Invrijheidstelling

In de krant van 6 februari (Recht van vervroegde invrijheidstelling vervalt na ontsnapping, pagina 3) wordt gemeld dat minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Kosto (justitie) vrijdag 5 februari een wetswijziging hebben voorgesteld die gevangenisontsnappingen of voornemens daartoe bestraft met het uitstellen of weigeren van vervroegde invrijheidstelling.

Over dit wetsvoorstel is ten onrechte gemeld dat het kansloos werd geacht door onder anderen de voorzitter van de penitentiaire kamer van het gerechtshof in Arnhem, mr. K.E. Smilde-Nienhuis. Deze kamer oordeelt over vervroegde invrijheidstellingen.

De kwalificatie "kansloos' sloeg op een brief van Hirsch Ballin aan de Tweede Kamer waarin de minister schreef dat tot de inwerkingtreding van de nieuwe wet rechters gebruik konden maken van de oude wet bij het nemen van de strafmaatregel. Smilde-Nienhuis wees er toen echter op dat het huidige wetboek van strafrecht de voorgestelde maatregel alleen toelaat bij “ernstige misdraging” van de gedetineerde. De voorgestelde wetswijziging van Hirsch Ballin en Kosto breidt de gronden voor zo'n maatregel uit.