De Bijlmer als de Hof van Eden

De interesse voor het complete ecologische huis is vooralsnog beperkt, maar groeiende - ook buiten het "groene' circuit. Milieu wordt een belangrijke factor in de bouw. Op bouwbeurzen, zoals deze week in Utrecht, staat milieubewust bouwen centraal.

Vraag prof.arch. Peter Schmid, hoogleraar bouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven hoe hij de Bijlmer zou verbouwen en hij is niet meer te stuiten. “De oplossing is ecologiseren en biologiseren”, zegt hij. “Serres, loggia's en balkons maken. Passieve zonne-energie. Begroening van daken en gevels. Eigen tomaten kweken. Bouwfysische kwaliteit verbeteren, betere oriëntatie. Gezinnen met kinderen beneden, kantoren op de bovenverdiepingen, gemeenschappelijke activiteiten op de daken. Misschien kun je niet alle nadelen opheffen, maar met die maatregelen kun je van de Bijlmer een paradijs maken.”

De Bijlmer als de hof van Eden, de architect als hovenier van het paradijs. Sinds Schmid in 1968 in zijn geboorteland Oostenrijk het onderzoek Gesunde Umweltgestaltung deed, is hij voorvechter van mens- en milieubewust bouwen en wonen. Onvermoeibaar pleit hij ervoor dat de bouwindustrie, die volgens onderzoekers dertig procent van de totale ecologische crisis op haar conto heeft, haar hele potentieel aan kennis, kapitaal en macht inzet om de vernietiging van het leefmilieu tegen te gaan. Jarenlang is Schmid door de Nederlandse bouwsector als een wereldvreemde idealist beschouwd. Voor architecten uit de school-Schmid bestond nauwelijks emplooi. Op 80.000 woningen werden in 1992 minder dan 200 ecologische en maar 36 bio-ecologische woningen (milieubewust gebouwde huizen met extra aandacht voor de gezondheid van de bewoners) gebouwd. Maar nu lijkt het keerpunt bereikt: het ecologisch en bio-ecologisch bouwen breekt door en dat betekent het begin van het einde van het conventionele bouwen. Of zoals minister J.G.M. Alders van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) het formuleert: “Wat gisteren normaal was, is het vandaag niet meer en is morgen onaanvaardbaar.”

Alders reikte vorige week in Den Haag architectuurprijzen uit aan de winnaars van de prijsvraag "Mens en Milieubewust Bouwen en Wonen'. De uit 92 inzendingen uitgekozen ontwerpen voor 400 bio-ecologische huur- en koopwoningen in Amersfoort, Arnhem, Enschede en Roermond worden binnenkort uitgevoerd. De prijsvraag is een initiatief van de VIBA, de Vereniging voor Integrale Bio-logische Architectuur in Den Bosch, een in 1976 opgerichte organisatie die onder voorzitterschap van Schmid op het ogenblik een stormachtige ontwikkeling doormaakt. Het groepje enthousiastelingen van het eerste uur is in korte tijd uitgegroeid tot een vereniging met meer dan 400 leden onder wie architecten, aannemers, projectontwikkelaars, overheidsinstanties, wetenschappers en fabrikanten van ecologisch verantwoorde bouw- en woonprodukten. In januari stond de VIBA met een zogenaamd eco-huis op de Bouwbeurs in Zuidlaren, te midden van stands van VIBA-leden. Resultaat van deze presentatie: talloze afspraken die tot bouwopdrachten kunnen leiden en tien aanvragen van bouwbeurzen in Nederland en Belgie voor expositie van het eco-huis.

Net als de Bouwbeurs in Zuidlaren staat ook de Bouwbeurs '93, deze week in de Utrechtse Jaarbeurs, in het teken van milieubewust bouwen. Morgen heeft in de Jaarbeurs een door het Nationaal Milieucentrum georganiseerd congres plaats over "Bouwen aan het milieu' met concrete informatie over milieu-eisen en de mogelijkheden van milieu-vriendelijk bouwen. Donderdag is er een symposium, getiteld "Bouwen met verstand voor een beter milieu'. Het symposium gaat over de praktijk van het milieubewust bouwen en is vooral gericht op architecten, projectontwikkelaars, woningbouwverenigingen en gemeentelijke woningbedrijven. De Novem, Nederlandse Maatschappij voor Energie en Milieu, heeft op Bouwbeurs '93 een bibliotheek ingericht met rapporten en publicaties over materiaalkeuze, reststoffen, ketenbeheer, energiebesparing en gezond wonen. In een monsterkamer zijn de nieuwste milieuvriendelijke materialen en toepassingen te zien.

