't Simpele "tik, boem' is voor Feyenoord nog te moeilijk

ROTTERDAM, 8 FEBR. Voetbal is zo simpel als je het begrijpt: “Tik, boem”. Willem van Hanegem legde gistermiddag na het teleurstellende 0-0 gelijkspel van Feyenoord tegen FC Utrecht uit hoe het spel moet worden gespeeld. Snel spelen, slim spelen. “Tik, boem.”

Rechterspits Gaston Taument moet de bal krijgen als zijn verdediger nog niet bovenop zijn neus staat. En als die verdediger scherp inkomt, moet de bal juist de diepte in: “Tik, boem. Dàn moet die bal komen.”

Hangende spits Henk Fräser moet worden aangespeeld als hij het zestien-metergebied induikt. “Plof, die zestien in. En hij staat vrij voor de goal.” Maar middenvelder Rob Witschge draaide weg, gaf die pass niet. Want, zo berustte de trainer in de beperkingen van zijn spelers: “Het ontbreekt Feyenoord op het juiste moment aan intelligentie”.

Voetbal is zo mooi, als er wordt gescoord en de scheidsrechter niet om de haverklap het spel stil legt. De spelers van Van Hanegem wilden wel voetballen. Ze liepen hard, werkten zich in het zweet. Maar op de beslissende momenten, tegen een sterke tegenstander - thuis tegen Ajax, MVV, Twente, Utrecht - begrijpen ze het spelletje niet goed genoeg. Dan scoren ze niet voldoende. “Het luistert een beetje nauwkeurig”, merkte Van Hanegem op. “Als alle opdrachten werden opgevolgd, stonden we nu bovenaan”.

In eigen stadion, waar gisteren meer dan 24.000 toeschouwers zaten, verloor Feyenoord weer eens een punt. Dat was het achtste verliespunt in elf thuiswedstrijden. Buitenshuis speelt de Rotterdamse ploeg veel beter. Daar kwam Feyenoord tot zes overwinningen, drie gelijke spelen en geen enkele nederlaag, ook niet in Eindhoven bij PSV.

Op de persconferenties na afloop van de wedstrijd wacht Van Hanegem iedere keer tot het "officiële' gedeelte voorbij is. Eerst mag de trainer van de tegenstander het woord voeren en daarna zijn assistent Geert Meijer namens Feyenoord. Vervolgens geeft hij zelf, als er om gevraagd wordt, zijn eigen analyse. Scherp en bondig. Met een grove wollen sjaal over de groene clubblazer hangt hij in een stoel en denkt hij denkt rustig na voordat hij een antwoord formuleert. Het oordeel komt er met horten en stoten uit.

Als het goed gaat, heeft Van Hanegem in april zijn trainersdiploma. In het kader van zijn opleiding kreeg hij de afgelopen week les bij Ajax. Hij heeft bij een training staan kijken. Niets bijzonders geleerd, niet met collega Van Gaal gesproken. “Ajax speelt goed”, is het enige dat de trainer van Feyenoord kwijt wil over zijn ervaringen bij de concurrent voor de tweede plaats in de eredivisie. Maar, zo verandert hij meteen van onderwerp, de jongens van de cursus zijn vorige week, zonder Van Hanegem, naar AC Milan geweest. “Dat schijnt echt ongelooflijk te zijn. Daar spelen ze tien tegen tien op een half veld. De bal gaat rustig twintig keer rond zonder dat er iemand tussen komt. Daar vallen zelfs Gullit en Papin helemaal buiten. Als we dat hier proberen hebben beide teams om de beurt de bal.”

Van Hanegem zegt het op een toon, die ieder gezeur over de spelers van Feyenoord verder uitsluit. De boodschap is duidelijk. Milan en Feyenoord, twee verschillende, twee gescheiden werelden. Van Hanegem wil zo graag dat zijn spelers het ook begrijpen, dat ze meer zien dan alleen hun directe tegenstander. Maar als dat goaltje niet valt in de eerste twintig minuten. Als Taument, De Wolf en Van Loen de schaarse kansen niet benutten, kan Feyenoord niet winnen van het stugge Utrecht, dat al sinds 1986 niet meer in de Kuip had verloren. Feyenoord had het aan Fräser, die een hard schot van Bijl op de doellijn met het hoofd keerde, te danken dat de ploeg niet, net als twee weken geleden tegen FC Twente, op achterstand kwam.

Tien minuten voor tijd kwam Mike Obiku de voorhoede van nieuwe impulsen voorzien. Het was spits John van Loen die het veld moest ruimen. Van Hanegem: “Je moet zorgen dat je jezelf aan het einde van de wedstrijd niet over de kop loopt. Dan is de conditie minder. Als je dan kansen weg gaat geven, vliegt een goal voor Utrecht er veel makkelijker in, dan een voor ons. Moet je dan al die risico's nemen? Moet je er een spits bijgooien en je laatste man eruit halen?”, zo vroeg Van Hanegem na de wedstrijd aan zijn gehoor. Een paar seconden later volgde het antwoord: “Dat doen we gewoon niet”.