"In ons mooie fijne land'

De Zwolse politierechter, mr. R. van den Heuvel, moet zich deze morgen door een nogal fraudegevoelige zitting ploegen. Sociale fraude, wel te verstaan. Het brengt hem even in aanvaring met een jonge advocate, die fulmineert tegen al die anonieme verklikkers die tegenwoordig hun buurtgenoten aangeven. Daar is niets mis mee, vindt de rechter. Hij noemt de uitval van de advocate zelfs "bedenkelijk'. En ook de officier van justitie begrijpt niet waar de advocate over zeurt: het gaat hier, volgens hem, om een normale vorm van sociale controle.

Het Hindoestaans-Surinaamse echtpaar Shankar uit Almere dat vervolgens voor het hekje verschijnt, stemt de Zwolse magistraten ook al niet opgewekter. Dit is een ochtend van frauderende echtparen. Straks komen nog een Tunesische meneer en een Ierse mevrouw uitleggen waarom zij met zoveel adressen rommelden, terwijl zij al die tijd samen toch maar op één adres bleken te wonen.

Maar bij het echtpaar Shankar ligt het allemaal nog een graadje erger. Het is een bedeesd, zwijgzaam echtpaar dat met gebogen hoofden naar de striemende vragen en opmerkingen luistert. Mevrouw (34) en meneer (38) worden beschuldigd van het gezamenlijk plegen van valsheid in geschrifte. Op formulieren voor individuele huursubsidie hebben zij inkomsten uit arbeid verzwegen. Daarmee hebben ze het ministerie van VROM voor 26.000 gulden benadeeld. Ook hebben zij hun inkomsten verzwegen - plus het feit van het samenwonen - bij het aanvragen van bijstand. Dit heeft de Sociale Dienst 124.000 gulden gekost. De fraude moet al in 1984 begonnen zijn. Een deel ervan is verjaard: ze worden nu berecht voor de fraude, gepleegd tussen 1987 en 1990.

“Mevrouw, u heeft uw handtekening onder die papieren gezet”, vraagt de rechter.

“Ja.”

“En u niet, meneer?”

“Nee.”

“Waarom heeft u verkeerde gegevens opgegeven, mevrouw?”

“Omdat ik problemen had. Ik ben onder behandeling bij een psychiater.”

“Er staat anders in het proces-verbaal dat u er thuis piekfijn bij zit.”

Ze antwoordt niet. Even later zegt ze dat ze inmiddels aan de terugbetaling is begonnen: 200 gulden per maand.

“Dan heeft u nog een lange weg te gaan”, zegt de rechter. “Werkt u ook, of bent u huisvrouw?”

“Ik werk nu op contractbasis.”

“U heeft vijf kinderen. Is daar opvang voor?”

“Ze zitten overdag op school.”

“Een zeer ergerlijk misbruik van sociale voorzieningen”, vindt de officier van justitie, mr. H. Holthuis. “Ze hebben gerommeld waar maar gerommeld kon worden in ons mooie fijne land. En ze hadden het niet eens nodig. Ze hebben er vooral hun inboedel mee verrijkt. Het ging buitengewoon gemakkelijk. Ze zijn al die tijd gehuwd geweest, maar hij heeft telkens verschillende adressen opgegeven. Dat was onderdeel van het criminele spel.”

Gelet op de omvang van de schade, vindt hij het eigenlijk een zaak voor de meervoudige strafkamer. Maar hij maakt niet duidelijk waarom het openbaar ministerie deze zaak desondanks bij de politierechter - die er alleen voor eenvoudiger zaken is - heeft aangebracht. Alsof hij dit verzuim alsnog wil goedmaken, komt hij met een scherpe eis: “Zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, het maximum dat de politierechter kan opleggen.”

Mr. F. Yuen, de advocate van mevrouw Shankar, reageert geschrokken. Zij legt uit dat het echtpaar veel schulden heeft gemaakt en dat hun huwelijk nogal wankel was. Het gezin houdt tegenwoordig weinig over. Mevrouw kan geen vaste baan nemen, want zij heeft vijf kinderen in de leeftijd van 4 tot 13 jaar. “In hun cultuur is het een schande als zij niet voor haar eigen kinderen kan zorgen.”

De advocate heeft een curieus rekensommetje gemaakt. Een gedetineerde kost de staat 250 gulden per dag. Als mevrouw voor een half jaar wordt opgesloten, moet de gemeenschap daarvoor 45.000 gulden betalen. “En de gemeenschap is in deze zaak al genoeg benadeeld”, meent zij. Zij stelt daarom voor mevrouw Shankar met dienstverlening (onbetaalde arbeid) te straffen.

Mr. E. Deen, de Haagse advocaat van meneer Shankar, kan met een principiëler verweer komen. Hij beweert dat niet kan worden aangetoond dat meneer Shankar samen met zijn vrouw de formulieren verkeerd heeft ingevuld. “Het ondertekenen van een formulier is een persoonlijke daad die je moeilijk in vereniging kunt doen.”

Deen vindt de eis van de officier onbegrijpelijk zwaar. “Ik ken de officier al heel lang uit het Haagse”, zegt hij. “Misschien is hij het zicht op het Haagse nu kwijtgeraakt. In Den Haag worden deze zaken doorgaans niet bestraft met zes maanden gevangenis. Zeker niet in zo'n geval, waar de man werkt en de vrouw thuis voor vijf kinderen moet zorgen. Dan wordt er gezocht naar een alternatieve straf.”

De rechter informeert bij de advocaten of hun cliënten bereid zijn tot dienstverlening. Dat is het geval. Dan zegt de rechter op mild-terechtwijzende toon tegen de officier: “Een collega van u heeft aan een kantoorgenoot van mevrouw Yuen laten weten dat hij geen bezwaar heeft tegen dienstverlening.”

Daar heeft officier Holthuis - nota bene de hoofdofficier in Zwolle - niet van terug. Er moet een communicatiestoornisje op het parket zijn geweest. Eerst gaat hij op de rekensom van de advocate in: “Wat er goedkoper is, is buiten de orde.” En over het principiële argument van Deen: “De lijfelijke aanwezigheid bij het zetten van een handtekening is niet vereist.”

Maar op het belangrijkste punt - de straftoemeting - retireert hij. “Ik zal me niet verzetten tegen dienstverlening, maar ik zou er niet zelf over begonnen zijn, want ik vind het er eigenlijk niet de zaak voor.”

De rechter is het met de officier eens dat het hier om ernstige feiten gaat. “Ik kan me zijn eis bij mevrouw wel voorstellen. Maar ik houd er rekening mee dat zij een blanco strafblad heeft en bovendien thuis met vijf kinderen zit.” Hij legt haar een voorwaardelijke gevangenisstraf op van twee maanden plus tachtig uur dienstverlening.

Tegen meneer Shankar zegt hij: “Het is moreel verwerpelijk wat u heeft gedaan. Maar ik moet u op juridische gronden vrijspreken van het medeplegen.”

Meneer Shankar beloont bij het weggaan iedereen, inclusief de officier van justitie, met een krachtige, pompende handdruk. Zijn vrouw loopt, duidelijk minder opgewekt, zonder te groeten de zaal uit.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.