Pag.16: Aaibaarheid gebouw kenmerkt eco-architectuur

Inzicht in het belang van milieubewust bouwen leidt niet automatisch tot milieubewust bouwgedrag. Dat blijkt uit een recent onderzoek van de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen naar de relatie tussen projectontwikkeling en milieubewust bouwen. De meeste projectontwikkelaars realiseren zich dat de bouw het milieu kan schaden, maar voelen zich niet geroepen milieubelangen te laten prevaleren boven de eigen bedrijfsbelangen. Ze verwachten wel dat milieubewust bouwen over enige jaren de gangbare praktijk zal zijn, maar kiezen voorlopig nog voor een conventionele bouwwijze omdat ze denken dat consumenten nog niet bereid zijn de hogere kosten van milieubewust bouwen te betalen. Opdrachtgevers als gemeenten, bouwverenigingen en beleggingsmaatschappijen zijn, blijkens het Groningse onderzoek, wel in toenemende mate milieu-minded.

Projectontwikkelaar Wilma Vastgoed uit Nieuwegein signaleerde dit twee jaar geleden al en profileert zich nu als milieubewuste projectontwikkelaar. Ir. Jan Dik Boot van Wilma: “We bedachten dat gemeenten beter een projectontwikkelaar tegenover zich kunnen hebben die medestander is dan tegenstander.”

Wilma Vastgoed en Wilma Bouw hebben in Delft het Ecodus-project gerealiseerd (59 koopwoningen) en in Alphen aan de Rijn de helft van de bijna voltooide, uit 101 woningen bestaande wijk Ecolonia, gebouwd in opdracht van VROM, Novem en Bouwfonds. Negen architecten hebben er ecologische en bio-ecologische huizen voor ontworpen.

Architect Renz Pijnenborgh van het bureau Archi Service in Den Bosch ontwierp acht biologische huizen met begroeide daken, zonnecollectoren en wandverwarming. Novem en Bouwfonds wezen zijn plan voor composttoiletten en rietveldwaterzuivering uit commerciële overwegingen af. Deze waterbesparende voorzieningen zouden kopers kunnen afschrikken. Pijnenborgh: “Het probleem is het gebrek aan informatie. De consument weet niets over bio-ecologisch bouwen. In de vaktijdschriften staat wel eens iets, maar wil je het grote publiek bereiken, dan moeten er artikelen in Libelle en Margriet komen.”

Tot nu toe zijn alleen consumenten van ecologische alternatieven op het gebied van voeding, wonen en tuinieren goed geïnformeerd over biologische en ecologische architectuur. In "groene' publicaties als die van De Kleine Aarde in Boxtel, een organisatie die zich al twintig jaar inzet voor een milieuvriendelijke, gezonde leefwijze, staan regelmatig artikelen over ecologisch bouwen.

Maar ook buiten het groene circuit groeit de belangstelling. Op verzoek van een aantal leden deed de Consumentenbond onlangs onderzoek naar het "binnenmilieu' in woningen. Dit wordt vooral vervuild door de sigaret. Maar ook bepaalde bouwmaterialen, lijm- en verfsoorten hebben negatieve invloed op het binnenmilieu, zo blijkt uit het onderzoek van de Consumentenbond.

Architect Renz Pijnenborgh is ervan overtuigd dat huizen waarin mens- en milieubelastende materialen zijn verwerkt onverkoopbaar worden als de consument beter is geïnformeerd over de bezwaren en gevaren ervan. Een kwestie van een jaar of tien, schat hij.

