"F-16 is een kostbare machine met garantie tot op de hoek'; Ramp F-16 op Hengelo: "Het boek is nu gesloten'

Op 11 februari 1992 stortte een F-16 van de Nederlandse luchtmacht neer op een Hengelose woonwijk. Er vielen geen slachtoffers, maar er was veel materiële schade. Gisteren werden de resultaten van het onderzoek naar de oorzaak bekendgemaakt.

HENGELO, 9 FEBR. Het ding gaat van hand tot hand. Een enkele centimeters groot onderdeeltje van een vliegtuigmotor dat nog het meest lijkt op een stukje van een fietsketting. Niets aan te zien dus. Wat lacherig geeft men het aan elkaar door. “Dit pinnetje is nou de oorzaak van alle ellende”, doceert onderwijl vliegbasiscommandant F. Vogelpoel.

Vogelpoel heeft een twintigtal bewoners van de Hengelose wijk Hasseler Es in een veel te grote zaal op de basis Twenthe verzameld en vertelt hun dat metaalmoeheid in dit minuscule onderdeel van de motor de oorzaak is van het neerstorten van de F-16 in hun woonwijk, nu een jaar geleden. Het onderzoeksrapport over de crash werd gisteren openbaar en de luchtmacht is er, wijs geworden, als de kippen bij om ook de bewoners in te lichten. Maar de opkomst valt zwaar tegen. Van de vijf gezinnen wier huizen volledig werden vernield, is één man komen opdagen. Het merendeel van de vijftig andere uitgenodigde gezinnen is ook thuisgebleven. De rest luistert, een enkeling mokt nog wat na over falende nazorg en een blijvende onrust over de vliegbewegingen boven woonwijken. Maar soms hoeft Vogelpoel niet eens zelf ter verdediging op te treden en vallen buurtbewoners elkaar af. “Zeurt u over elk ongeluk zo lang na, meneer?” Ook onder de bewoners van de Hasseler Es lijkt een soort "metaalmoeheid' opgetreden. “Sommige mensen vinden het nu wel mooi geweest”, geeft Vogelpoel aan. Hij beschouwt deze bijeenkomst zelf als de definitieve afsluiting van het ongeval. “Ja, nu moet het maar eens afgelopen zijn”, stelt ook J.W. Dijksterhuis, van wie het huis door het neerstortende vliegtuig werd vernield. Hij woont nu 500 meter verderop in dezelfde wijk. “Voor mij is het boek gesloten. Of ik nog bang ben voor een neerstortende F-16? Ach, dat was ik voor die tijd al.”

Burgemeester W. Lemstra van Hengelo gaf gisteren in reactie op het onderzoeksrapport en de begeleidende brief van minister Ter Beek aan dat voor hem het boek nog niet helemaal dicht is. Lemstra is een beetje teleurgesteld over de brief van de minister van defensie. “Twee A-4'tjes. Ik vind dat wel erg summier voor een zo diepe ingreep in onze samenleving.” Maar de burgemeester put hoop uit de aankondiging van de minister dat vertrek- en naderingsprocedures bij alle vliegbases nog eens worden bezien. Lemstra blijft namelijk pleiten voor een algemeen verbod om te vliegen boven woonwijken. Dat lijkt echter ijdele hoop. Luchtmacht-kolonel W.M. Hageman, lid van het team dat het rapport samenstelde en een van de mensen die in opdracht van Ter Beek de genoemde procedures nog eens is gaan bekijken, stelt namelijk nu al daar weinig van te verwachten. “We gaan nog eens met een stofkam door de procedures. Maar laat ik eerlijk zijn: ik zie weinig mogelijkheden voor verandering. We zitten vast aan internationale voorschriften.”

Het ongeluk heeft er volgens Hageman wel toe bijgedragen dat piloten intern nog heftiger zijn gaan discussiëren over de "ongeschreven procedures'. “Vliegers springen vaak al veel te laat. Ze doen er alles aan om hun vliegtuig niet op de bebouwde kom neer te gooien. Als die trend doorzet gaan ze er met hun eigen leven voor betalen.”

Volgens Hageman valt de piloot van de bewuste F-16 wat dat betreft ook weinig te verwijten. Hij heeft weliswaar het probleem in zijn motor niet juist geanalyseerd, maar had in de gegeven omstandigheden niets anders kunnen doen dan hij deed. “Als zoiets in je motor gebeurt heb je binnen een paar seconden een schroothoop achter je.”

Uit het onderzoek is gebleken dat de vluchtsimulator op Twenthe vorig jaar nog niet was ingericht op de nieuwe PW-220 motoren van de F-16's op Twenthe. Hageman geeft toe dat dat “niet ideaal was”. Maar het is geen uitzonderlijke situatie dat er dan toch met dergelijke machines wordt gevlogen, stelt hij nadrukkelijk. “De software voor een simulator loopt na een verandering van de motor altijd even achter.”

Dat de oorzaak van het ongeluk in een constructiefout van de PW-220 motor gelegen was, blijkt trouwens weinig af te doen aan de financiële afwikkeling van de zaak. Defensie, dat bijna alle materiële schade in Hengelo (1,5 miljoen gulden) uit eigen zak heeft betaald, heeft geen enkele mogelijkheid dat bedrag te verhalen op de producent van de motor. Hageman: “Dat is niet gebruikelijk, nee. In de burgerluchtvaart wel, maar bij ons niet. Ik heb het jaren geleden eens geprobeerd, maar de contracten voorzien er niet in. Een fabriek levert het gewraakte onderdeel gratis aan, maar dat is alles.”

Ook commandant Vogelpoel van Twenthe vindt dat wel een merkwaardige praktijk. “Het zijn ontzettend kostbare machines. Maar je hebt garantie tot de hoek”, zegt hij. Voor het gehoor van buurtbewoners probeert hij vervolgens de laatste twijfels over de betrouwbaarheid van de F-16's op Twenthe weg te nemen. Bij het merendeel van de machines zijn de gewraakte onderdelen al vervangen, bij de rest gaat het snel gebeuren en tot die tijd worden ze om de 25 vlieguren uitvoerig gecontroleerd. “Onze vliegtuigen zijn 100 procent in orde, anders gaan ze de lucht niet in”, stelt Vogelpoel. Dan lijkt hij zich te realiseren dat dat wellicht wat erg stellig klinkt. “Dat wil niet zeggen dat de laatste F-16 van de luchtmacht naar beneden is gekomen. Het kan best nog wel eens gebeuren, maar dan door een andere oorzaak.” Volledig gerustgesteld vraagt een buurtbewoner of er nog een gratis pilsje te krijgen is.