WATTANA KOST MILJOENEN NACHTRUST

Gisteren is in het conferentiecentrum van het Wembley Stadion in Londen het Masters Snooker Tournament begonnen. Met 390.000 Britse pond is het het hoogst gedoteerde toernooi na het wereldkampioenschap in april. De vier Britse kanshebbers, Jimmy White, Stephen Hendry, John Parrott en Steve Davis, hebben er een geduchte concurrent bij in James Wattana uit Thailand.

Snooker is altijd een zeer Britse aangelegenheid geweest. Zo lang toernooien worden gespeeld kwamen de winnaars uit Engeland, Schotland, Wales of (Noord-)Ierland. Ook Engels sprekende landen als Canada, Zuid-Afrika en Australië hebben een of twee spelers in de subtop, maar van hen heeft alleen de Canadees Cliff Thorburn een keer de wereldtitel gewonnen. Diens aanval op het Britse bolwerk was niet meer dan een incident. De eerste die een serieuze bedreiging vormt voor de Britten is Wattana Pu Ob Orm.

Toen de inmiddels 23-jarige baltovenaar uit Bangkok zich in 1986 inschreef voor een jeugdtoernooi in Engeland zag hij op het toernooischema zijn naam terug als James Wattana. Dit was snooker; zijn naam was door de organisatie meteen verengelst. Sindsdien heeft Wattana met de 22 ballen op het groene laken menig visitekaartje afgegeven. Hij won in december het laatste grote toernooi en is zojuist Steve Davis voorbijgegaan op de wereldranglijst. Alleen White, Hendry, Parrott en de jonge Alan McManus gaan hem op die lijst voor.

James Wattana weet zich in twee verschillende culturen bewonderenswaardig staande te houden. Voor zijn snooker is hij voornamelijk aangewezen op Engeland, waar hij een flat bewoont in Bradford, een provinciestadje in Yorkshire. Heimwee drijft hem zes keer per jaar naar Thailand. Die reizen verlopen niet zonder problemen. Hoewel Wattana al vier jaar lang gedurende het wedstrijdseizoen in Engeland verblijft, zitten de autoriteiten hem nog steeds dwars met de nodige vergunningen en een permanent visum. Na lang onderhandelen werd bepaald dat hij voor het spelen van toernooien en demonstraties geen werkvergunning nodig heeft. Toch moest hij onlangs voor zijn medewerking aan een BBC-programma zijn honorarium weer inleveren toen bleek dat hij daarvoor niet de geschikte vergunning had. Op vliegvelden moet hij vaak urenlang wachten voordat allerlei formaliteiten zijn afgehandeld. Wattana: “Ik heb een heel naar gevoel als ik aankom op Heathrow. Ze hebben me een negen uur vastgehouden. Ik werd er behandeld als een misdadiger.”

Het gesol met Wattana roept een vraag op. Zouden White en Hendry ooit zo goed zijn geworden, wanneer ze voor al hun toernooien in Thailand hadden moeten wonen?

Dat Wattana een speler is van de nieuwe lichting, blijkt uit zijn opmerking: “Ik ben pas op mijn negende jaar met snooker begonnen.” Zijn moeder had een snookerclub in Bangkok, die de halve onderwereld aantrok. Als men het niet eens werd over het tarief van de tafel of over de uitbetaling van een gewonnen partij werd er gevochten en ging het mes door het laken. Door dergelijk gedrag is snooker in Thailand onder de 18 jaar nog steeds bij de wet verboden. Wattana kreeg op zijn dertiende min of meer dispensatie, omdat zijn moeder haar eigen club had. Nog datzelfde jaar maakte hij zijn eerste century-break (serie van minimaal honderd).

Hij werd zo goed dat hij namens een goksyndicaat in de hele stad wedstrijden ging spelen. Als vijftienjarige won hij eens in drie weken ƒ 40.000. Van wat overbleef gaf hij zijn moeder een "airco' voor de club en besteedde hij zelf de rest aan juwelen, kleren en drank. Hij bereikte het punt dat niemand meer tegen hem durfde te spelen. Een jaar later kwamen drie spelers van de wereldtop, Steve Davis, Terry Griffiths en Dennis Taylor, voor een toernooi naar Bangkok. Wattana versloeg ze allemaal.