Waarschijnlijk is het ecologisch bouwen tegen die tijd niet meer duurder en misschien zelfs wel goedkoper dan het conventionele bouwen. Twee jaar geleden bedroegen de meerkosten voor een goedkope ecologisch gebouwde woning nog 15.000 gulden. Nu is dat nog maar 5000 gulden. De snelle daling van de meerkosten is volgens prof.ir. Kees Duijvestein, hoogleraar milieutechnisch ontwerpen aan de TU Delft en directeur van het Milieukundig Onderzoek en Ontwerp Buro BOOM in Delft, onder andere te danken aan de acceptatie door de markt van milieuvriendelijke materialen en maatregelen. Duijvestein: “Bij de bouw van de wijk Ecodus in Delft, twee jaar geleden, had de aannemer grote bezwaren tegen beton met puingranulaat in plaats van grind. Nu is beton met puingranulaat al standaard.”

De faculteit Bouwkunde in Delft confronteert haar studenten in drie verplichte zesweekse blokken met de onderwerpen energie, milieu en hergebruik van woningen. Ideologie staat niet op het rooster. Duijvestein: “Binnen de ecologische bouwwereld zijn verschillende stromingen. Naast ecologisch bouwen heb je biologisch bouwen, energiebewust bouwen, integraal ontwerpen (waarbij alle aspecten die invloed hebben op behaaglijkheid, energiegebruik en milieu worden meegenomen), organisch bouwen (waarvoor vormen uit de natuur worden geleend) en de permaculture, een Australische filosofie waarbij zoveel mogelijk menselijke activiteiten in en om de woning worden geïntegreerd. Niet alleen wonen en werken, maar ook voedselproduktie en afvalverwerking. Als je de vertegenwoordigers van al deze stromingen opdeelt in rekkelijken en preciezen, kun je de echte bio-ecologische bouwers vergelijken met de zwarte-kousenkerk. Zij hebben het over aardstralen en elektromagnetische velden, zaken die misschien wel waar, maar moeilijk te bewijzen zijn.”

Van een stammenstrijd tussen de verschillende stromingen binnen de milieubewuste bouwcircuit lijkt echter geen sprake. Het besef dat het aantal problemen groot en de tijd om ze op te lossen kort is, overbrugt de diverse visies. Misschien is ook de jarenlange miskenning door de reguliere bouwsector een verbindende factor. Van miskenning is inmiddels geen sprake meer. De alternatieve architecten van de jaren '70 en '80 gaan het eindelijk "maken'. “Ik hoor van verschillende architecten dat ze weinig werk hebben, terwijl wij het juist ongelooflijk druk hebben”, zegt Duijvestein, wiens bureau net de opdracht heeft gekregen als milieu-supervisor de bouw te begeleiding van 4000 woningen in de nieuwe Amersfoortse wijk Nieuwland.

Uit het rapport van de Rijksuniversiteit Groningen over projectontwikkeling en milieubewust bouwen blijkt overduidelijk dat projectontwikkelaars geen hoge hoed op hebben van de kennis van architecten over milieubewust bouwen. De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) doet z'n best dat imago te verbeteren door bijspijker-cursussen voor architecten te organiseren en mee te werken aan de totstandkoming van het handboek "Bouwen en milieu' dat over drie maanden verschijnt. “Ik vergelijk het graag met een wielerwedstrijd”, zegt beleidsmedewerker Arjen Molenaar van de BNA. “Het groepje koplopers, de architecten die zich al jaren met milieubewust bouwen bezig houden, kunnen we niet meer inhalen. Het grote peloton heeft nog kansen, maar het clubje dat net voor de bezemwagen uitrijdt, is niet meer te redden. Veel architecten hebben jarenlang vrij sceptisch aangekeken tegen de geitenwollen sokkenwereld waaruit ook de VIBA is voortgekomen. De aandacht voor het milieu van de, zeg maar, pioniers riep bij onze achterban de reactie op: waarom is het allemaal zo lelijk wat ze maken? Wij proberen nu duidelijk te maken dat milieubewust en modern bouwen best samen kunnen gaan.”

Gaat het milieubewuste bouwen een eigen vormentaal, een eigen stijl opleveren? Daarover lopen de meningen uiteen. Prof. Duijvestein gelooft er niet in. “Inspraak heeft ook geen nieuwe architectuur opgeleverd”, zegt hij. Maar zijn collega Schmid uit Eindhoven denkt dat er een ecologische architectuur zal ontstaan, gekenmerkt door evenwicht in proporties, morfologie (leer van vorm en bouw der organismen), functioneel kleurgebruik in verband met warmte en koelte, het eigen karakter van materialen en, heel in het algemeen, de "aaibaarheid' van gebouwen. Boot van Wilma Vastgoed is van mening dat een eco-look een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van het milieubewustzijn van de consument. “Maar we moeten ervoor waken dat het cosmetisch groen niet de plaats inneemt van het inhoudelijk groen”, zegt hij.

