Bentwoud

De aanleg van het Bentwoud (NRC Handelsblad, 30 januari) vormt niet alleen een bedreiging voor het voortbestaan van de agrarische bedrijven, maar betekent ook een enorme aantasting van een eeuwenoud cultuurgebied, de drooggemaakte polders.

Dit gebied heeft zijn indrukwekkende openheid grotendeels weten te bewaren en biedt nog steeds weidse vergezichten. Juist het gebruik als akkerland biedt veel variatie. Deze wordt ingegeven door de wisselende gewassen en het verloop van de seizoenen. Door de aanleg van het bos zal, ook door de grootschaligheid ervan, dit karakter verloren gaan.

Op veel plaatsen wordt de historisch gegroeide structuur doorbroken. Aanwezige cultuurmonumenten verliezen daardoor sterk aan betekenis, zoals de middeleeuwse landscheiding tussen Rijnland en Schieland of de bekende molenviergang bij Zevenhuizen die tegen de achtergrond van een decor van opgaand groen wezensvreemde elementen zullen worden in hun eigen omgeving.

Het moet toch mogelijk zijn de behoefte aan (passieve) recreatie te combineren met de versterking van natuurwaarden zonder het huidige karakter van dit landschap aan te tasten. Als dam tegen verstedelijking, het derde argument voor dit bos, kan het ook uitgelegd worden als brevet van bestuurlijk onvermogen. Daar de financiering, zowel investering als exploitatie, ook vragen oproept, verdient het aanbeveling de plannen grondig te heroverwegen.