Agenten in Venlo worden vervolgd na sterven Turk

ROERMOND, 9 FEBR. De hoofdofficier van justitie in Roermond, mr. W. Zeyl, heeft gisteren een gerechtelijk vooronderzoek gevorderd tegen zes Venlose politieagenten en een medewerker van een bewakingingsdienst, die op 7 januari betrokken zijn geweest bij de arrestatie van H. Köksal, een 32-jarige Turkse inwoner van Venlo.

De zeven worden verdacht van dood door schuld of het in hulpeloze toestand achterlaten van een persoon. Twee van de agenten worden bovendien verdacht van mishandeling. Van discriminerend optreden is volgens de hoofdofficier niets gebleken.

Vast staat dat bij de arrestatie van Köksal "disproportioneel' geweld is gebruikt en dat er tal van regels en voorschriften zijn geschonden. Er is nog geen causaal verband aangetoond tussen de dood van de arrestant en het politieoptreden. Nu er een gerechtelijk vooronderzoek is gevorderd, kan de rechter-commissaris een neurochirurg benoemen die de vraag moet beantwoorden of Köksals leven gered had kunnen worden.

Uit het onderzoek van de rijksrecherche de afgelopen weken, blijkt dat er een opeenstapeling van fouten is gemaakt vanaf het moment dat een taxichauffeur op 7 januari om kwart voor drie 's nachts meldde dat hij "een dronken bestuurder' met zijn auto tegen een paaltje had zien botsen. Toen de bestuurder uitstapte, was hij met zijn hoofd tegen een muurtje gevallen en op de grond blijven liggen. Op het bureau trok een brigadier het kenteken na. De auto, een Skoda, bleek nog op naam te staan van Ali Köksal, die volgens andere bronnen een bekende is van de Venlose politie. Ali had de wagen enkele dagen eerder verkocht aan zijn neef Husseyin. Samen met een agent ging de brigadier naar de auto, waar inmiddels nog een taxichauffeur en drie Turkse mannen waren gearriveerd, die de bestuurder van de Skoda ondersteunden. De agenten vroegen de man, die geen Nederlands sprak, of hij "Köksal' heette, waarop deze volgens de verklaring van justitie bevestigend antwoordde. Zijn papieren, die in de auto lagen, werden niet nagekeken. Köksal werd onmiddellijk in de boeien geslagen ondanks protesten van de aanwezigen die erop wezen dat de man ziek was en naar het ziekenhuis moest.

In plaats daarvan probeerde de brigadier Köksal naar de dienstauto te slepen, waarbij deze een of twee keer met zijn hoofd op de grond viel. Toen het niet lukte de arrestant in de auto te krijgen, vroegen de agenten assistentie van vier collega's. In afwachting daarvan hield de brigadier Köksal op de grond gedrukt door zijn knie tussen diens schouderbladen te plaatsen. Volgens getuigen hield hij met beide handen het hoofd vast en "drukte' hij het enkele malen tegen de grond. Later, op weg naar het politiebureau, heeft de brigadier opnieuw geweld gebruikt tegen Köksal, omdat deze naar hem zou hebben getrapt, maar de andere agent in de auto zegt daar niets van te hebben gemerkt.

Köksal werd zonder bloedproef of ademtest "ter ontnuchtering' opgesloten. Tegen de voorschriften in werd ook geen arts gewaarschuwd. Pas om twee uur 's middags werd een arts gewaarschuwd, die meteen vermoedde dat er iets anders aan de hand was. De volgende ochtend overleed Köksal aan een hersenbloeding. In