Kort daarna kwam hij onder de hoede van de toenmalige voorzitter van de Thai Snooker Association. Deze stuurde hem naar een cursus Engels en stoomde hem klaar voor de overstap naar Engeland, want daar moest je zijn als je hogerop wilde. Hij kon inwonen bij een Chinees uit Hongkong, die een huis had in een luxe wijk in Brighton. Vanaf dat moment ging het mis met Wattana. Alles wat hij verdiende, en als amateur was dat niet veel, verbraste hij in casino's.

Verscheurd door heimwee stond hij op het punt om voorgoed terug te keren naar het warme Bangkok, toen Tom Moran in zijn leven kwam. Deze Engelsman, die 25 jaar in Thailand had gewoond en een fortuin had verdiend met handel in waterpompen, probeerde James over te halen te blijven als hij hem als manager zou begeleiden. Wattana sloeg het aanbod in de wind en ging terug naar zijn vaderland in de vaste overtuiging nooit meer een voet op Britse bodem te zetten. Zijn moeder stuurde hem echter onmiddellijk terug. Omdat je in Thailand tot je 21ste alles moet doen wat je ouders zeggen, boekte de Thai Snooker Associaton op eigen kosten een vliegticket naar Engeland met de bedoeling het wonderkind een laatste kans te geven.

Wattana kwam voorlopig terecht in Bradford, waar Moran een appartement had om tijdens zijn verblijven in Engeland de cricketmatches van Yorkshire te kunnen volgen. Om de hoek is de Cuedos Club, waar de Thai zoveel kan oefenen als hij wil. Buiten snooker is zijn leven saai en is hij veroordeeld tot videoflims en scrabble. Nadat hij in 1988 in Sidney de wereldtitel bij de amateurs had gewonnen, werd hij professional en daarmee definitief inwoner van Bradford.

Zijn leven kent twee uitersten. In Bradford leeft hij praktisch anoniem en in Thailand wordt hij behandeld als een halfgod. De laatste twee jaar is hij er gekozen tot sportman van het jaar, een onderscheiding die ook iets zegt over de populariteit van snooker in zijn land. Thai TV neemt de meeste uitzendingen van de BBC rechstreeks over, wat betekent dat Wattana meestal middenin de nacht te zien is. Minimaal tien miljoen landgenoten offeren er hun nachtrust voor op. Het journaal maakt plaats totdat het frame van de snookerheld is afgelopen. Bij zijn aankomst in Bangkok staat het op het vliegveld zwart van de mensen. Dank zij lucratieve contracten met Nescafé, Thai Airways en Bangok Land, goed voor 250.000 pond jaarlijks, verdient Wattana buiten zijn prijzengeld waarschijnlijk meer dan Hendry en Davis. Na zijn laatste toernooizege werd hij benoemd tot sportambassadeur van Thailand en kreeg hij een diplomatiek paspoort uitgereikt, geldig voor een jaar. Omdat Wattana het spel tot sport heeft verheven en uit de sfeer van de gokwereld heeft gehaald, overweegt de regering snooker nog dit jaar te legaliseren voor de jeugd.

Zijn oosterse flegma komt Wattana goed van pas tijdens zijn partijen. Ogenschijnlijk speelt hij zonder spoor van emotie. In werkelijkheid is dat anders. In zijn eigen woorden: “Omdat ik een Thai ben, ben ik anders. Ik kan alles zijn wat ik wil. Ik kan agressief zijn, somber, verlegen, arrogant, maar ik kan ook doen alsof. Ik kan acteren, maar ik kan ook tonen wat ik voel. Als ik speel, kan niemand daarom aan mij zien wat er in me omgaat.” Wattana speelt vanavond in de eerste ronde tegen Martin Clark. Te zien op BBC. De finale van de Masters wordt zondag gespeeld.