Spaans rechts belooft: geen wraak

MADRID, 8 FEBR. Spanje hoeft niet meer bang te zijn voor een rechtse regering.

“Wij willen geen wraaknemingen, wij zijn geen revanchisten.” Met deze woorden besloot partijleider José Maria Aznar gisteren een nu al door velen als historisch gekenschetst congres van de conservatieve Partido Popular in Madrid. Het congres stond in het teken van de vernieuwing en, voor het eerst sinds de oprichting van de PP, van het uitzicht op een overwinning bij de parlementsverkiezingen van dit najaar. Uit het hoofdbestuur verdwenen de laatste leden die ook al een politieke rol speelden onder de dictatuur, met uitzondering van oprichter Manuel Fraga. Eensgezind schaarden de afgevaardigden zich achter het leiderschap van Aznar, die de partij volgens recente opiniepeilingen bijna op gelijke hoogte heeft gebracht met de socialisten van premier Gonzalez. Bondskanselier Kohl zond zondag een telegram om Aznar met het vooruitzicht op het premierschap te feliciteren.

Onenigheid ontstond dit weekeinde alleen toen een kleine groep onder leiding van Europarlementariër (en minister onder Franco) Fernando Suarez zich verzette tegen opname in het partijprogramma van het streven naar een verdere decentralisering van het landsbestuur. Zijn waarschuwingen tegen “het uiteenvallen van Spanje” en “het in de steek laten van alles waarvoor we gestreden hebben” vonden echter geen gehoor. Wil de PP na een eventuele verkiezingsoverwinning immers inderdaad regeren dan zal dat hoogstwaarschijnlijk alleen kunnen in een coalitie met behoudende regionale partijen uit Catalonië, Baskenland en/of Aragon.

Aznar beloofde in zijn slotrede dat hij als premier “niet zondermeer ongedaan zal maken wat anderen hebben opgebouwd,” maar in de eerste plaats zou strijden tegen verspilling en corruptie. “Wij zullen Spanje niet onder onze vrienden verdelen,” aldus Aznar. Anders dan de huidige premier Gonzalez wil hij regelmatig in het parlement verschijnen om verantwoording af te leggen van zijn beleid.