Ondernemingen die alternatieven vinden voor milieuschadelijke produkten en diensten gaan volgens het zojuist verschenen rapport "State of the World 1993' van het Amerikaanse World Watch Institute een gouden toekomst tegemoet. Het rapport voorspelt een tweede industriële revolutie die voortkomt uit zorg om het milieu. Regeringen moeten, ter ondersteuning van die ontwikkeling, maatregelen treffen om bedrijven te dwingen duurzame produkten te maken. Ze moeten er bovendien voor zorgen dat het gunstig is om te investeren in produkten en diensten die het milieu niet schaden. Tot nog toe worden milieuvervuilende ondernemingen eerder ondersteund door subsidies dan belast door extra milieuheffingen. Nieuwe milieuvriendelijke industrieën zijn daardoor in het nadeel. Industriële vernieuwing begint vaak bij kleine bedrijven. Juist die ondernemingen moeten worden ondersteund, concludeert het rapport.

Als voorbeeldige jonge, groene onderneming noemt het rapport het Vlaamse bedrijf Ecover, dat op basis van ecologische principes was- en reinigingsmiddelen maakt die een minimale belasting van het milieu met zich meebrengen. Ecover heeft vorig jaar in Oostmalle, ten noorden van Antwerpen, een ecologische fabriek laten bouwen, de eerste ter wereld. In dit bedrijfspand wordt al gedeeltelijk met alternatieve energie gewerkt. Het geringe afval wordt gerecycled en opnieuw gebruikt. Ecover verdient de meerkosten van de bouw volgens woordvoerder Dirk Develter binnen drie jaar terug door besparingen op grondstoffen en energieverbruik.

De produkten van Ecover worden in Belgie en Engeland zowel in natuurwinkels als in supermarkten verkocht. In andere landen, waaronder Nederland, tonen supermarkten geen belangstelling. Met dat zelfde probleem kampen ook producenten van ecologische bouw- en woonprodukten. Zo is de IJmuidense natuurverffabrikant Aquamarijn er tot nu toe niet in geslaagd voet aan de grond te krijgen in bouwmarkten en doe-het-zelfzaken. In deze traditioneel ingestelde branche is van een duidelijke keuze voor ecologische produkten nog geen sprake. Wel heeft marktleider Gamma een eerste stap gezet op de weg naar een milieuvriendelijker beleid. De doe-het-zelfketen heeft, samen met de Stuurgroep Experimenten Huisvesting, een door VROM gesubsidieerd onderzoeksbureau, onderzoek gedaan naar de milieubelasting van het uit 15.000 artikelen bestaande assortiment. Tijdens deze inventarisatie bleek een groot aantal van de gevoerde artikelen schadelijk te zijn voor het milieu. Uit concurrentie-overwegingen blijven deze produkten in het assortiment, maar Gamma heeft wel een zogenaamde milieufolder gemaakt aan de hand waarvan klanten kunnen zien welke produkten in vergelijking tot elkaar meer of minder milieubelastend zijn. Eind van dit jaar wordt onderzocht welk effect de milieufolder heeft op het aankoopgedrag van de klanten. Intussen wordt het verkooppersoneel van Gamma bijgeschoold op milieugebied.

De doe-het-zelfzaak en de bouwmaterialenhandel zijn, wanneer ze daaraan meewerken, het ideale instrument om de kleine aannemer en de doe-het-zelver te bereiken en te informeren over milieuaspecten van bouwen en verbouwen. Vernieuwbouw van bestaande woningen is vanuit milieu-oogpunt te prefereren boven nieuwbouw. Niet voor niets riep minister Alders daarom vorige week de VIBA op een prijsvraag uit te schrijven voor herontwerp van een deel van de zes miljoen naoorlogse woningen. Misschien wordt de Bijlmer toch ooit nog eens een paradijs.