. Wat nu? Morgen komt de BCK bijeen. Voorzitter Ard Schenk en de zijnen kunnen Gemser wegens zijn beledigende taal berispen of zelfs de laan uitsturen. Erg handig zou dat niet zijn, want wie heeft het talent, het geduld en de moed om hem op te volgen in het wespennest?

Het ware stukken beter als de BCK van haar hoge troon afdaalde en een knieval deed voor de gedreven professor van het ijs met al zijn know how. En als ze dan toch aan het inbinden is, laat de BCK er dan tegelijk voor beginnen te ijveren haar eigen macht ingrijpend te beperken wanneer het om selecteren gaat. Ard Schenk, hij zeker, weet best dat niet een soort keuzecommissie maar de bondscoach dient te bepalen welke rijd(st)ers in de kernploegen thuis horen en naar de internationale toernooien moeten worden afgevaardigd.