Duitse Archie Bunker wordt prototype lelijke Wessi

Motzki, Duitsl. 1, 21.05-21.30u.

Hij is kaal, dik, draagt een zware hoornen bril op een blote-billengezicht en werd in 25 televisieminuten zo niet de meest gehate dan toch meest omstreden man van Duitsland. In onderhemd en vormloze trainingsbroek trad hij aan, als de vleesgeworden burgerman die ongegeneerd zijn vooroordelen colporteert. Een soort Archie Bunker dus?

Nee, Friedhelm Motzki (“kankerpit”), gespeeld door de 60-jarige, tien jaar geleden van Oost- naar West-Duitsland uitgeweken acteur Jürgen Holtz, is véél erger. Want hij is het prototype van de lelijke Wessi die alle Oostduitsers (Ossi's) voor ondankbare, domme, jammerende, jaloerse en trage uitvreters houdt en ook van buitenlanders en hun gewoontes weinig gediend is. Hij zegt, kortom, hardop wat blijkens opinie-onderzoeken veel Westduitsers vinden. En hij herhaalt de typering die de Oostduitse schrijfster Monika Maron vorig jaar haar landgenoten gaf (“zeurende kinderen”) vele malen plomper.

De jonge weduwnaar Motzki, net gestopt als rij-instructeur, spreekt in platte zinnen. Bijvoorbeeld: “In de Bondsdag kun je de Ossi's meteen herkennen, zij hebben allemaal een baard”, “Je broek is gekrompen, heb je hem in Oost-Berlijn laten stomen?”, “Er zijn veel redenen waarom het met jullie (Ossi's) nooit iets zal worden, het communisme heeft jullie opgevoed tot verspillers en klaplopers”.

Een tobberige Oostduitse schoonzuster (Ost-Kuh), die voor een fooi zijn woning aan de Westberlijnse Linsenstrasse schoonmaakt, en een natuurlijk gebrekkig Duits sprekende Turkse winkelier Üzknürz dienen als voornaamste klankborden en slachtoffers. Die straatnaam is een hint naar de t.v.-serie “Lindenstrasse”, de Duitse Coronation Street, zij het op een hoger niveau van consumptie, welvaart en tevredenheid.

Het massablad Bildzeitung (dat de bewegingen in de Westduitse volksziel met succes bestudeert) loopt niet goed in Oost-Duitsland. Het blad ging misschien ook wel daarom vorige week, nog voor de eerste van de dertien Motzki-uitzendingen te zien was geweest, vóór in wat intussen al een soort nationale oefening in verontwaardiging geworden is (Bild: Motzki=Kotzki). De persbureaus hebben erover bericht, de Washington Post had er zelfs een stukje voorpagina voor over, de in Oostduits psychisch leed gespecialiseerde Joachim Maaz, hoogleraar in Halle, maakte overuren voor interviews.

Boze politici - van PDS-voorzitter Gregor Gysi tot Berlijns CDU-burgemeester Eberhard Diepgen alsook, natuurlijk, de in-goede Bondsdagvoorzitter Rita Süssmuth (CDU) - hebben al geëist dat de serie wordt gestaakt. Die Motzki, een creatie van Wolfgang Menge die vorige dinsdag door ruim acht miljoen Duitsers werd bekeken en beluisterd, bouwt immers aan een nieuwe Muur tussen Oost en West, maar nu “in de hoofden en de harten van de mensen”, zo vinden zij het toevallig ook nog eens een keer.

De mooiste, en hoopgevend onbigotte, reactie kwam van Rainer Ortleb (FDP), de uit Oost-Duitsland afkomstige minister van onderwijs. Met een variant op het bekende woord van Willy Brandt zei hij: Wat samenhoort (Oost en West-Duitsland dus), moet ook samen kunnen lachen. Als Ortleb zijn zin krijgt kan dat nog twaalf dinsdagen: lachen om de Spiessbürger, de Duitse neef van Bunker, die Motzki heet.