Gaaf

Laten we Bernard Spaans eens bellen: “Bernard, heb jij deze winter nog iets bijzonders gedaan?”

Hij is mede-eigenaar van de Knut, een houten kotter van Noorse makelij. Momenteel ligt het schip voor de kust van Guinee-Bissao. Het dient als drijvend veldstation voor onderzoek naar overwinterende steltlopers. Bernard is twee maanden aan boord gebleven, toen naar huis gevlogen.

“In oktober”, zegt hij, “zijn we van de Canarische Eilanden naar beneden gevaren, zoveel mogelijk langs de 200-meter dieptelijn. Dat is zo'n beetje de rand van het continent, het barst er van het leven.”

Dolfijnen kwamen het schip opgetogen tegemoet. Dol op spelen in de boeggolf. “Dan heb je er twintig recht vooruit en zowel aan bak- als stuurboord nog eens een stuk of twintig die hun beurt afwachten.”

Of een stel grienden. Die drijven stil aan de oppervlakte en storen zich absoluut niet aan je. “Heel geheimzinnig. Net of je door een kudde koeien vaart.”

En twee keer, in dieper water, potvissen. Op een meter of dertig. Net zo groot als de Knut zelf. “Onwezenlijke dieren. Telkens vraag je je af of het wel dieren zijn. Ze zien eruit alsof ze van een scheepswerf komen.”

Je ziet die dingen weleens op tv. Maar Bernard zit gewoon in Groningen. Zoals hij erover praat, zo is het iets wat je zou kunnen meemaken.