CSM gaat strijd aan met bestuur effectenbeurs

Het voedings- en biochemieconcern CSM gaat opnieuw de strijd aan met het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs. De onderneming is niet van plan om zijn beschermingsconstructies tegen een onvrijwillige overname op te heffen, en gaat daarmee rechtstreeks in tegen het vorige week door het beursbestuur gestelde ultimatum.

CSM, dat tot de veertig meest actieve fondsen op de Amsterdamse effectenbeurs behoort, loopt door deze weigering de kans zijn beursnotering kwijt te raken. Eind vorige week maakte het beursbestuur bekend dat ondernemingen die niet voor 15 februari het nieuwe fondsenreglement ondertekenen, maatregelen te wachten staan. Ontbinding van de noteringsovereenkomst of verbanning naar de 'strafbank' van de beurs behoren tot de mogelijke sancties.

Het dreigement van het beursbestuur heeft op de CSM-top vooralsnog weing indruk gemaakt. “Na Elsevier hebben wij de laatste jaren de beste performance gehad van alle beursfondsen”, zei bestuursvoorzitter ir. G.M.L. van Loon gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers. Als het beursbestuur de notering van CSM intrekt, zal dat volgens Van Loon kwalijker zijn voor de beurs dan voor CSM. De onderneming overweegt in dat geval uit te wijken naar een andere beurs in Europa of Amerika. Zwitserland of Duitsland behoren volgens een woordvoerder van CSM tot de mogelijkheden, omdat in die landen veel beschermingsconstructies zijn toegestaan.

“Wij hebben onze zelfstandigheid te danken aan deze beschermingsconstructie”, gaf CSM-bestuursvoorzitter van Loon gisteren als toelichting op het besluit van de onderneming. Hij refereerde daarbij aan een vijandige overnamepoging in 1973 door de Suikerunie en Scholten-Honig, die gezamenlijk tachtig procent van de certificaten CSM in handen hadden gekregen, maar door een clausule van niet-royeerbaarheid niet in staat waren om de certificaten om te zetten in aandelen met stemrecht.

Deze constructie, die ook door gerenommeerde fondsen als Nutrica, Van Ommeren, Grolsch en Hoogovens wordt toegepast, is het Amsterdamse beursbestuur al lang een doorn in het oog en moet nu definitief opgegeven worden. Of het bestuur de zaak werkelijk zo hoog wil spelen dat de ondernemingen in overtreding van de beursvloer moeten verdwijnen, wordt door analisten betwijfeld. “Het zal wel een slepende zaak worden”, zo verwacht één van hen.