Wij houden de overheid en de burger een spiegel voor

De Club van Schiermonnikoog - een initiatief van enkele journalisten en jonge ondernemers - heeft zich vorige maand met een manifest gepresenteerd als een nieuwe politieke beweging, die geen politieke partijvorming nastreeft, maar het oude denken over de democratie wil vernieuwen. In de hiernavolgende beschouwingen leggen Peter Delahay en Johan Schaberg uit wat zij met hun beweging beogen en levert Mary van Veen kritiek op het manifest van de Club.

De Club van Schiermonnikoog wil geen politieke partij zijn of worden, maar de Nederlandse burger en zijn overheid de spiegel voorhouden van de schadelijke relatie die tussen beide is ontstaan. De burger heeft het verwachtingspatroon ontwikkeld dat de overheid alles voor hem regelt, van kindercrèches tot bejaardenhuizen en alles ertussenin. De overheid en haar ambtelijk apparaat vinden dat prachtig. Regelen is haar bestaansrecht. Als er niets te regelen valt, hebben zij geen werk. Maar met de uitkomst is niemand echt tevreden. Ontduiking en manipulatie nemen toe, daartegen worden weer nieuwe regels gemaakt, en de hele boel begint dol te draaien.

Hoe zijn we ertoe gekomen problemen aan te pakken met regelingen van bovenaf? Het is een organisatiemodel uit de tijd van de industriële revolutie. De bevolking was ongeschoold en arm; bestuurders hadden kennis en vermogen. Zo ontstonden bedrijven als General Motors en Philips, met grote centrale hoofdkantoor-bureaucratieën en dikke procedureboeken. Zo ontstond de huidige staat met zijn duizendkoppige ministeries en adembenemende produktie van wetten en regels.

Deze aanpak is spectaculair succesvol geweest: hij heeft ons welvaart gebracht en de samenleving geëmancipeerd. Maar het is met zulke dingen als met medicijnen; als je genezen bent moet je ophouden met pillen slikken. Daar word je niet nog gezonder van, maar vergiftigd of verslaafd. Het oude organisatie-model, dat ons allen mondig heeft gemaakt, is ongezond voor een mondige samenleving.

In de ondernemingswereld vormen centraal geleide organisaties, op enkele uitzonderingen na, langzamerhand een bedreigde soort. Andere bedrijven die losser georganiseerd zijn, guerrilla-achtig, floreren vaak. Waarom? Omdat iedere medewerker tegenwoordig op zijn vakgebied meer weet dan de directeur ooit zal leren. Een ondernemingsleider die zijn vak verstaat zal daarom geen instructies geven. Hij (of zij) zal de koers van het bedrijf uitdragen; hij zal toetsen of die koers haalbaar is; en hij zal elke medewerker aanspreken om daartoe zijn bijdrage te leveren. In de uitvoering zullen oplossingen bedacht worden waar niemand van tevoren op had kunnen komen. En er zullen dingen fout gaan. Dat laatste is absoluut noodzakelijk; wie probeert elke mogelijke fout weg te regelen, doodt ook de creatieve energie.

Vergelijk dit met onze overheid. Elke vier jaar mogen wij ons bij verkiezingen uitspreken wie als regering zijn intrek mag nemen op de directieverdieping van het hoofdkantoor - maar altijd met het uitgangspunt dat het hoofdkantoor zelf en zijn rol een gegeven vormen. Eigen initiatief van de burger wordt met de mond geprezen, maar in de praktijk weggedrukt. Wanneer was de laatste keer, in dit land met zijn onderwijsvrijheid, dat een enthousiaste hoofdonderwijzer de mogelijkheid had zelf een school te beginnen?

Het is bijna onmogelijk, je door de overheid als verantwoordelijkheid dragend mede-werker aangesproken te voelen. Door ons stembiljet in te leveren gaan we er tegelijk mee akkoord dat we onze boodschappen niet na half zeven mogen doen. We aanvaarden dat we kennelijk niet te vertrouwen zijn met het beheer van ons eigen pensioen-vermogen. Dat moeten we eerst afdragen aan pensioenfondsen, die het uitzetten bij banken bij wie we het, als we braaf zijn, mogen teruglenen als we een huis willen kopen. Want stel je voor dat we eens iets onverantwoordelijks zouden doen. Iets creatiefs gebeurt er dus ook niet, zoals het helpen opstarten van het nieuwe bedrijfje van een energieke neef. Steeds meer is er gekoppeld geraakt aan dat ene vierjarige stembiljet, en steeds minder bevoegdheden blijven er over voor de burger. Het is de democratie die lijdt.

De overmaat aan regelgeving misvormt de verbanden tussen mensen. Misschien zouden meer opa's en oma's bij hun kleinkinderen kunnen wonen als het geld dat ze in bejaardenhuizen kosten bij de burgers bleef, en als bouwvoorschriften zouden toestaan dat er iets anders dan woningwet- en premiekoopwoningen voor de gemiddelde Nederlander beschikbaar kwam. En misschien is het helemaal niet nodig dat ontwikkelingssamenwerking via een departement loopt, en zou het geld ook rechtstreeks van de burger naar Foster Parents Plan kunnen gaan, met zijn directe verantwoording aan de gevers.

Philips wankelt. De Sovjet-Unie, de hoofdkantoor-staat bij uitstek, is al onderuit. Ook onze staatsvorm kan kapot. De Club van Schiermonnikoog wil die ineenstorting helpen voorkomen door te wijzen op de oude modellen en de nieuwe situatie. Per definitie hebben we geen nieuwe regel-voorstellen. Wel zullen we regelmatig publiekelijk de vraag stellen “Kan het ook anders - kan het ook minder?” We hopen denkprocessen op gang te brengen bij bestuurders en bestuurden. We hopen dat zich geestverwanten zullen melden die op hun eigen terrein deze vragen op intelligente wijze kunnen formuleren, opdat onaangeboorde of afgestopte bronnen van creativiteit zullen stromen. En misschien luisteren mensen uit politieke partijen dan wel mee ...